Brancheorganisatie Akkerbouw logo

Kennisakker.nl

Publicatie datum: 01-07-2003

Rooibeschadiging van zetmeelaardappelen kost geld

Niet alle schade aan zetmeelaardappelen is aan de buitenkant te zien. Een deel van de (financiële) schade speelt zich onderhuids af. Teveel telers realiseren zich nog niet wat ze tijdens de bewaring van zetmeelaardappelen aan verliezen kunnen oplopen door teveel rooibeschadiging.

Dit is een Agrobiokon-document

Inleiding

Zichtbaar

Rooibeschadiging in zetmeelaardappelen heeft een aantal zichtbare gevolgen. In de eerste plaats vormen uitwendige beschadigingen een invalspoort voor schimmel- en bacterieziekten die tijdens de bewaring voor flinke verliezen kunnen zorgen. Daarnaast kan in de beschadigingen vuil ingesloten raken waardoor de partij een slechtere kwaliteitsbeoordeling en dus een lagere uitbetaling krijgt. Aardappelen die flink beschadigd zijn kiemen sterker dan onbeschadigde aardappelen (figuur 1), waardoor de verliezen ook toenemen.

Figuur 1. Kiemgewicht (g/kg) in februari van Kartel en Seresta bij verschillende beschadigingsniveaus, gemiddelde van lokaties ‘t Kompas en Kooijenburg, oogst 1997.

Onzichtbaar

Er zijn ook verliezen die met het blote oog minder goed zichtbaar zijn en het nodige werk vergen om ze vast te stellen. Zo leiden beschadigingen tot een hogere ademhalings- en dus zetmeelverlies, hetgeen zich vertaalt in een lager uitbetalingsgewicht.

Proefopzet en resultaten

Onderzoek van het PAV en PAV-NNO in het afgelopen bewaarseizoen heeft laten zien dat tijdens de bewaring het onderwatergewicht onder invloed van beschadiging enorm kan dalen (figuur 2). Dit is niet alleen het gevolg van ademhaling, maar ook van de onderhuidse beschadiging. Vlak na de beschadiging is deze invloed op het onderwatergewicht nog niet aanwezig, maar tijdens de bewaring verdroogt het onderhuids beschadigde weefsel tot bruine kurkachtige plekken. Door het opdrogen krimpt het weefsel en er raakt lucht ingesloten waardoor de knollen als het ware drijfvermogen krijgen. De knollen gaan niet echt drijven, maar krijgen wel een aanzienlijk lager onderwatergewicht. Bepaling van het zetmeelgehalte heeft laten zien dat in deze knollen het onderwatergewicht veel sterker daalt dan het zetmeelgehalte. Met zwaar beschadigde knollen levert u dus zetmeel af dat met behulp van het onderwatergewicht niet kan worden gemeten, doordat de relatie tussen het zetmeelgehalte en het onderwatergewicht verstoord is. Het verschil tussen oktober en februari bij de onbeschadigde monsters (figuur 2) laat zien dat optimaal gerooide en bewaarde aardappelen (in dit geval in geventileerde schuurbewaring) een lichte stijging van het onderwatergewicht laten zien. Bij deze monsters was het verlies aan vocht groter dan het verlies aan droge stof.

Figuur 2. Daling van het onderwatergewicht tijdens de bewaring als gevolg van onderhuidse beschadigingen, gemiddelde van lokaties ‘t Kompas en Kooijenburg, oogst 1997.

Aangezien het uitbetalingsgewicht wordt bepaald met behulp van het onderwatergewicht, kan het verlies aan uitbetalingsgewicht als gevolg van beschadigingen dan ook enorm oplopen als een partij aardappelen veel onderhuidse beschadiging bevat (Figuur 3). Een partij waar veel onderhuidse beschadiging in zit kan dan ook beter niet langer dan 4 à 6 weken worden bewaard, om daarmee de daling van het onderwatergewicht voor te zijn. Dit jaar zal nauwkeuriger worden onderzocht hoe snel de daling van het onderwatergewicht als gevolg van beschadiging verloopt.

Figuur 3. Verlies aan uitbetalingsgewicht tijdens bewaring als gevolg van de daling van het onderwatergewicht, veroorzaakt door onderhuidse beschadiging.

Stikstof

Wanneer de aardappelen na loofdoding voldoende tijd krijgen om goed af te harden hoeft de stikstofbemesting in directe zin niet van grote invloed te zijn op de hoeveelheid rooibeschadiging. Wanneer een hoge stikstofbemesting er de oorzaak van is dat niet afgeharde knollen moeten worden gerooid, dan zal dat met name veel ontvelling veroorzaken. Wanneer de stikstofbemesting lager is, dan is het onderwatergewicht van de aardappelen in de regel hoger. Op zich is dat gunstig, maar er moet rekening mee worden gehouden dat aardappelen met een hoog onderwatergewicht gevoeliger zijn voor onderhuidse beschadiging, waardoor bij dezelfde manier van rooien meer beschadiging kan ontstaan.

Calcium

Uit proeven van het Hilbrandslaboratorium, waarin wordt onderzocht of de kwaliteit van poot- en zetmeelaardappelen kan worden verbeterd door het calciumgehalte van de knollen te verhogen, zijn monsters beschikbaar gesteld. In dit eerste proefjaar is niet gebleken dat de gevoeligheid voor beschadigingen en/of de bewaarverliezen lager zijn bij een hoger calciumgehalte in de knol. Dit onderzoek zal evenals de bovenstaande aspecten in het komende seizoen worden herhaald.

Conclusie

Was na het rooien een monster om eens goed naar uitwendige beschadiging te kijken. Als u enkele dagen na het rooien een monster schilt kunt u goed zien hoe het staat met de onderhuidse beschadigingen.