Secondary menu

Teelthandleiding groenbemesters - Soedangras

01/05/2004 - R.D. Timmer, G.W. Korthals en L.P.G. Molendijk - PPO-agv

Waar gaat dit over?

Dit hoofdstuk van de teelthandleiding groenbemesters behandelt diverse asecten van Soedangras.

Algemeen

Soedangras of Sorghum is voor een groot deel van de wereldbevolking een belangrijk graan, maar in ons land een minder bekend gewas. Volgens buitenlands onderzoek komt bij de vertering van resten van dit gewas een blauwzuurachtig gas vrij dat een bestrijdend effect heeft op aaltjes, en mogelijk ook werkt tegen onkruiden en bodemschimmels. Hiervoor zou het nodig zijn dat de grond met plastic wordt afgedekt, maar dit is niet eenduidig. Het grote voordeel van soedangras zou kunnen zijn dat het niet specifiek één organisme maar meerdere bestrijdt. Naast deze eigenschappen levert soedangras ook een grote hoeveelheid organische stof. Het gewas is echter zeer warmteminnend; voor een goede groei is een voldoende hoge temperatuur nodig. Bij vroege zaai (mei) is de opkomst weliswaar vlot, maar de beginontwikkeling traag; bij latere zaai (juni/juli) groeit het gewas veelal goed verder. Onder goede omstandigheden kan het gewas wel twee tot drie meter hoog worden, maar in koudere jaren blijft de groei beperkt.

Zaaien

Het zaad van soedangras is fijn en net als graszaad goed te verzaaien. Per ha is 30-40 kg zaaizaad nodig. Omdat soedangras gevoelig is voor (nacht)vorst dient er pas na half mei gezaaid te worden. Als op het perceel problemen zijn met P. penetrans dan is het beter om de grond zwart te houden tot eind juni en dan pas te zaaien. Er moet wel voor augustus gezaaid worden omdat er anders onvoldoende gewasmassa wordt gevormd en er pas in oktober kan worden ondergewerkt. Hierdoor wordt de ontsmettende werking een stuk minder (zeker).

Rassenkeuze

Soedangras behoort tot het geslacht Sorghum. Een geslacht dat veel verschillende soorten kent, zoals S. vulgare, S. halepense en S. bicolor. Wereldwijd zijn hybriden van verschillende soorten in gebruik. In ons land is alleen de hybride "Piper" in de handel.

Bemesting

Een startgift van 30-50 kg N per ha is aan te bevelen.

Ziekten

Onder Nederlandse omstandigheden zijn geen grote problemen geconstateerd.

Plagen

Onder Nederlandse omstandigheden zijn geen grote problemen geconstateerd.

Onkruiden

Wanneer ervoor gezorgd wordt dat het zaaibed onkruidvrij is dan is een onkruidbestrijding zelden nodig; mat name wanneer in juni-juli gezaaid wordt. Bij een vroege zaai kan de beginontwikkeling echter traag zijn en de bodembedekking onvoldoende om het onkruid te onderdrukken.

Aaltjes

Na het onderwerken begint het gewas te verteren en hierbij komen cyanogene (dit zijn blauwzuurachtige) verbindingen vrij, waardoor o.a. aaltjes worden bestreden. Voldoende vocht en stikstof verbeteren de ontsmettende werking. Soedangras vermeerdert een besmetting met het wortellesieaaltje Pratylenchus penetrans even snel als Italiaans raaigras. Door het onderwerken van het soedangras kan het wortellesieaaltje echter weer worden gedood. In enkele gevallen zijn ook goede resultaten geboekt bij het doden van Meloidogyne hapla, het noordelijk wortelknobbelaaltje. Voor een deel is dit terug te voeren op het feit dat de teelt van grassen op zich al onderdrukkend werkt op M. hapla omdat grassen voor dit aaltje geen waardplanten zijn.
Er zijn risico's verbonden aan het inzetten van soedangras bij de bestrijding van aaltjes. Als er onvoldoende organische stof wordt ondergewerkt, of als er te laat wordt ondergewerkt, dan kan de populatie P. penetrans toenemen.

Uit verschillende proeven is gebleken dat soedangras de productie van volggewassen kan beperken. Mogelijk laat soedangras bepaalde groeiremmende stoffen achter in de bouwvoor. Zo zijn er bij PPO-onderzoek problemen gesignaleerd bij de teelt van peen na soedangras. Dit kan ook te maken hebben met de grote hoeveelheid organisch materiaal van de voorvrucht, waarop peen in het algemeen minder gunstig op reageert. In de boomteelt zijn geen duidelijke voorbeelden van verminderde groei na de teelt van soedangras geconstateerd.

Onderwerken

Het advies is om het gewas zo mogelijk onder te werken in de periode tussen eind augustus en half september; het ontsmettingsproces is dan het meest effectief en de omstandigheden voor bewerking van het perceel gunstig. Vooral wanneer in het volgende jaar een gewas gezaaid gaat worden is een goede bodemstructuur van belang. Werk het gewas in ieder geval vóór de winter onder. In de praktijk gebeurt dit nog veel gedurende de winter; als het gewas bevriest en legert levert dat problemen op bij het onderwerken.
Klepel het gewas eerst en frees daarna de gewasresten onder. Als het gewas wordt ondergeploegd dient er eerst gefreesd te zijn. Besteed voldoende aandacht aan het klepelen als u van plan bent op het perceel te gaan zaaien.
Om de doding van aaltjes te verbeteren kan het perceel na het onderwerken worden aangereden of worden aangedrukt met een rol. Het gebruik van plastic is niet nodig; het is een dure maatregel terwijl het positieve effect bij soendangras nooit is aangetoond.

Opslag

Opslag uit overblijvend zaad van Sorghum komt een enkele keer voor, maar vormt geen probleem omdat de planten goed te bestrijden zijn met diverse herbiciden.

Drogestofopbrengst

In Nederland is de teelt van soedangras heel geschikt om een grote hoeveelheid organische stof in de grond te brengen. Het gewas kan wel twee tot drie meter hoog worden en de organische stof productie kan oplopen tot meer dan 70 ton versgewicht per ha. In koudere jaren blijft de groei beperkt.

Teeltkosten

Teeltkosten
zaaizaad: 35 kg à € 3,00 (incl. BTW) = € 105
N-bemesting: 40 kg à € 0,50 = € 20