Brancheorganisatie Akkerbouw logo

Kennisakker.nl

Publicatie datum: 15-10-2010

Adviesbasis bemesting: kompas voor de bemesting in de akkerbouw- en tuinbouw

Dit artikel gaat in op de huidige stand van zaken rond de bemestingsadviezen. Ook wordt stilgestaan bij het mineralenbeleid, dat steeds meer invloed krijgt op de bemesting op landbouwbedrijven en verfijning van bemestingsadviezen noodzakelijk maakt.

Inleiding

Een goede bemesting van landbouwgewassen is, naast gewasbescherming, van onmiskenbaar belang voor de voedselvoorziening van de bevolking en heeft mede bijgedragen aan het succes van Nederland als voedselexporterende natie. Om een goede bemesting te bevorderen zijn landelijke bemestingsadviezen opgesteld. Per land- en tuinbouwsector zijn deze gebundeld in een adviesbasis bemesting voor de betreffende sector, onder andere voor de akkerbouw en de vollegrondsgroententeelt.
De "Adviesbasis voor de bemesting van akkerbouw- en vollegrondsgroentengewassen" verschijnt sinds 2003 niet meer in boekvorm, maar is enkel digitaal beschikbaar op Kennisakker. De adviesbasis wordt om de één à twee jaar geactualiseerd.
De adviesbasis bevat adviezen voor de bemesting van gewassen met stikstof, fosfaat, kali, magnesium, zwavel, calcium en sporenelementen en voor bekalking van de bodem. Voor toepassing van de adviezen moet de bodemvruchtbaarheid van de percelen bekend zijn en het bouwplan. De bodemvruchtbaarheid kan men laten vaststellen door een erkend laboratorium voor landbouwkundig grondonderzoek. Verder moeten de opbrengstgegevens van de gewassen in het bouwplan op het betreffende perceel bekend zijn. Voor de stikstofbemestingsadviezen moet men de voorraad minerale stikstof in de bodem voor aanvang van de teelt (laten) meten.
De adviezen worden vastgesteld door de Commissie Bemesting Akkerbouw en Vollegrondsgroententeelt (CBAV). Deze commissie is samengesteld uit vertegenwoordigers van de Land- en Tuinbouworganisatie Nederland (LTO) en bemestingsspecialisten uit het onderzoek en de voorlichting (zie kader).
Een juist gebruik van de adviesbasis vereist een gedegen basiskennis van bemesting. De adviesbasis is in eerste instantie ontwikkeld voor voorlichters, teeltbegeleiders en adviseurs in de akker- en tuinbouw, maar is ook te gebruiken door het onderwijs, bemestingslaboratoria en telers.

Afbeeldingen 1 en 2. Voor een goede bemesting van bodem en gewas zijn bemestingsadviezen ontwikkeld.

Adviesbemesting_foto1  

Stikstof

De stikstofbemestingsadviezen geven de gemiddelde optimale stikstof¬gift per gewas aan, rekening houdend met de voorraad minerale stikstof in de bodem (Nmin) voor aanvang van de teelt. De daadwerkelijk optimale stikstofgift verschilt per situatie en is van veel factoren afhankelijk, onder andere van het stikstofleverend vermogen van het perceel, de voorvrucht, de vochtvoorziening en de ziektedruk.
Op basis van ervaringen en kennis van percelen en gewassen, kan men het advies aan de eigen situatie aanpassen. Daar waar mogelijk geeft de adviesbasis handvaten voor zulke aanpassingen. Zo zijn vuistregels opgenomen voor korting van de stikstofgift in geval van ondergewerkte groenbemesters en gewasresten. Verder wordt bij sommige gewassen een correctie op de N-gift aangegeven op basis van raseigenschappen, bijvoorbeeld vroegrijpheid bij aardappelen, of voor toediening van de meststof via rijenbemesting (maïs).
De bemestingsadviesbasis bestaat dus uit meer dan een enkel getal, maar bevat ook informatie om te komen tot een meer perceelsspecifiek advies.

Naast formele adviezen bevat de adviesbasis voor een aantal gewassen informele adviezen. Deze zijn met weinig onderzoek onderbouwd en/of berusten op praktijkervaringen van vooral voorlichters en teeltbegeleiders.
Verder is voor aardappelen en een aantal groentengewassen een stikstofbijmestsysteem (NBS) in de adviesbasis beschreven. Hiermee kan men beter inspelen op de actuele groeiomstandigheden, waaronder stikstofmineralisatie in de bodem en uitspoeling.

Fosfaat en kali: bodem- en gewasadviezen

Voor fosfaat en kali hangt de hoogte van de adviesgift af van de grondsoort, de fosfaat- en kalitoestand van de bodem en de gewasbehoefte. De toestand van de bodem wordt vastgesteld door grondonderzoek (bodemvruchtbaarheidsonderzoek).
Het advies bestaat uit twee delen: een bodemadvies en een gewasadvies. Voor de fosfaat- en kalitoestand van de bodem gelden minimum streefwaarden. Het bodemadvies is gericht op handhaving van deze streeftoestand of verhoging van een te lage toestand tot aan het streefniveau (reparatie). Het gewasadvies is gericht op het behalen van een economisch optimale opbrengst bij een bepaalde toestand van de bodem. Naarmate de fosfaat- of kalitoestand van de bodem hoger is, is het gewasadvies lager. Voor een optimale bemesting moet aan beide adviezen worden voldaan. Hoe men ze beide op elkaar moet afstemmen, is in de adviesbasis toegelicht in de inleidingen bij het fosfaat- en het kalibemestingsadvies.

Adviezen overige nutriënten en bekalking

Voor magnesium is een bodemgericht advies beschikbaar voor dekzand, dalgrond en löss op basis van de magnesiumtoestand van de bodem. Voor klei en zeezand geeft de adviesbasis geen advies op basis van magnesiumtoestand. Daarnaast is er wel voor alle grondsoorten een advies voor bladbemesting met magnesium, afhankelijk van het optreden van gebreksverschijnselen. Als hulpmiddel is een beslisschema opgenomen om te bepalen wanneer een magnesiumhoudende bodemmeststof moeten worden gestrooid of een magnesiumbespuiting moet worden uitgevoerd.

In 2010 is aan de adviesbasis een zwavelbemestingsadvies toegevoegd. Doordat de depositie van zwavel de afgelopen decennia is afgenomen, is kan een zwavelgift nodig zijn om zwavelgebrek te voorkomen. Dit hangt af van de zwavelbehoefte van het gewas en de zwavelaanvoer vanuit de bodem.

Verder zijn adviezen opgenomen voor calcium en sporenelementen. Hierbij is beschreven onder welke groeiomstandigheden (grondsoort, organische-stofgehalte, pH, weersomstandigheden) er gebrek kan optreden en wat men daartegen kan doen. Voor de sporenelementen borium en koper is een bodemadvies beschikbaar op basis van de borium- of kopertoestand van grond. Voor calcium, borium en mangaan zijn beslisschema’s als hulpmiddel opgenomen om te bepalen wanneer een bemesting nodig is, met een bodemmeststof of een bladmeststof.

Tot slot is in de adviesbasis een hoofdstuk opgenomen over bekalking om de gewenste bodem-pH te bereiken. Daarbij is ook aangegeven wat die streef-pH is, afhankelijk van bouwplan, grondsoort en organische-stofgehalte.

Bemestende waarde van organische mest

Veel akkerbouwers gebruiken organische mest als aanvoerbron van mineralen en organische stof. De adviesbasis geeft vuistgetallen om de bemestende waarde van organische mest te schatten voor wat betreft stikstof, fosfaat en kali. De bemestende waarde (ofwel werking) hangt af van de mestsoort en voor stikstof ook van het tijdstip en wijze waarop de mest wordt toegediend en de lengte van de stikstofopnameperiode van het gewas.

Economisch optimale adviezen versus gebruiksnormen

De bemestingsadviezen in de adviesbasis zijn gericht op het behalen van een landbouwkundig, economisch optimaal resultaat. De adviesbasis houdt geen rekening met milieukundige gevolgen van bemesting. Het mineralenbeleid doet dat wel. Bij de vaststelling van de gebruiksnormen voor stikstof en fosfaat geldt dat de landbouw aan milieucriteria moet voldoen wat betreft de emissie naar grond- en oppervlaktewater. Verhoging van stikstofbemestingsadviezen leidt daarom niet automatisch tot verhoging van de gebruiksnormen.
De stikstofgebruiksnormen zijn in eerste instantie gebaseerd op de bemestingsadviezen. Maar in situaties waar bij toepassing van het advies de nitraatnorm (50 mg/l NO3 in het bovenste grondwater of het oppervlaktewater) wordt overschreden, zijn de normen verlaagd. Dit is vooral het geval op zand- en lössgrond bij zogenaamde uitspoelingsgevoelige gewassen als aardappel, maïs en diverse groentegewassen. Knelpunten in de stikstofvoorziening van de gewassen zullen bij verdergaande verlaging van de gebruiksnormen dan ook het snelst optreden in een bouwplan met een hoog aandeel uitspoelingsgevoelige gewassen op zand- en lössgrond.
Door de in het algemeen goede tot hoge fosfaattoestand van de Nederlandse bodems zal aanscherping van de fosfaatgebruiksnorm op de meeste bedrijven geen gevolgen hebben voor de fosfaatvoorziening. Bovendien hangt de fosfaatnorm af van de fosfaattoestand, zodat bij een lagere toestand (hogere behoefte) meer mag worden gegeven.
Alleen in bouwplannen met een hoog aandeel fosfaatbehoeftige gewassen (aardappelen, groenten), kunnen zich situaties voordoen waarbij niet meer volgens advies kan worden bemest. Fosfaattekort is dan naar verwachting te ondervangen door toepassing van fosfaatrijenbemesting (geconcentreerde plaatsing van de fosfaatmeststof in de bodem naast de plantenrijen). Het fosfaat is daardoor beter beschikbaar voor de plant dan bij volvelds bemesting, waardoor met een lagere fosfaatgift een even goede opbrengst kan worden behaald. Plaatsing gaat het beste met kunstmest. Het meeste fosfaat wordt in Nederland echter toegediend in de vorm van dierlijke mest. In het bemestingsonderzoek wordt daarom gezocht naar mogelijkheden om ook dierlijke mest als rijenbemesting toe te passen (o.a. bij maïs).

De Commissie Bemesting houdt vast aan optimale bemestingsadviezen, maar realiseert zich tegelijkertijd dat de teler daarbij ook aan de gebruiksnormen moet voldoen. De commissie streeft ernaar om bij een volgende actualisatie van de adviesbasis op deze problematiek in te gaan door naast alleen gewasgerichte advisering ook op bedrijfsniveau te adviseren. De gebruiksnormen gelden op bedrijfsniveau en bieden ruimte om de beschikbare stikstof- en fosfaatruimte op het bedrijf naar eigen inzicht over de gewassen en percelen te verdelen. De Adviesbasis Bemesting zal daarbij, waar mogelijk, handvaten geven om tot een zo optimaal mogelijke verdeling te komen.

Doordat de bemestingsadviezen sinds 2006 worden gebruikt als basis voor de gebruiksnormen hebben ze een andere status gekregen. Gevolg was dat er twijfels ontstonden over de juistheid van adviezen. Voor diverse gewassen is daarom onderzoek uitgevoerd naar de stikstofbehoefte. Dit heeft bij een aantal gewassen geleid tot verhoging van het stikstofbemestingsadvies (o.a. bij wintertarwe, zaaiuien en zomergerst), maar uit milieuoverwegingen niet altijd tot aanpassing van de gebruiksnorm voor de betreffende gewassen (bijvoorbeeld bij wintertarwe en zomergerst op zand- en lössgrond).

Verdere verfijning adviezen nodig

Voor fosfaat en kali hangt de hoogte van de adviesgift af van de grondsoort, de fosfaat- en kalitoestand van de bodem en de gewasbehoefte. De toestand van de bodem wordt vastgesteld door grondonderzoek (bodemvruchtbaarheidsonderzoek). Het advies bestaat uit twee delen: een bodemadvies en een gewasadvies. Voor de fosfaat- en kalitoestand van de bodem gelden minimum streefwaarden. Het bodemadvies is gericht op handhaving van deze streeftoestand of verhoging van een te lage toestand tot aan het streefniveau (reparatie). Het gewasadvies is gericht op het behalen van een economisch optimale opbrengst bij een bepaalde toestand van de bodem. Naarmate de fosfaat- of kalitoestand van de bodem hoger is, is het gewasadvies lager. Voor een optimale bemesting moet aan beide adviezen worden voldaan. Hoe men ze beide op elkaar moet afstemmen, is in de adviesbasis toegelicht in de inleidingen bij het fosfaat- en het kalibemestingsadvies.

Afbeeldingen 3 en 4. De adviesbasis bemesting geeft ook vuistregels om de bemestende waarde van organische mest te schatten.

Foto 3 + 4.De adviesbasis bemesting geeft ook vuistregels om de bemestende waarde van organische mest te schatten.   Foto 3 + 4.De adviesbasis bemesting geeft ook vuistregels om de bemestende waarde van organische mest te schatten.

Meer privaat gefinancierd onderzoek

De Commissie Bemesting streeft naar openbare en uniforme adviezen. De laatste jaren zien we een tendens dat diverse marktpartijen zelf adviezen ontwikkelen. Vanwege commerciële overwegingen is er niet altijd de bereidheid om deze adviezen te laten toetsen en, bij een positieve beoordeling, te laten opnemen in de Adviesbasis bemesting. Dit zet de uniformiteit van adviezen onder druk. Als Commissie proberen we daar zo goed mogelijk afspraken over te maken om dit tegen te gaan.

Tot besluit

Het is van belang dat bemestingsadviezen goed zijn onderbouwd, up to date zijn en aansluiten bij de maatschappelijke eisen van de huidige tijd. In het verleden was de ontwikkeling van de adviezen vooraal gericht op het behalen van een goede opbrengst en kwaliteit. Tegenwoordig is daar het streven naar een duurzame landbouw bijgekomen en moeten bemestingsonderzoek en -advisering telers handvaten geven om dit te realiseren.