Secondary menu

Kennisakker - thema/gewas: Biologische teelt

Bouwplan pas compleet met teelt van vanggewassen

Deze brochure gaat in op het belang van vanggewassen: voorkomen of beperken van stikstofverlies, verbetering bodemstructuur, erosiepreventie en onderdrukking van onkruiden.

Vlinderbloemigen brengen bemesting in evenwicht

Deze brochure gaat in op het belang van vlinderbloemigen voor een evenwichtige bemesting op het (biologische) akkerbouwbedrijf.

Onkruidonderdrukking door zwarte grond

Onkruid beperken in vooral fijnzadige gewassen als zaaiuien en peen is nog steeds één van de dingen die veel arbeid vragen op de biologische akker- en tuinbouwbedrijven. Naar aanleiding van een idee van Anton van Vilsteren (biologische teler) is in samenwerking met van Hienen Mechanisatie, PPO Lelystad, PRI Wageningen en Orgapower een machine ontwikkeld om tot beperking van onkruiden in de gewasrij te komen.

Passende rassen: Rassenonderzoek zaaiui voor biologische bedrijfssystemen

Eén van de belemmeringen voor het opzetten van rassenonderzoek voor de biologische landbouw is de financiering. De biologische sector is klein en kan onmogelijk alleen uitgebreid rassenonderzoek voor alle gewassen financieren. Het doel van het project 'Passende Rassen' is te onderzoeken wat de meerwaarde is van specifieke rassenproeven voor de biologische landbouw. Als voorbeeldgewassen zijn zomertarwe en zaaiui gekozen. Deze samenvatting gaat alleen over zaaiuien.

De volgende vragen worden behandeld:
1. Welke eigenschappen zijn voor biologische telers essentieel om te beoordelen?
2. In hoeverre zijn toetsen, die in het gangbare rassenonderzoek zonder ziekten- en plagenbestrijding gebruikt worden, ook bruikbaar voor de biologische landbouw?

Rassenbulletin biologische zomertarwe

In het rassenbulletin biologische zomertarwe vindt u de meest actuele informatie over eigenschappen en opbrengsten van zomertarwerassen, geteeld onder biologische omstandigheden.

Biologie en beheersing van meerjarige onkruiden in de biologische teelt

De beheersing van meerjarige onkruiden op biologische bedrijven is een zaak van lange adem, daar deze onkruiden veelvuldig opnieuw uitlopen uit hun ondergrondse opslagorganen. In deze bureaustudie wordt voor een negental meerjarige onkruiden informatie uit literatuur en bij experts verzameld over biologie en beheersmogelijkheden zonder chemische bestrijdingsmiddelen.

Granen bron van onkruidvervuiling?

Op biologische bedrijven werden in tarwe vaak meer onkruiden geteld dan in de andere gewassen. Zaadproductie van onkruid in wintertarwe kan wel oplopen tot duizend zaden per plant. Onderzoekers van PPO en PRI benadrukken het gevaar van onopvallende veronkruiding vanuit het graangewas en de mogelijkheden om deze veronkruiding tegen te gaan.

Innovatie in de mechanische onkruidbestrijding

In de biologische landbouw is de onkruidbeheersing een knelpunt. Mechanische onkruidbestrijding is hier een noodzaak om het aantal uren handwieden terug te dringen. In de reguliere landbouw bestaat belangstelling voor de mogelijkheden van mechanische bestrijding, omdat sommige onkruidsoorten met het soms te smalle bestrijdingsmiddelenpakket te weinig worden bestreden, om meer milieuvriendelijk te telen en ten behoeve van management van herbicideresistentie.

Biologisch uitgangsmateriaal: knelpunteninventarisatie in vermeerdering, opkweek en teelt

In het kader van het LNV-onderzoeksprogramma “Gezond en vitaal uitgangsmateriaal voor biologische en andere vormen van duurzame landbouw” is een onderzoek gedaan naar de knelpunten bij de vermeerdering, opkweek en gebruik van biologisch uitgangsmateriaal. Hiervoor is een enquête gehouden onder een groep biologische akkerbouwers en vollegrondsgroentetelers en is een aantal interviews gehouden bij vermeerderaars en kwekers van biologisch uitgangsmateriaal, aanvullend op een eerdere inventarisatie bij veredelingsfirma’s.

Uit de resultaten van de enquête en de interviews blijkt dat slechts voor enkele gewassen de invoering van de EU-verordening in 2004 weinig problemen op zal leveren. Voor veel gewassen blijkt het rassenassortiment erg beperkt en/of voldoen de beschikbare biologisch vermeerde rassen niet aan de wensen van de telers. De telers geven dit aan als de belangrijkste redenen voor het gebruik van gangbaar vermeerderd niet-ontsmet uitgangsmateriaal. Slechts voor de gewassen waar de telers weinig hebben aan te merken op de kwaliteit van het biologisch vermeerderd uitgangsmateriaal lijkt 2004 realistisch. De geloofwaardigheid van de biologische sector is in het geding wanneer de invoering van de verordening opnieuw wordt uitgesteld, maar het is de vraag of dit opweegt tegen de genoemde negatieve gevolgen van de verordening voor veel biologische teelten.

Biologische teelt van graszaad

Uit eerder onderzoek bleek dat de mogelijkheden voor mechanische onkruidbestrijding toenamen naarmate de rijenafstand ruimer is. Bij Engels raaigras op zandgrond ging dit tot een rijenafstand van 50 cm iets ten koste van de zaadopbrengst; op kleigrond was er geen nadelig effect van deze ruime rijenafstand op de zaadopbrengst. Onbekend is wat de effecten van een ruime rijenafstand zijn in de biologische teelt met een terughoudend aanbod aan mineralen (met name stikstof) die bovendien overwegend in een organische vorm worden aangeboden. Vanuit de graszaadbedrijven bestaat de vrees dat bij ruime rijenafstanden bij zwadmaaien of van stam dorsen er grotere maaiverliezen zijn.

Beide aspecten zijn in dit project onderzocht en gebleken is dat, zowel bij de organisch als met kunstmest bemeste objecten, een ruime rijenafstand (50 cm) geen negatief effect had op de zaadopbrengst en een wisselend effect op de kwaliteit van de praktijkoogst. De zaadopbrengst bij organische bemesting bleef 10-30% achter bij (100 kg N/ha) kunstmest.

Arbeidspiek in beeld op biologische bedrijven

Dit artikel beschrijft de arbeidsbehoefte van en arbeidsorganisatie op biologische akkerbouw- en vollegrondsgroentebedrijven in Nederland. Hiertoe is gebruik gemaakt van regionaal herkenbare bedrijfsopzetten. Bij de onkruidbeheersing en de oogst en het afzetklaar maken van de groentegewassen is het 'alle hands aan dek'. Onkruid zorgt voor de hoogste piek. Die bij de oogst en het afzetklaar maken kan afgevlakt worden door een goede verdeling van zomer-, herfst- en winterteelten. Een grote arbeidspiek ontstaat als het plantwerk samenvalt met de onkruidbestrijding.

Bemesting op biologische bedrijven nog vaak erg onevenwichtig

In dit artikel wordt de huidige (= december 2000) bemestingssituatie in de biologische praktijk (BIOM-innovatiebedrijven) behandeld, zodat de knelpunten inzichtelijk worden.
Het afstemmen van bemesting op milieueisen, met behoud van bodemvruchtbaarheid en optimale productie is niet eenvoudig voor biologische bedrijven. Dat komt door de complexe bouwplannen die vaak nog op het laatste moment veranderen door de invloed van de markt. Daarnaast is de beschikbaarheid van geschikte (biologische) mest beperkt.

Biologische akkerbouw in Zuid-Limburg

Zuid-Limburg wordt gekenmerkt door een heuvelachtig landschap en zeer vruchtbare, maar slempgevoelige lössgronden, soms met veel stenen in de bouwvoor. Watererosie komt onder deze omstandigheden vaak voor. Het geeft verlies van vruchtbare teeltaarde en leidt tot overlast van water en modder in dorpen en op wegen. De teeltmaatregelen die een akkerbouwer kan nemen om erosie tegen te gaan, lijken niet te combineren met mechanische onkruidbestrijding. Dit levert een probleem op voor akkerbouwers in het heuvelland, die biologisch willen telen.

Vruchtwisseling basis voor kwaliteitsproductie op biologisch bedrijf

De basis van een gezonde en productieve biologische bedrijfsvoering is een zorgvuldig samengestelde vruchtwisseling en een daarmee samenhangend bemestingsplan. Alleen dan kunnen optimale milieutechnische en economische prestaties geleverd worden. In het BIOM-project wordt hier samen met telers aan gewerkt. Dit artikel gaat verder in op theorie en praktijk van vruchtwisseling.

Subscribe to Kennisakker - thema/gewas: Biologische teelt