Secondary menu

Kennisakker - thema/gewas: Bewaring

Natuurlijk koelen en bewaren

Dit document geeft een serie van artikelen, gepubliceerd in het blad LandbouwMechanisatie, over het natuurlijk koelen (en bewaren) van aardappelen en uien (periode 2013 t/m 2015). De artikelen zijn geschreven in opdracht van en door DLV Bouw, Milieu en Techniek.

Toepassing Royal MH in de teelt van consumptieaardappelen

Het doel van de proef was om antwoord te krijgen op de vragen of het tijdstip van een bespuiting met Royal MH invloed heeft op de opbrengst en kiemremming, wat uiteindelijk het optimale tijdstip van deze bespuiting is en of er sporen van Royal MH achterblijven in de knol.

Beïnvloeding van drogestofgehalte, opbrengstniveau en bewaarbaarheid van uien door teeltmethoden

In 1988 en 1989 zijn in Colijnsplaat en in Lelystad proeven uitgevoerd met de rassen Balstora en Turbo, beide geteeld als zaaiui en als plantui. De proeven hadden tot doel te onderzoeken in hoeverre uitgerijpte plantuien geschikt zijn als grondstof voor de droogindustrie. Kenmerken die in dit kader zijn bestudeerd, zijn het drogestofgehalte, de hardheid en de bewaarbaarheid. Voor de teler is bovendien de opbrengst van groot belang. Het drogestofgehalte bleek voornamelijk bepaald te worden door het ras en slechts in geringe mate door de teeltmethode.

Onderzoek naar kwaliteitsgerichte bewaarmethoden van zaaiuien

In de periode 1987 – 1990 is in de proefcellen van de SNUIF op ROC Rusthoeve te Colijnsplaat en op ROC De Kandelaar onderzoek gedaan naar de optimale droog- en bewaarmethode van uien. Verschillende methoden zijn met elkaar vergeleken. Uit de resultaten blijkt dat de Nederlandse methode waarbij de uien bij 50% afgestorven loof worden geoogst, direct worden ingeschuurd, kunstmatig gedroogd worden met opgewarmde buitenlucht van 30 ˚C  en vervolgens met een halve graad per dag worden teruggekoeld  bij een ventilatiecapaciteit van 15 m3 per m3 uien per uur als beste object naar voren komt.

Bewaring van het plantgoed van sjalot 1964

Plantgoed van sjalot is bewaard gedurende verschillende bewaarperioden en –temperaturen en vervolgens uitgeplant in het voorjaar, waarna de mate van verklistering, het optreden van schieters en de opbrengst zijn vastgesteld.

Sjalot- bewaarproef en doorstookproef 1961

Plantgoed van sjalotten werd bewaard bij temperaturen uiteenlopend van 1 tot 30 ˚C gedurende perioden van 6 tot 12 weken en vervolgens uitgeplant om de effecten op de gewasontwikkeling, de schietneiging, de afrijping en de opbrengst na te gaan. In de doorstookproef werd de bewaring van plantgoed bij verschillende temperaturen, dat gestart was in 1957, weer een jaar voortgezet. Het effect op de ontwikkeling en opbrengst werd bepaald.

Sjalot- bewaarproef en doorstookproef 1960

Plantgoed van sjalotten werd bewaard bij temperaturen uiteenlopend van 1 tot 30 ˚C gedurende perioden van 6 tot 12 weken en vervolgens uitgeplant om de effecten op de gewasontwikkeling, de schietneiging, de afrijping en de opbrengst na te gaan. In de doorstookproef werd de bewaring van plantgoed bij verschillende temperaturen, dat gestart was in 1957, weer een jaar voortgezet. Het effect op de ontwikkeling en opbrengst werd bepaald.

Sjalot-bewaarproef en doorstookproef 1959

Plantgoed van sjalotten werd bewaard bij verschillende temperaturen gedurende verschillende perioden. Vervolgens werd het effect hiervan nagegaan op de ontwikkeling en opbrengst van het gewas. In de doorstookproef werd de bewaring van plantgoed bij verschillende temperaturen, dat gestart was in 1957, weer een jaar voortgezet. Het effect op de ontwikkeling en opbrengst werd bepaald.

Sjalot – Doorstookproef en bewaarproef 1958

Nagegaan is welke invloed een gedurende enkele jaren voortgezette temperatuurbehandeling van het plantgoed heeft op de opbrengst, de ontwikkeling en de schietneiging van het gewas. Deze proef werd voortgezet met een bewaarproef waarbij plantgoed bij verschillende temperaturen werden bewaard gedurende verschillende  perioden en vervolgens werd gekeken naar de effecten hiervan op de opbrengst, afrijping en schietneiging.

Kieming in partijen aardappelen met MH-behandeling

We constateren op dit moment dat er partijen aardappelen kieming vertonen ondanks een MH-behandeling afgelopen groeiseizoen. Ook bij traag kiemende rassen zoals Agria en Markies. De kiem verdikt niet maar loopt verder uit. Is dit ook de situatie bij u in de bewaring? Dan adviseren wij om op een droog product direct te starten met gassen, ongeacht de producttemperatuur.

Hoge temperaturen en rot in de aardappelbewaring vragen om extra aandacht

Door het warmere weer met vooral hoge nachttemperaturen was het drogen/inkoelen van aardappelen lastig. Bovendien kan rot zich makkelijker uitbreiden bij hogere temperatuur. Rassen met problemen zijn Fontane, Ramos, Lady Olympia en Agria. In de loop van deze week worden vooral de nachttemperaturen lager, dus meer droogmogelijkheden.

Kiemremming consumptie aardappelen

In de praktijk zien we goede resultaten van het vloeibaar behandelen tijdens inschuren. Daarbij kan Gro-Stop Ready e.a. (150 ml/ton) onverdund toegepast worden. De producten Gro-Stop Basis e.a. (60 ml/ton) bij voorkeur toepassen in een verhouding van 1:2 met water. Middelen als Gro-Stop Ready geven het minste/geen vetaanslag op apparatuur.

MH in consumptieaardappelen: kiemremming

De laatste jaren zijn er goede ervaringen opgedaan met het gebruik van MH in aardappelen als kiemremmer. Afwegingen om het middel in te zetten zijn:

Bakkleur fritesaardappelen

Als o.a. de bakkleur achteruit blijkt te gaan, kan dit een aantal oorzaken hebben:

Bewaring aardappelen

Nu een deel van de aardappelen binnen zit, blijken er behoorlijke verschillen te bestaan tussen de verschillende partijen. Dit betreft m.n. de hoeveelheid rotte knollen. De beste bewaarstrategie hangt sterk af van de status van de partij op dit moment. We kunnen een drietal categorieën onderscheiden:Partij aardappelen met nauwelijks of geen rotte knollen

Pages

Subscribe to Kennisakker - thema/gewas: Bewaring