Brancheorganisatie Akkerbouw logo

Kennisakker.nl

Publicatie datum: 15-02-2004

Mogelijkheden van mechanische onkruidbestrijding in de gewasrij

Van 1999 tot en met 2002 zijn in snijmaïs, suikerbieten, zaaiuien en aardappelen proeven uitgevoerd met de nieuwe intra-rij wieders. Vier jaar onderzoek laat zien dat er vele mogelijkheden zijn in deze vier gewassen. Hoe men optimaal gebruik kan maken van de mogelijkheden die er op dit moment zijn wordt in dit verslag weergegeven met een advies hoe een aantal zaken het resultaat kunnen verbeteren.

Hoe mechanische onkruidbestrijding in de rij optimaliseren?

Grond

De grond bleek een erg belangrijke factor voor een goed resultaat. Het is belangrijk dat de grond goed vlak ligt en egaal aangedrukt is. De werkdiepte is daardoor éénvoudiger af te stellen. Door niet te diep en overal te werken kan de bovenlaag dusdanig bewerkt worden dat er vanuit onderliggende lagen geen nieuw kiemkrachtig zaad boven kan komen.
Een vlakke ligging is te verkrijgen door goed vlak te ploegen of te spitten. Spoorvorming voorkomen in de herfst is dan ook noodzakelijk. Met de huidige beschikbare machines om het land zaaiklaar te maken moet het mogelijk zijn om een goed zaaibed te maken. Ook het aanleggen van een rijpaden systeem zal een positieve invloed hebben op de bewerkbaarheid van de grond. Voorkom te diepe sporen bij het zaaien en stem de breedte van de zaaimachine en de breedte van de onkruidbestrijdingsmachines op elkaar af. Maak geen nieuwe sporen maar maak van het zaaispoor ook het spoor voor de volgende bewerkingen. Probeer te diepe insporing te voorkomen.
Zorg ervoor dat op tijd begonnen wordt, vooral na veel neerslag. De kans bestaat vooral op kleigrond dat de grond anders zo hard wordt, dat de meeste wieders niet meer in de grond kunnen komen. Uit de proeven bleek dat als de grond nog vochtig is de indringing veel beter is.
Uit het onderzoek in uien bleek dat als de grond net bewerkbaar is en er een periode met regen wordt voorspeld, niet gewacht moet worden met de bestrijding maar de bewerking uitgevoerd moet worden. Het risico van hergroei van ontwortelde onkruiden bleek aanwezig, maar bij een volgende bewerking zijn dergelijke hergroeide onkruiden veel gemakkelijker te bestrijden dan de onkruiden die gewoon doorgroeien.

Zaaien

Het is noodzaakzakelijk dat de zaaielementen goed op de werktuigdragers bevestigd worden. Ten eerste voor een goede rechte rij zonder dat het zaaielement gaat slingeren en ten tweede moet elke rij precies op de vooraf gewenste rijafstand gezaaid worden. Ook is een egale zaaidiepte van belang.
Door dit zaaien goed uit te voeren kan men nauwkeuriger schoffelen, waardoor het mogelijk wordt om de onbewerkte strook van het schoffelen te verkleinen. Door egaal op de goede diepte te zaaien wordt de kans groter dat het gewas gelijkmatiger opkomt en hierdoor is kans op gewasschade kleiner en kan eerder begonnen worden met de onkruidbestrijding in de rij.

Onkruid

Probeer er voor te zorgen dat het gewas een voorsprong heeft op het onkruid, zodat het onkruid zo klein mogelijk is zodra men kan bewerken. Dit kan door er in elk geval voor te zorgen dat men gaat zaaien en planten in een onkruidvrij zaaibed of plantbed. Tussen zaaien en de opkomst van het gewas kan men in een aantal gewassen oppervlakkig eggen. Deze bewerking kan in fijn zadige gewassen als uien en suikerbieten uitgevoerd worden met een neteg (schoonlandeg) “op de kop” en in o.a. snijmaïs met een verentandeg. Ook kan het onkruid net voor opkomst afgebrand worden met een gasbrander.

Gebruik schoffel apparatuur (algemeen)

Gebruik goede apparatuur, zonder speling op lagers, enz.
Kies voor een uitgebalanceerd stuursysteem als men zelf niet in staat is om nauwkeurig genoeg te werken. Op elke centimeter die naast de gewasrij niet geschoffeld wordt, kan onkruid groeien. Daarnaast bleek ook in een proef dat als de niet bewerkte strook in de rij erg smal is deze beter bewerkt kan worden.
Maak gebruik van bladbeschermers als het gewas klein is of als de grond zo hard is dat door de schoffelbewerking kluiten ontstaan die het gewas beschadigen.
Het is in de meeste situaties wenselijk dat de apparatuur die gebruikt wordt voor de onkruidbestrijding in de rij onafhankelijk opgehangen wordt in het werktuigraam. Dus niet alles aan één parallellogram. Omdat de meeste nieuwe werktuigen voor onkruidbestrijding per rij ingezet worden, kost het afstellen van de meeste werktuigen als vingerwieders en torsiewieders veel tijd. Het vraagt van de uitvoerder vakbekwaamheid en inzicht om een optimaal resultaat te bereiken.
Veel van de nieuwere werktuigen eisen een bepaalde ruimte van de schoffelmachine. In veel gevallen zal een schoffel achter op de trekker met een stuursysteem gemakkelijker werken dan een schoffel voor op trekker.

Weer

Het weer is een heel bepalende factor voor het slagen van mechanische onkruidbestrijding. Door gebruik te maken van de weersomstandigheden, kan een beter resultaat bereikt worden. Wacht men steeds op optimale weersomstandigheden (droog en zonnig) dan is de kans groot dat men altijd net te laat is, waardoor de grond te hard is of het onkruid te groot etc.
Als na neerslag de grond weer begint op te drogen en er kan zonder schade gereden worden. Wacht dan niet lang, zeker niet als er weer neerslag wordt voorspeld. De kans dat een deel van het onkruid weer hergroeid is aanwezig. Maar dit onkruid zal bij een volgende bewerking veel gemakkelijker ontworteld worden dan het onkruid waar men niets aan gedaan heeft.
Ook het bedekken van het onkruid als men enige neerslag verwacht kan een gunstige invloed hebben op het onkruid bestrijdend effect. Onkruiden die bedekt zijn herstellen zich veel moeilijker als de grond, die op het onkruid ligt, nat is.
Door gebruik te maken van een rijpaden systeem is de kans groot dat het aantal bewerkbare dagen voor onkruidbestrijding toeneemt.

Sterke en zwakke punten van de ingezette machines

Vingerwieder

De vingerwieder biedt in veel gewassen mogelijkheden. Doordat er op dit moment diverse types op de markt zijn kan een teler de voor zijn omstandigheden geschiktste vingerwieder kiezen. Zoals:

  • De vingerwieder met rubberenvingers (afbeelding 1):
    Geschikt voor zandgrond en kleine tere gewassen. Probleem is vooral op kleigrond dat de soepele rubberen vingers onvoldoende indringing geven. Bij agressieve afstelling kans op vinger breuk.
  • De kunststofschijven van diverse hardheden:
    Zachte soepele schijven (afbeelding 2) voor zandgrond en harde schijven (afbeelding 3) voor kleigrond. De zachte zijn wat werking betreft vergelijkbaar met de rubbervingers. De kans op vingerbreuk is echter veel kleiner. De harde schijven geven een betere indringing en zijn agressiever op onkruid en gewas. Dus geschikter voor kleigrond en stevige gewassen.
  • Vingerwieders voor een rijafstand vanaf 25 cm.:
    Hiervan zijn twee types in de handel. Eén waarbij het lager in een kuststofschijf (afbeelding 4) is gegoten met vrij forse aandrijfnokken en vingers van ongeveer 6 cm lang. De andere is een verkleinde kunststofschijf (afbeelding 5) met daaronder een verkleinde aandrijfschijf met metalen pennen. Door de grote nokken van eerst genoemde is de indringing vaak moeilijk en viel de aandrijving van de wiedvinger tegen, vooral als men sneller ging rijden. Het tweede type bleek in het onderzoek agressiever.
  • Vingerborstelwieder (afbeelding 6):
    Bij deze wieder zijn de rubberen vingers vervangen door kunststof borstels. Onder de meeste omstandigheden is de werking van beide wieders vergelijkbaar.
  • Vingerwieders voor bredere rijen (zoals wortels, aardappel, tulp, enz.).
    Ook kan men in gewassen met een voldoende zaaibreedte en een brede zaai- of plant rij gebruik maken van een vingerwieder met langere vingers (kunstofschijf) of door bij de oude vingerwieder de rubberenvingers te vervangen door hydrauliekslang. Deze vingers werken dan door het gewas heen en zijn instaat om klein onkruid te bestrijden zonder te veel gewasschade.
Afbeelding 1. Vingerwieder met rubberenvingers.
Afbeelding 2. Zachte, soepele kunststof schijven.
Afbeelding 3. Harde kunststofschijven.
Afbeelding 4. Vingerwieder voor een rijafstand vanaf 25 cm.
Afbeelding 5. Vingerwieder voor een rijafstand van 25 cm.
Afbeelding 6. Vingerborstelwieder.

Men heeft dus mogelijkheid om de juiste vingerwieder te kiezen voor het juiste gewas en de diverse grondsoorten.

Als men de vingerwieder inzet in combinatie met de torsiewieder bleek uit het onderzoek, dat het onkruidbestrijdend effect verbetert. Eerst ontwortelen met de torsiewieder en dan het ontwortelde onkruid nog een keer bewerken met de vingerwieder bleek een goede combinatie. Wel moet opgepast worden voor te veel ontwortelde gewasplanten.

Sterke punten:

  • Verwijdert een deel van het onkruid uit de rij en het onkruid wordt zodanig ontworteld dat een groot deel van de aanhangende grond verwijderd wordt. Vergeleken met een torsiewieder gaat er een groter percentage van de ontwortelde onkruiden dood.
  • Geeft weinig gewasschade doordat de plant van de zijkant onder het blad benaderd wordt.
  • Inzetbaar in veel gewassen.
  • Veel keuze mogelijkheden. Voor elk gewas en elke grondsoort kan de meest optimale vingerwieder gekozen worden.

Zwakke punten:

  • Onkruid is snel te groot.
  • Keuze mogelijkheden. Doordat er zoveel mogelijkheden zijn is het niet eenvoudig om de meest optimale keuze te maken.
  • Vingerbreuk bij oude rubbervingers (vooral op harde kleigrond).
  • Indringing kan onder droge omstandigheden vooral na het dichtslaan van de grond een probleem zijn.

Torsiewieder

Een relatief goedkoop werktuig voor onkruidbestrijding in de rij. Deze machine is in veel gewassen inzetbaar en door de tanden iets uit elkaar te zetten kan in een vrij klein en teer gewas gewerkt worden. Door de weerstand van de grond zullen de tanden de grond ook in de rij opbreken en kleine en net kiemende onkruiden bestrijden. Als het gewas groter en sterker wordt kan men de tanden wel een centimeter of vijf over elkaar zetten. Door de weerstand van de grond en het gewas zullen de tanden bij het gewas voldoende uit elkaar gaan en het onkruid goed ontwortelen. Er zijn twee tand dikten verkrijgbaar. In de proeven is alleen gewerkt met de dikste van 1 cm doorsnee. Er is ook een tanddikte van 0,7 cm doorsnee. Normaal wordt de torsiewieder (afbeelding7) horizontaal in gezet. Uit oriënterend onderzoek bleek dat als het uiteinde van de tanden wat dieper afgesteld worden, de werking verbetert. Vooral in grotere en geplante gewassen kan de torsiewieder dan veel agressiever afgesteld worden. De onkruidbestrijding werd beter en de kans op gewasschade kleiner.

Afbeelding 7. Torsiewieder.

Sterke punten:

  • Goede ontworteling, ook van relatief groot onkruid.
  • Goedkoop
  • Goed inpasbaar, o.a. goed inzetbaar in combinatie met vingerwieder.
  • Bij snel rijden wordt klein onkruid door grond bedekt.

Zwakke punten:

  • Precies rijden is noodzakelijk, de tanden zijn vrij stug, als ze niet goed aan beide kanten van de rij langs gaan, is er kans op veel schade vooral in een klein gezaaid gewas.
  • Verwijdert het onkruid niet uit de rij, maar brengt het in de rij. Bij neerslag kort na de bewerking is er meer kans op hergroei van onkruid dan bij de vingerwieder.
  • Bij erg harde grond is de indringing moeilijk.
  • Afstelling moeilijk en tijdrovend. Per rij moeten minimaal vier bouten los en vast gedraaid worden om de tanden te verplaatsen. Constructie aanpassing is dan ook noodzakelijk.

Rotorwieder

De rotorwieder (afbeelding 8 en 9) is ontwikkeld voor de zwaardere gronden. Dit bleek ook al snel uit het onderzoek. In jaren dat de grond erg hard was zoals in de suikerbietenproef te Lelystad bleek dit het apparaat met het beste resultaat. Een jaar later toen de grond veel beter bewerkbaar was, bleek dat de vingerwieder en de torsiewieder zeker zo effectief waren. De kans op meer plantverlies van het gewas blijkt uit alle uitgevoerde proeven. Dit plantverlies had niet altijd een lagere opbrengst tot gevolg. Misschien zou een uitvoering met iets meer en iets lichtere tanden het op zand en lichte klei wel beter doen. Diepte instelling is belangrijk.

Afbeelding 8. Rotorwieder.
Afbeelding 9. Rotorwieder.

Sterke punten:

  • Indringing is erg goed.
  • Onkruidbestrijding op kleigrond bij harde grond goed.
  • Verwijdert (groot) onkruid uit de rij.

Zwakke punten:

  • Kans op veel plantverlies van het gewas. De tanden zijn weinig selectief, vooral op zandgrond wordt alles wat de tanden tegen komen, ontwortelt zowel gewas- als onkruidplanten.
  • Onkruidbestrijding op zandgrond valt tegen. Doordat de tanden een deel van de grond in de rij niet losmaken, wordt ook het onkruid dat daar staat niet bestreden.
  • Kans op opbrengst reductie.

Aangedreven eg

Deze machine (afbeelding 10) is maar in een paar proeven ingezet. Deze machine is ontwikkeld in de teelt van plantprei. Door de juiste balans van rijsnelheid en toerental van de aangedreven verentanden te benutten kan in diverse gewassen resultaat geboekt worden. In de suikerbieten bleek al snel dat als het gewas groter is, er behoorlijk bladverlies op kan treden. Dit hoeft niet altijd opbrengst derving tot gevolg te hebben, alleen de kans er op neemt wel toe. De ervaringen binnen de proeven zijn onvoldoende om een duidelijk advies op te baseren. Er zijn zeker mogelijkheden vooral in plantprei en gewassen met een vergelijkbare gewasstructuur. In andere gewassen is meer onderzoek en ervaring nodig.

Afbeelding 10. Aangedreven eg.

Sterke punten:

  • Veel instelmogelijkheden, door te spelen met het toerental en de rijsnelheid kan met een aanvaardbare gewas beschadiging toch veel onkruid uit de gewasrij verwijderd worden. Intensief werken is mogelijk (tanden laten in de gewasrij geen grond onaangeroerd).

Zwakke punten:

  • Minder geschikt voor de meeste breedbladige gewassen. Kans op veel blad verlies.
  • Moeilijk inpasbaar bij nauwe rijafstanden.
  • Diepte regeling nog niet optimaal (wordt verbeterd).

Veertandeg

Dit werktuig (afbeelding 11) wordt al jaren ingezet tegen het onkruid en heeft dan ook laten zien dat er mogelijkheden zijn.
Door te spelen met de rijsnelheid en de afstelling kan het resultaat soms verrassend goed zijn. De diverse typen zijn meestal meer of minder goed instelbaar, maar werken meestal volgens hetzelfde principe. In de proeven bleek dat de werking tegenvalt, als de grond te hard is. Ook als het onkruid te groot is valt het onkruidbestrijdend effect tegen.

Afbeelding 11. Veertandeg.

Sterke punten:

  • In zeer veel gewassen inzetbaar, zowel nauwe als ruime rijafstand.
  • Er hoeft niet precies gereden te worden.
  • Grote capaciteit en niet duur.

Zwakke punten:

  • Indringing in harde kleigrond onvoldoende.
  • Werking alleen op zeer klein onkruid.
  • Is alleen effectief tussen een bepaalde vochtigheid van de grond (te droog onvoldoende indringing, te nat onvoldoende werking van de grond).

Gewassen in de proef

Maïs: In de proeven is nog onvoldoende rekening gehouden met de preventieve mogelijkheden van onkruid bestrijding. Door deze beter te combineren met onkruidbestrijding na opkomst en het inzetten van de in de proeven gebruikte machines moet in de meeste gevallen het onkruid, volledig mechanisch bestreden kunnen worden.
Zaaiuien: Mogelijkheden zijn er. Het grootste probleem in dit gewas is de trage beginontwikkeling en het feit dat het gewas open blijft tot aan de oogst. Door gebruik te maken van de mogelijkheden die er op dit moment zijn kan men een deel van het onkruid bestrijden. Minder handwieduren is in een uiengewas de grootste winst. Zorgen voor een goede preventie, op tijd beginnen en op tijd herhalen zijn heel belangrijk. Door elke keer zo ondiep mogelijk te werken bleek het aantal nakiemers tegen het einde van de teelt mee te vallen.
Suikerbieten: In suikerbieten is ook de tijd tussen zaai en het kunnen wieden in de rij met de huidige machines te lang. Hierdoor was het onkruid vaak te groot bij de eerste bewerking. Door in één proef de neteg (schoonlandeg) in te zetten voor opkomst bleek dat hier mogelijkheden zijn. Er stond bij de eerste bewerking iets minder onkruid en het aanwezige onkruid was kleiner. Dit geeft aan dat ook daar nog mogelijkheden zijn. Dus meer gebruikmaken van preventie en sneller herhalen moet een beter resultaat kunnen geven.
Aardappelen: Mechanische onkruidbestrijding is in dit gewas voor veel telers niet het grootste probleem. Het onderzoek heeft laten zien dat het inzetten van de nieuwere machines daar goed kan.

Algemene conclusie na 4 jaar onderzoek

Mechanische onkruidbestrijding blijft een uitdaging, vooral in gezaaide gewassen. In de onderzochte gewassen bleek dat de effectiviteit lager was dan bij een chemische bestrijding. Dit houdt in dat in gezaaide gewassen, zoals o.a. bieten en uien, een deel van het onkruid handmatig verwijderd moet worden.
Door nog beter gebruik te maken van preventieve maatregelen kan met de beschikbare wiedapparatuur een groter deel van het handwiedwerk in gezaaide gewassen voorkomen worden.
De onkruidbestrijding kan effectiever zijn als het verschil tussen gewas en onkruid groter is (in het voordeel van het gewas). Bij snelgroeiende gewassen als aardappelen en maïs is daardoor weinig of geen handwerk meer nodig. Uit eerder onderzoek in geplante gewassen bleek dat daar veel meer mogelijkheden zijn.
Van de machines die in het onderzoek uitgeprobeerd zijn verdient de vingerwieder de voorkeur. Deze machine is in veel gewassen en op veel verschillende grondsoorten inzetbaar. De torsiewieder is vrij goedkoop en kan in combinatie met de vingerwieder het resultaat verbeteren. De rotorwieder is echt geschikt voor de zwaardere moeilijk indringbare klei, maar is niet breed inzetbaar. De aangedreven eg zal in bepaalde gevallen de voorkeur hebben, maar uit het onderzoek is dat niet echt duidelijk geworden. De onkruideg is en blijft breed inzetbaar en kan niet gemist worden.

Slotconclusie

In de meeste gevallen zal niet de keuze van de wiedapparatuur die het onkruid in de rij moet bestrijden de bepalende factor voor de mate van succes zijn, maar de omstandigheden (weer en grond) en vooral de vakbekwaamheid van de persoon die de bewerkingen uitvoert.