Secondary menu

Kennisakker - thema/gewas: Fosfaat

Naar een nieuw P-bemestingsadvies akkerbouw

Samenvatting

Fosfaat is van belang voor een goede gewasproductie. Via het P-gebruiksnormenstelsel daalt de P-bemesting richting evenwichtsbemesting. In de praktijk is er zorg of gewassen dan wel voldoende fosfaat krijgen. Daarom is het belangrijk om te weten wat de bodem zelf aan fosfaat levert en hoe dit in de tijd vrijkomt. Dit om de in de akkerbouwpraktijk toegestande hoeveelheid P zo optimaal mogelijk te kunnen inzetten.

Fosfaat en ureum toedienen met dompelen

Een manier om de fosfaatbeschikbaarheid voor kiemende zaden te verhogen is door het aanbrengen van een fosfaathoudende coating. Jonge wortels van kiemend zaad kunnen zo direct beschikken over het aanwezige fosfaat in de directe omgeving van de wortel. Dit wordt in de praktijk reeds toegepast bij maïs en graszaad (i-Seed). Bij maïs is gebleken dat een coating een positief effect heeft in aanvulling op rijenbemesting. De vraag is of dit wellicht ook zou kunnen gelden voor pootaardappelen.

Adviesbasis voor de bemesting van akkerbouwgewassen - Fosfaat

In dit deel van de adviesbasis vindt u de meest actuele fosfaatbemestingsadviezen.Het advies bestaat uit een gewasgericht advies voor het behalen van een economisch optimale opbrengst en uit een bodemgericht advies voor handhaving van de streeftoestand van de bodem en eventuele reparatie daarvan.

Adviesbasis voor de bemesting van akkerbouwgewassen

Het handboek Adviesbasis voor de bemesting van akkerbouwgewassen bevat de meest actuele bemestingsadviezen. Deze adviezen zijn vastgesteld door de Commissie Bemesting Akkerbouw/Vollegrondsgroenteteelt, die bestaat uit vertegenwoordigers van bedrijfsleven, onderzoek en voorlichting. De adviezen hebben een landbouwkundige grondslag, dat wil zeggen gebruik van het advies leidt tot een economisch optimaal resultaat.

Fosfaat(rijen)bemesting in zaaiuien

Omdat er in de praktijk onduidelijkheid is over de werking en efficiëntie van vloeibare P-meststoffen, heeft ALTIC vanaf 2010 driejarig bemestingsonderzoek uitgevoerd naar de werking van fosfaatmeststoffen in zaaiuien. In dit onderzoek zijn vergelijkingen aangelegd tussen diverse meststoffen en toedieningswijzen.

Uit het onderzoek is gebleken dat volvelds fosfaatbemesting met APP of TSP niet heeft geresulteerd in een hogere opbrengst dan bij geen fosfaatbemesting. Het totaal aantal uien in de maat 40-op nam echter bij een fosfaatgift van 50 kg/ha wel toe . De fosfaatgift verhogen naar 100 kg/ha leidde niet tot een verdere verhoging van het aantal uien.
Rijenbemesting met Powerstart (10 kg/ha P2O5) resulteerde in vergelijkbare tot iets betere opbrengsten. Een APP-toepassing op het zaad of PK 32-6 in de rij gaf lagere opbrengsten. Het effect van de meststof PK30-5 is enkel in de Noordoostpolder getoetst en bleek daar vergelijkbaar met Powerstart. Het coaten van de meststof DAP 18-46 met Avail had geen effect.

Mogelijke toevoegingen van rijenbemesting fosfaat bij aardappelen

De onderstaande meststoffen zijn mogelijke toevoegingen tijdens het poten van aardappelen. Bij objectieve proeven in aardappelen van de laatste jaren, zijn hier nooit spectaculaire opbrengsteffecten gemeten. Wel blijkt dat er met een fosfaattoepassing in de rij, waarbij u minder fosfaat per hectare gebruikt, dezelfde kg-opbrengst te behalen is.

Emissie-neutrale akkerbouw

Het Masterplan Mineralen Management (MMM) streeft naar een emissie-neutrale akkerbouw in 2030 waarbij de verliezen van nutriënten naar bodem, water en lucht niet hoger zijn dan die vanuit onbemeste gronden, met maximaal rendement en maximaal gebruik van biodiversiteit.

Dit rapport geeft weer wat de effecten zijn van een emissie-neutrale akkerbouw en welke technische consequenties dit heeft voor de wijze van bemesten, voor bodemvruchtbaarheid, voor gewasopbrengsten en voor de vraag naar landbouwgrond.

Telen bij lage fosfaatniveaus in de biologische landbouw; achtergronden en literatuurstudie

Fosfaat is belangrijk in de biologische landbouw. Het opraken van fossiele voorraden en emissies naar het oppervlaktewater maken het noodzakelijk het gebruik van fosfaatmeststoffen te beperken en kringlopen na te streven. In de praktijk van de biologische landbouw is er al gauw een fosfaatoverschot op de mineralenbalans wanneer men niet oplet. Aan de andere kant blijkt dat er in de praktijk ook goed geteeld kan worden bij zeer lage fosfaatgehalten in de bodem. Redenen genoeg om een en ander nader te analyseren. Dit onderzoek, uitgevoerd door het Louis Bolk Instituut in samenwerking met Praktijkonderzoek Plant en Omgeving (PPO, WUR), is mogelijk gemaakt binnen het budget van het onderzoeksprogramma Biologische Landbouw van het ministerie EL&I.

Flexibilisering van gebruiksnormen

In dit onderzoek is nagegaan welke mogelijkheden er zijn om binnen milieurandvoorwaarden te komen tot systemen van flexibele gebruiksnormen, waarbij rekening wordt gehouden met de perceels- en bedrijfskenmerken. Er is gekeken naar zowel de stikstof- als fosfaatgebruiksnormen.

Globaal kunnen er drie differentiatiesystemen worden onderscheiden: 1) het van tevoren vaststellen van een gedifferentieerde norm (inspanningsverplichting) of systemen met gedifferentieerde normen met controle achteraf via 2) het N-overschot of via 3) bepaling van de hoeveelheid minerale bodem-N in de herfst (resultaatverplichting).

Benutten van de fosfaatvoorraad in akkerbouwgronden

De wereldvoorraad fosfaat is beperkt. Naar verwachting neemt hierdoor de beschikbaarheid van fosfaatmeststoffen vanaf 2030 af en de prijs toe. De fosfaatgebruiksnorm zal naar 2015 toe worden aangescherpt. Door deze 2 factoren zal de fosfaatgift per hectare afnemen en de fosfaatvoorziening van gewassen meer afhankelijk zijn van de fosfaatlevering vanuit de bodem.
In Nederlandse landbouwgrond is circa 1.500 kilo tot 15 ton fosfaat per hectare aanwezig. Afhankelijk van het gewas wordt tijdens de teelt 40-100 kg P2O5/ha aan de bodem onttrokken.

In deze deskstudie zijn de mogelijkheden onderzocht om de benutting van de bodemvoorraad fosfaat door het gewas te verhogen.

Vloeibare meststofsystemen in consumptieaardappelen

In 2009 en 2010 hebben DLV Plant en het NMI op 6 proeflocaties bemestingsonderzoek uitgevoerd naar het toepassen van vloeibare fosfaatmeststoffen in de rij bij het poten van consumptieaardappelen. Van meerdere vloeibare meststofsystemen is het uiteindelijke effect op opbrengst en maatsortering vastgesteld. Als referentie voor de prestatie van deze systemen is een object met een breedwerpige fosfaatgift met TSP in de proeven opgenomen.
De fosfaatgift toegediend met de vloeibare meststofsystemen bedroeg 50% van de breedwerpige fosfaatgift met TSP. Als belangrijkste conclusie kon worden vastgesteld dat met behoud van opbrengst het door het toepassen van vloeibare fosfaatmeststoffen in de rij bij het poten een besparing van 50% op de breedwerpige fosfaatgift kon worden gerealiseerd.

Ken het stikstof- en fosfaatgehalte van de mest

Als u mest gaat toedienen, is het belangrijk te weten hoeveel stikstof en fosfaat er in zit. Meet bij stikstof zowel N-mineraal als N-organisch. Tussen partijen mest kunnen deze gehalten sterk verschillen.

Fosfaatgebruiksnorm bouwland omlaag

In 2011 zijn de fosfaatgebruiksnormen voor bouwland verlaagd t.o.v. 2010. Voor 2011 gelden de volgende gebruiksnormen:

Ken het fosfaatgehalte van de mest

De fosfaatgebruiksnorm wordt nu bepaald door het Pw-getal. Bij een fosfaattoestand (bouwvoor) hoger dan Pw 55 is de fosfaatgebruiksnorm nu 10 kg P2O5 per ha lager dan die in 2009.

Plaatsing als strategie voor een efficiënte fosfaatbemesting

Fosfaatplaatsing is een bemestingsstrategie waarbij relatief kleine hoeveelheden fosfaat lokaal aangeboden worden in de nabijheid van plantenwortels. In het kader van strengere regelgeving (aanscherping van gebruiksnormen) is onderzocht in hoeverre fosfaatplaatsing een mogelijkheid is om evenwichtsbemesting te realiseren.

Modeluitkomsten gaven aan dat met plaatsing relatief kleine hoeveelheden fosfaat genoeg zijn om de gevraagde opname toch te realiseren. Ook gaven modelberekeningen aan dat een verhoging van het Pw-getal van 25 naar 35 veel minder effectief is dan plaatsing, terwijl voor deze verhoging vele malen meer fosfaat nodig zou zijn.
Uit veldproeven bleek ook dat plaatsing een effectieve manier is om de fosfaatgift sterk te reduceren en toch fosfaat aan te bieden in voldoende hoge concentraties bij de wortel.
Over de bemestende waarde van struviet konden geen uitspraken worden gedaan.

Pages

Subscribe to Kennisakker - thema/gewas: Fosfaat