Brancheorganisatie Akkerbouw logo

Kennisakker.nl

Publicatie datum: 15-03-2004

Hussar, nieuwe aanwinst voor graszaadteelt

Het nieuwe herbicide Hussar kan in het voorjaar worden toegepast in het zaadproductiejaar van veldbeemd- en roodzwenkgras. In de dekvrucht wintertarwe met deze grassoorten als ondervrucht is deze toepassing ook mogelijk als de grassen in de uitstoelingsfase zijn. Tijdige zaai van de ondervrucht verdient dan ook aanbeveling. Als de ondervrucht veldbeemd- of roodzwenkgras nog niet in de uitstoelingsfase is dan dient de dosering te worden verlaagd en Actirob B achterwege te worden gelaten. De mate van bestrijding van onkruidgrassen zoals straatgras neemt af naarmate deze verder ontwikkeld zijn. De werking van Hussar op (opslagplanten van) Engels raaigras is met name bij de zaadteelt van veldbeemdgras ook interessant.

Inleiding

De zaadteelt van veldbeemdgras werd door het wegvallen van een aantal krachtige herbiciden zoals diuron en Tribunil in Nederland welhaast onmogelijk. Zonder deze herbiciden konden ongewenste grassen zoals straatgras en ruw beemdgras onvoldoende worden bestreden. De teelt van dit gewas verschoof dan ook deels naar andere landen zoals Denemarken en België waar deze producten nog niet of pas later zijn verboden. Het vorige teeltseizoen was het in het kader van de 'Vrijstellingsregeling gewasbeschermings-middelen 2003' mogelijk om Boxer in enkele graszaadgewassen toe te passen, onder andere na de oogst van de dekvrucht wintertarwe. Hiermee kreeg de graszaadteler weer een middel in handen ter bestrijding van ongewenste grassen. Verwacht wordt dat dit jaar de toelating van dit middel wordt uitgebreid naar graszaadgewassen.
Deze winter is het herbicide Hussar toegelaten in enkele granen en in de zaadteelt van veldbeemdgras en roodzwenkgras. Het middel is effectief tegen een brede reeks van breedbladigen, bestrijdt windhalm en heeft een nevenwerking op straatgras. Met name dit laatste maakt het product interessant voor de graszaadteelt. Hussar (iodosulfuron) behoort tot de sulfonylurea en wordt in principe toegepast met Actrirob B (1 L/ha), wat een plantaardige olie is.
Hussar mag helaas alleen in het voorjaar worden toegepast. Voor de graszaadteelt komen daardoor twee relevante toepassingsmomenten binnen bereik namelijk in de dekvrucht wintertarwe en in het zaadproductie-jaar. Hussar heeft voornamelijk contactwerking; straatgras dat later kiemt dan het moment van toepassing wordt dan ook niet bestreden. Doordat de werking van Hussar op straatgras slechts een nevenwerking is mag op uitgestoeld straatgras, dat al dan niet in bloei staat, geen geweldige bestrijding worden verwacht. De effectiviteit daalt uiteraard bij een lagere dan de aanbevolen dosering (200 g/ha). Een betere effectiviteit mag worden verwacht als het onkruidgras actief groeit.
Straatgras kan het hele jaar door kiemen. Voor een afdoende bestrijding zal naast de toepassing in het voorjaar in veel gevallen ook een bestrijding in de nazomer/herfst nodig zijn bijvoorbeeld na de oogst van de dekvrucht.

Resultaten onderzoek

Toepassing in de dekvrucht wintertarwe en resultaten open land

In twee screeningsproeven werden de mogelijkheden van de toepassing van Hussar met veldbeemdgras en roodzwenkgras als ondervrucht verkend. In de eerste proef werd op 13 april 2001 verschillende doseringen Hussar (100, 150 en 200 g/ha) gespoten. Dit gebeurde zonder plantaardige olie maar bij de middelste dosering werd ook een combinatie met Actirob B (1 L/ha) opgenomen. Als gevolg van de zeer natte herfst werd de wintertarwe met het gras pas op 21 december 2000 werd gezaaid. Het veldbeemd had op het moment van spuiten 2 tot 4 blaadjes en het roodzwenk 1 tot 2 blaadjes. Het roodzwenk leek de hoogste dosering wel te kunnen verdragen maar dat was bij veldbeemd niet het geval. Een dosering van 150 g/ha leek voor deze veldbeemdplantjes het maximum. De toevoeging van Actirob leidde tot enige vermindering van de stand van beide grassoorten.
In de tweede screeningsproef kon de wintertarwe en het gras tijdig (30-10-'01) worden gezaaid. Daarnaast werd ook later veldbeemd gezaaid (10-12-01). Op 25 maart 2002 werd 0,2 L Hussar gespoten waaraan al dan niet 1 L/ha Actirob B werd toegevoegd. De gelijktijdig met wintertarwe gezaaide ondervrucht was op het moment van spuiten gestart met uitstoelen. De laat gezaaide veldbeemd had twee tot vier blaadjes.

Beide ondervruchten en ook het laat gezaaide veldbeemd doorstonden deze bespuitingen goed.
In de tweede screeningsproef werd eind oktober 2002 nogmaals veldbeemd en roodzwenk gezaaid om nog meer zicht te krijgen op de toepassingmogelijkheden van Hussar in de dekvrucht wintertarwe met deze gewassen als ondervrucht. Op 14 maart 2003 werd naast een enkelvoudige dosering (200 g/ha) ook een dubbele dosering Hussar toegepast, beide in combinatie met 1 L/ha Actirob. Als gevolg van de winter waren de gewassen op de bespuitingsdatum nog aan het kiemen en waren slechts deels in het tweebladstadium. Beide doseringen waren voor deze amper ontwikkelde gewassen zeer schadelijk.
Tijdige zaai van de ondervrucht (voor 1 november) kan er voor zorgen dat de ondervrucht in de uitstoelingsfase is als Hussar in wintertarwe wordt toegepast. Is de ontwikkeling minder ver dan moet om schade te voorkomen de dosering worden verlaagd en Actirob B achterwege worden gelaten.

Het effect van de Hussar op straatgras werd vastgesteld aan straatgras die gelijktijdig met wintertarwe werd gezaaid. In het voorjaar van 2001 had het straatgras dezelfde ontwikkeling als het gelijktijdig gezaaide veldbeemdgras (2-4 blaadjes). In de najaar na de oogst van de dekvrucht wintertarwe was de grondbedek-king door het straatgras bij de dosering van 100 en 150 gram Hussar per ha gehalveerd. Een hogere dosering dan wel de toepassing van uitvloeier leidde niet tot een beter bestrijdingsresultaat. In de tweede screeningsproef werd in de herfst na de oogst van de dekvrucht geen effectiviteit van de voorjaarsbespui-tingen in de dekvrucht met Hussar vastgesteld vermoedelijk omdat het straatgras op het tijdstip van toepassing al in de uitstoelingsfase was. De bestrijding van de eind oktober 2002 gezaaide onkruidgrassen (straatgras, ruw beemdgras en Vulpia), waarvan de ontwikkeling op het moment van toepassing van Hussar ook nog gering was (kieming tot 3 blad), was volledig dan wel goed. Opvallend was dat Engels raaigras (gezaaid op 1 oktober 2002), dat bij de voorjaarsbespuiting met Hussar 2 bladeren tot twee spruiten had, door de enkelvoudige dosering grotendeels werd bestreden.

Toepassing in zaadgewassen veldbeemdgras en roodzwenkgras

In beide screeningsproeven is Hussar in het voorjaar van het zaadproductiejaar van veldbeemdgras en roodzwenkgras toegepast. In de eerste screeningsproef gebeurde dat op 25 maart 2002 en in de tweede screeningsproef op 14 maart 2003 (dosering 200 g/ha Hussar + 1 L/ha Actirob B). De gewassen leken deze bespuitingen goed te verdragen.
De bespuiting in het voorjaar van 2002 leidde in mei tot minder bloei van het straatgras (en daardoor mogelijk minder zaadvorming) dan bij het onbehandelde object en de stand van het straatgras was er minder dan bij het onbehandelde object. In de tweede screeningsproef werd de grondbedekking door straatgras in het voorjaar ook verlaagd na toepassing van Hussar.

Deugdelijkheidsproeven veldbeemdgras

Naast de screeningsproef werden in oogstjaar 2003 in veldbeemdgras nog twee deugdelijkheidsproeven uitgevoerd om de effecten op de zaadopbrengst van de toepassing van Hussar en de mate van bestrijding van het straatgras preciezer vast te stellen. De proeven werden uitgevoerd in veldbeemdgras van het ras Miracle dat te Lelystad onder dekvrucht wintertarwe was gezaaid en op Zuid-Beveland in vlas.

Tabel. Zaadopbrengst veldbeemdgras en verontreiniging geschoonde veldbeemd met straatgras (2 proeven 2003).
ObjectZaadopbrengst * (kg/ha)% straatgras in geschoonde veldbeemd
LelystadZuid-BevelandLelystadZuid-Beveland
onbehandeld1.5401.0502,402,41
wieden1.4101.0501,670,11
Hussar 200 g/ha # 1.6101.1302,001,16
Hussar 400g/ha # 1.4509802,033,44

* : zonder straatgras
# : 1 l/ha Actirob B

In Lelystad werd het gewas niet goed gewied en werd het gewas daarbij beschadigd. Op Zuid-Beveland gebeurde dit zonder gewasschade wel vrij goed. Op beide locaties leidde de toepassing van de gangbare dosering Hussar tot een lichte verhoging van de zaadopbrengst ten opzichte van het onbehandelde object. De bestrijding van straatgras was in Lelystad slecht en in de proef op Zuid-Beveland circa 50 procent. Blijkbaar was de ontwikkeling van het straatgras in het voorjaar van de zaadoogst te sterk voor een goede bestrijding. Daarnaast kunnen de vrij lage temperaturen en het schrale weer voor toepassing met name in Lelystad bijgedragen hebben aan de slechte werking van Hussar. Een dubbele dosering, om een beeld te krijgen van de mogelijke schade bij overlap van de bespuiting, leidde tot een lichte daling van de zaadopbrengst maar gaf met name in de proef van Zuid-Beveland een minder goede bestrijding van straatgras vermoedelijk omdat de concurrentiekracht van het gewas iets werd verminderd.
Een combinatie van toepassingen in de dekvrucht, na de oogst van de dekvrucht (met andere middel), afgerond door een toepassing met Hussar in het zaadproductiejaar lijkt in veel gevallen nodig om aan de kwaliteitseisen voor gecertificeerd zaad (<0,5% verontreiniging) te kunnen voldoen. Dergelijke bestrijdingsstrategieën zijn het afgelopen seizoen deels al onderzocht en krijgen ook de komende jaren nog aandacht.