Secondary menu

Verspreiding aardappelvirus-Yntn door trichodoriden

- -
23/02/2015 - Everaarts, Ellens - HLB

Waar gaat dit over?

Het aardappelvirus-Yntn, hierna PVY genoemd, is een besmettelijk virus, dat via contact door bijvoorbeeld apparatuur of via contact tussen buurplanten gemakkelijk over kan gaan van zieke planten op onbesmette planten. Bladluizen kunnen het virus na zuigen op aangetaste planten via besmette monddelen over brengen naar gezonde planten. In het groeiseizoen van 2009 is veel pootgoed afgekeurd vanwege besmetting met PVY. Sommige aardappelpercelen in het zandgebied van Nederland bleken na een bladtoets in hoge mate besmet met PVY terwijl de partij in het voorjaar schoon de grond in was gegaan en de percelen zo ver van andere aardappelpercelen verwijderd waren dat de luizendruk minimaal was. De ernstige besmettingen van aardappelpercelen met PVY zonder een duidelijke oorzaak was voor pootgoedtelers uit het zandgebied een reden om, ondersteund door DLV Plant in Assen, bij Productschap Akkerbouw de onderzoeksvraag in te dienen of het mogelijk is dat, naast bladluizen, ook zich vrij in de bodem bewegende trichodoride-aaltjes een rol spelen bij uitbreiding van een PVY-besmetting in een perceel.

HLB in Wijster heeft in opdracht van het Productschap Akkerbouw een onderzoek uitgevoerd met de volgende doelstelling: aantonen dat PVY overgedragen kan worden door trichodoride-aaltjes.

Trichodoriden voeden zich door wortels van planten aan te prikken om zo voedingsmiddelen vanuit de plant op te nemen. Om PVY over te kunnen brengen via de monddelen van het aaltje moet het virus niet alleen in de bovengrondse delen van de planten aanwezig zijn maar ook in de wortels. Besmette aardappelknollen zijn daarom uitgeplant. Een aantal weken later zijn verschillende delen van de jonge planten met behulp van RT-SYBR green PCR getoetst op PVY. Uit de toets bleek dat het virus zich inderdaad in de wortels van de aardappelplanten bevond.

Hierna is een pottenproef met vijf objecten opgezet waarin jonge planten van een voor PVY gevoelig aardappelras zijn geïnoculeerd met trichodoriden. In twee objecten werden trichodoriden gebruikt afkomstig van een akkerbouwperceel met in het recente verleden problemen met PVY, die zich daarna in het laboratorium hadden gevoed met PVY-besmette aardappelplanten. Ter vergelijk werden in twee andere objecten trichodoriden gebruikt afkomstig van een grasveld, waarvan zeer onwaarschijnlijk was dat deze populatie ooit met PVY in aanraking was geweest. Het vijfde object was een extra controle van aardappelplanten die niet werden geïnoculeerd, om achteraf aan te kunnen tonen dat het startmateriaal niet al was besmet met PVY.

Zowel de trichodoriden die zich met de PVY-besmette planten hadden gevoed als de trichodoriden afkomstig van het grasveld zijn met PCR getoetst op PVY. In geen van de trichodoriden is het virus aangetoond. Een maand na inoculatie met de trichodoriden is het bladmateriaal van alle vijf objecten met PCR getoetst op PVY. In geen van de planten kon het virus worden aangetoond. Ook later is er geen PVY aangetoond in de inmiddels gevormde dochterknollen. Het is daarom niet aannemelijk dat trichodoriden PVY van plant naar plant kunnen overbrengen en daarmee een bijdrage leveren aan de verspreiding van PVY over een perceel.