Brancheorganisatie Akkerbouw logo

Kennisakker.nl

Publicatie datum: 15-04-2004

MLHD in bedrijfsverband

Het MLHD-concept was in het PPO-onderzoek in suikerbieten, peen, geplante prei en erwten goed toepasbaar. Opvolging van de verschillende MLHD-adviezen zou in deze gewassen geleid hebben tot besparingen op het middelengebruik van 0 tot 40%. In peen zou de toepassing van MLHD echter meestal geleid hebben tot een hoger verbruik. Het MLHD-advies in stamslabonen was onrealistisch laag en de berekende besparingen in dit gewas zijn dan ook niet reëel.

Inleiding

MLHD staat voor Minimum Letale Herbicide Dosering. Via de MLHD-methode kan de dosering van een herbicide afgestemd worden op de gevoeligheid en de grootte van de onkruiden die op het moment van toepassing aanwezig zijn op een perceel. MLHD werkt alleen bij de groep van de ‘fotosyntheseremmers’ (al wordt er gewerkt een verbreding van de toepassing naar andere typen herbiciden). MLHD is één van de methoden om te komen tot een kritisch, op de actuele situatie afgestemd gebruik van herbiciden en kan de telers meer bewust maken van het feit dat toepassing van ‘standaard’-bespuitingen in veel gevallen tot een onnodig hoog middelengebruik leidt.
Binnen enkele dagen ná een bespuiting kan de teler met speciale meetapparatuur het effect meten op zowel onkruiden als gewas. Bij onvoldoende effect op (bepaalde) onkruid(soorten) kan de teler een vervolgbespuiting overwegen en wordt ook een advies gegeven voor de dosering van deze vervolgbespuiting. Als er anderzijds een (te) groot effect op het gewas is opgetreden, wordt ook duidelijk dat een eventuele vervolgbespuiting waarschijnlijk moet worden uitgesteld om gewasschade te voorkomen. Doordat het effect van een bespuiting vrij snel na de toepassing gekwantificeerd kan worden, krijgt de teler meer zekerheid en kunnen risico’s van een eventueel benodigde vervolgbespuiting beter worden bepaald.

Onderzoek

In 2000 en 2001 is de MLHD-methode op drie locaties van PPO-AGV waar Bedrijfssystemen werden onderzocht (Nagele, Vredepeel en Meterik) geëvalueerd in de gewassen suikerbieten, zaaiuien, wortelen, conservenerwten, stamslabonen en plantprei. Kort voor het moment waarop een bestrijding met een herbicide zou worden uitgevoerd, zijn in de percelen representatieve onkruidmonsters genomen, waarbij het de soorten, de aantallen en de stadia van de onkruiden werden vastgesteld.
Vervolgens is de door MLHD aanbevolen dosering vergeleken met de werkelijk toegepaste dosering en met een standaard lage dosering systeem (LDS) van het desbetreffende gewas.
Gegeven de onkruidsituatie en het al of niet beschikbaar zijn van fotosynthese remmende middelen die de aanwezig onkruiden bestrijden, is ook gekeken naar de toepasbaarheid van MLHD.

Resultaten

In suikerbieten was MLHD in verreweg de meeste gevallen goed toepasbaar, omdat er meerdere fotosynthese remmende middelen in dit gewas beschikbaar zijn met een breed werkingsspectrum. In een enkel geval hadden sommige onkruiden echter beter met een ander middel (niet-fotosynthese remmer) bestreden kunnen worden. Gemiddeld zou in bieten ten opzichte van een LDS 14% middel bespaard zijn bij toepassing volgens MLHD. Ten opzichte van de werkelijke toegepaste hoeveelheid zou de besparing overigens ongeveer 4% zijn geweest.
In zaaiuien bleek MLHD in beide jaren niet goed toepasbaar te zijn, gezien de aanwezigheid van vooral varkensgras en straatgras. Deze soorten kunnen met de huidige in uien toegelaten fotosyntheseremmende middelen niet afdoende bestreden worden. Daarvoor zijn andere middelen in uien beter geschikt.
In wortelen was MLHD goed toepasbaar en zou ten opzichte van een LDS ongeveer 10% op het middelenverbruik bespaard zijn. Op de bedrijven is in werkelijkheid echter zo weinig middel ingezet dat bij opvolging van de MLHD-adviezen het verbruik gemiddeld ongeveer 40% hoger geweest zou zijn.
In conservenerwten en stamslabonen was MLHD gezien de onkruidpopulatie goed toepasbaar. In erwten zou de besparing via MLHD ten opzichte van een LDS en ten opzichte van de werkelijke bespuitingen 16% zijn geweest.
In bonen zou de besparing via MLHD bijzonder hoog zijn geweest: ten opzichte van een LDS 45% en ten opzichte van de werkelijke bespuitingen zelfs 70%. Hierbij moet opgemerkt worden dat de MLHD-adviezen in stamslabonen zodanig laag waren dat heel sterk betwijfeld moet worden of de aanwezige onkruiden (en dan met name melganzevoet) hierdoor nog wel afdoende bestreden hadden kunnen worden. De berekende besparingen in stamslabonen zijn dan ook weinig realistisch.
In geplante prei was MLHD goed toepasbaar. Door toepassing van MLHD zou ten opzichte van een standaard LDS en ten opzichte van de werkelijk uitgevoerde bespuiting een besparing van 15% zijn gerealiseerd.

Conclusie

MLHD was in suikerbieten, wortelen, erwten en prei goed toepasbaar. In zaaiuien was door aanwezigheid van met name varkensgras en straatgras de toepasbaarheid in de onderzochte percelen minder goed, maar over het algemeen zal de toepasbaarheid in de meeste uienpercelen redelijk tot goed zijn.
Bij opvolging van de MLHD-adviezen zou er in de genoemde gewassen ten opzichte van een standaard-LDS en ten opzichte van de werkelijk uitgevoerde bespuitingen meestal een (aanzienlijke) besparing op het middelengebruik zijn gerealiseerd (besparing tussen 0 % en 40 %). In bepaalde gevallen was het MLHD-advies echter hoger dan de werkelijke toegepaste dosering. Dit laatste was vaak in wortelen en soms ook in bieten het geval. Opvolging van MLHD had in die gevallen dus een hoger middelenverbruik tot gevolg gehad.
De MLHD-adviezen bij stamslabonen waren waarschijnlijk te laag, waardoor de in dit gewas berekende besparingen ten opzichte van een standaard LDS niet realistisch zijn.