Secondary menu

Kennisakker - thema/gewas: Grondbewerking

Werk groenbemesters op kleigrond liever niet te vroeg en vooral zorgvuldig in

De teelt van een groenbemester in het najaar is bevorderlijk voor de bodemvruchtbaarheid en kan stikstof naleveren aan de volgteelt, met name winterharde groenbemesters (o.a. raaigrassen) en vlinderbloemigen (o.a. klavers).

CBAV: onafhankelijke deskundigheid voor een goed bodem- en bemestingsadvies

De Commissie Bemesting Akkerbouw / Vollegrondsgroententeelt (CBAV) stelt de bodem- en bemestingsadviezen voor akkerbouw- en vollegrondsgroentegewassen vast en maakt deze beschikbaar voor telers en anderen via het Handboek Bodem en Bemesting.

De beste keuzes voor het saneren van tarragronden in verband met AM

Inleiding

Bij de oogst van aardappelen komt veel grond mee met het product dat zowel op het eigen bedrijf als elders wordt verzameld en afgevoerd. Op het eigen bedrijf komt bij het inschuren zeefgrond vrij en tijdens het sorteren sorteergrond; gezamenlijk zo’n 1 à 2 ton grond per hectare aardappelen. Deze hoeveelheid hangt af van de grondsoort, de vochtigheid van de grond tijdens de oogst en de kenmerken van de aardappelcultivar. Aan een ruwschillige aardappel met diepe ogen blijft aanzienlijk meer grond hangen dan aan een gladschillige aardappel met oppervlakkige ogen.

Aardappelen frezen

Op een aantal percelen dat nog niet aangefreesd is, beginnen de aardappelen nu boven te komen. U kunt deze percelen op de reguliere manier aanfrezen zonder schade tot het moment dat de aardappelen hun bladeren ontvouwen. Indien de aardappelen met ontvouwen blaadjes bovenstaan, geeft bedekken met grond schade. Er is dan een grote kans op wegrotten van het groeipunt.

Effecten van grondbewerking op bodem en productie

Grondbewerking is een essentiële maatregel in een goed beheer van de bodem. Grondbewerking in Nederland is echter intensief, vooral met het vele ploegen. Dit heeft een aantal negatieve effecten op de bodem, zoals een grotere afbraak van organische stof, meer insporing en minder bodemleven. Minder intensieve grondbewerking, bijvoorbeeld met niet-kerende grondbewerking eventueel in combinatie met vaste rijpaden, heeft deze nadelen niet. Wel zijn er andere nadelen als een lastigere onkruidbestrijding en het maken van een goed zaai- of plantbed.

Telen zonder ploeg

De laatste jaren is er wereldwijd, en ook in Nederland, in de landbouw meer interesse ontstaan voor de niet-kerende grondbewerking. In dit artikel worden diverse aspecten van een dergelijke grondbewerking beschreven.
Er is niet één systeem voor niet-kerende grondbewerking. Er zijn zeer veel systemen, die niet over één kam kunnen worden geschoren. Objectief onderzoek om die verschillende ook innovatievere systemen te vergelijken onder Nederlandse omstandigheden ontbreekt nog grotendeels en werd in 2009 op klei gestart. Bovendien gaan de ontwikkelingen op een aantal plaatsen zeer snel en wordt er veel vooruitgang geboekt in systemen en apparatuur naar de nieuwste inzichten. Daar de potentiële voordelen zowel voor de portemonnee als het milieu erg groot zijn, is het nuttig om de ontwikkelingen te volgen. Dit kan o.a. door naar open dagen en demonstraties te gaan.

Verbetering van strovertering

Stoppelresten en stro van tarwe kunnen een bron van infectie door Septoria, DTR en (aar)fusarium zijn. Doel van dit onderzoek was om een effectief en efficiënt systeem voor de behandeling van gewasresten te ontwikkelen, zodanig dat de gewasresten (ook als er niet geploegd wordt) voldoende snel verteren, waardoor de ziektedruk kan worden verlaagd.

Na twee jaar onderzoek zijn er geen harde conclusies te trekken over de invloed van behandeling van gewasresten op vermindering van de ziektedruk. De indruk bestaat dat verschillen erg klein zijn en dat de tarweteelt geen meetbare negatieve invloeden ondervindt van gewasresten van de voorgaande tarweteelt.

Grondbewerking voor zetmeelaardappelen

In de jaren 2006 en 2007 is in opdracht van de gezamenlijke Verenigingen voor Bedrijfsvoorlichting onderzoek gedaan naar verschillende methoden van hoofdgrondbewerking voor zetmeelaardappelen. Aangezien de resultaten wat wisselend waren en twee jaar onderzoek feitelijk te weinig is voor het trekken van conclusies is het onderzoek in 2008 voortgezet in opdracht van het Productschap Akkerbouw. Van het driejarige onderzoek met de verschillende systemen van ploegen, spitten, vaste tandcultivator en vleugelschaarcultivator voor de teelt van zetmeelaardappelen wordt hier verslag gedaan.

Beoordeel nu uw bodemprofiel

Door de zware mechanisatie en regenrijke winters zien we de laatste jaren veel structuurproblemen op de agrarische bedrijven. Het is verstandig te bekijken wat de oorzaak is van deze structuurproblemen. Is de drainage nog wel goed, zitten er storende lagen in het profiel of is de grond verdicht door de zware mechanisatie?

Grondbewerking na de oogst

Als na de oogst van de rooivruchten het land erg vast is, moet een grondbewerking worden uitgevoerd. Probeer met een vaste tand de sporen tot onder de verdichting los te maken, zodat het water goed weg kan. Zeker na aardappelen geen mengende bewerking uitvoeren om verliesknollen zoveel mogelijk kans te geven om te kunnen bevriezen.

Pages

Subscribe to Kennisakker - thema/gewas: Grondbewerking