Secondary menu

Teelthandleiding graszaad

15/06/2005 - G.E.L. Borm - PPO-agv

Waar gaat dit over?

In deze teelthandleiding is alle informatie te vinden over de teelt, oogst en bewaring van graszaad.

Algemeen

De familie van de grassen (Gramineae) omvat ongeveer 10.000 soorten. In ons land komen ruim 100 soorten voor. Tot de familie van de grassen behoren eveneens de granen en maïs. De verschijningsvorm van alle grassen heeft eenzelfde grondpatroon.
De teelt van graszaad is historisch nauw verweven met het gebruik van grasland. De aanleg van grasland, grasgroenbemestingsgewassen, sportvelden en gazons geeft jaarlijks een vrij constante behoefte aan hoog gekwalificeerd graszaad. Daarnaast is er export naar talrijke landen. Hiervoor zijn speciaal grassen gekweekt die voor andere gebieden geschikt zijn.
De zaaizaadproductie van grassen is in ons land relatief erg gunstig door de grote aandacht van de telers en de kwekers/handelaren. Dankzij de klimatologische omstandigheden en de intensieve teeltmaatregelen worden in ons land hoge zaadproducties per ha verkregen. In Nederland zijn kwekers/handelaren die grassen kweken en vermeerderen en daarbij gespecialiseerd zijn in de handel in diverse grassoorten.
Graszaad opnemen in het bouwplan heeft naast het saldo aantrekkelijke nevenpunten. De teelt van deze gewasgroep komt de bodemvruchtbaarheid ten goede. Zeer positief is de verrijking van de bouwvoor met organische stof; daarnaast zijn onkruidbeheersing en arbeidsverdeling gunstige aspecten.
Wanneer de teler voldoende kennis van en aandacht voor het gewas graszaad heeft, kan een goed gewas graszaad zeker concurreren met de granen. De kilogramopbrengsten per hectare zijn echter minder zeker. Deze kunnen van jaar tot jaar sterk variëren.
In deze teelthandleiding wordt een beschrijving gegeven van diverse teeltaspecten; per soort kunnen de teeltmaatregelen aanzienlijk verschillen. In bijlage 1 is een overzicht gegeven van de stikstofbemestingsadviezen, in bijlage 2 van de teeltmaatregelen in de belangrijkste graszaadsoorten Engels raaigras, roodzwenkgras en veldbeemdgras. In bijlage 3 zijn de teeltmaatregelen voor diverse soorten op een rij gezet.

Contracten

De teelt van graszaad vindt uitsluitend op contract plaats. De contracterende kwekers/handelaren proberen die arealen en rassen te contracteren, waarvan zij ook afzet verwachten. Toch zijn verrassingen en tegenvallers uiteraard mogelijk, zowel bij de productie als bij de afzet.
Op de graszaadcontracten zijn de Algemene voorwaarden voor de teelt van in voorkoop gekochte zaaizaden van landbouwgewassen (ATV-L) van toepassing, tenzij anders op het contract is vermeld. Afwijkende contractvoorwaarden moeten minimaal aan de ATV-L-eisen voldoen. De thans geldende ATV-L dateert van 2004 en is vastgesteld door Plantum NL en LTO-Nederland.
Een graszaadcontract moet gezien worden als een vorm van een koopovereenkomst. De teler verplicht zich het te telen graszaad terug te leveren aan de kweker/handelaar. De kweker/handelaar verplicht zich om het graszaad af te nemen. Afhankelijk van de vorm van het contract en het analyseresultaat van het geoogste graszaad vindt de eindafrekening plaats op basis van 12 procent vocht, met een speling van 2 procent.
De meest voorkomende vorm is de participatie-overeenkomst 75-25 maar er zijn ook participatieovereenkomsten met een nadere verdeling.
Bij deze overeenkomst komt 75% van de netto-opbrengstprijs - exclusief eventuele EU-subsidie (deze ondersteuning per 100 kg zaad verdwijnt met ingang van 2006) - toe aan de teler en 25% aan de kweker/handelaar. De netto-opbrengstprijs is de gemiddelde verkoopprijs minus de kosten die de kweker/handelaar heeft gemaakt voor het betreffende ras. Dit zijn bijvoorbeeld de kosten voor het klaarmaken van het product voor de afzet en de kosten van verkoop, aflevering, verzending en de vergoeding voor rasontwikkeling.

Keuring

De graszaadteelt is gebonden aan het keuringsreglement van de Stichting Nederlandse Algemene Keuringsdienst voor zaaizaad en pootgoed van landbouwgewassen (NAK) te Emmeloord.
Bij de keuringseisen wordt rekening gehouden met de generatie. Voor pre-basiszaad gelden strengere eisen dan voor basiszaad, respectievelijk gecertificeerd zaad.
Bij de veldkeuring wordt gelet op de volgende aspecten:

  • aanwezigheid van onkruiden (inclusief grassen);
  • vermenging (vrije randen);
  • belending;
  • rasechtheid;
  • raszuiverheid.

Bij twijfel aan de rasechtheid wordt onder andere gelet op de gemiddelde doorschietdatum. Bij de raszuiverheid wordt gelet op de aanwezigheid van duidelijk afwijkende planten.
Tijdens de bloei van het te keuren gewas moet de sloot- en walkant en de eventueel begroeide perceelsscheiding vrij zijn van bloeiende grassen en onkruiden, voor zover dit gevaar voor inkruising of vermenging kan opleveren voor het te keuren gewas.
Wat de onkruiden betreft gaat het vooral om wilde haver, kweek, duist, warkruid en zuring anders dan schapezuring en zeezuring. Zowel bij de veldkeuring als bij de eisen die gesteld worden aan het geschoonde zaad, gelden voor deze onkruiden zeer strenge eisen. Voorts worden er eisen gesteld wat betreft de hoeveelheid onkruidzaden, de zaden van cultuurgewassen, eventueel de zaden van grove grassen in gecertificeerd zaad en de zaden van straatgras in veldbeemdgras.
In tabel 1 is een overzicht gegeven van moeilijk uitschoonbare vermengingen in de belangrijkste grassoorten.

Tabel 1. Moeilijk uitschoonbare vermengingen in de belangrijkste soorten (Bron: NAK)
VermengingEngels
raaigras
rietzwenkgrasroodzwenkgrasveldbeemdgrasWesterwolds
en Italiaans
raaigras
akkerkool
X
X
X
 
X
beemdlangbloem
X
 
X
  
fijnbladig schapegras   
X
  
geknikte vossestaart   
X
 
genaalde raaigrassen
X
    
kamillesoorten   
X
 
karwij
X
 
X
  
kropaar
X
X
X
  
witbol (meelraai)  
X
  
melkdistel   
X
 
muur   
X
 
raaigrassen 
X
X
  
straat- of tuintjesgras   
X
 
witte krodde   
X
 
ziltvlotgras  
X
X
 
zwenkgrassen
X
  
X
 
-hard-  
X
  
-eekhoorn-  
X
  
-langbaard-  
X
  
ruw en andere beemdgrassen   
X
 

Bij belending van percelen moet rekening gehouden worden met de mogelijkheid van kruisbestuiving. Kruisbestuiving kan optreden tussen:

  • tetraploïde rassen van Engels-, Westerwolds-, Italiaans- en gekruist raaigras;
  • diploïde rassen van Engels-, Westerwolds-, Italiaans- en gekruist raaigras en landrassen van Westerwolds raaigras;
  • de overige graszaadsoorten met zichzelf, uitgezonderd veldbeemdgras (zelfbestuiver);
  • tussen enkele soorten struisgras.

Kruisbestuiving komt wel voor tussen gewoon roodzwenkgras en roodzwenkgras met fijne uitlopers. Deze typen kunnen niet met roodzwenkgras met grove uitlopers kruisen. Voor pre-basis- en basiszaad moet de afstand van een perceel kleiner dan twee ha tot andere percelen minimaal 200 meter zijn. Voor grotere percelen respectievelijk voor gecertificeerd zaad geldt de halve afstand.
Sinds 1996 wordt de veldkeuring van gecertificeerd zaad uitgevoerd door de kwekers/handelaren onder toezicht van de NAK.
Bij de keuring van het geschoonde zaad wordt naast de zuiverheid (zie boven) ook gelet op de kiemkracht en het percentage vocht.

Markt

Binnen Nederland is een aantal gerenommeerde kwekers/handelaren gevestigd, die over goede rassen beschikken. Deze Nederlandse rassen worden ook in het buitenland geteeld. Het geproduceerde zaad is slechts voor een gedeelte bestemd voor binnenlands gebruik. Het grootste gedeelte wordt geëxporteerd.

Ontwikkeling areaal

Vanaf halverwege de zeventiger jaren schommelt het areaal graszaad in Nederland tussen 20.000 en 25.000 ha. Opgebouwde voorraden en wereldmarktprijs hebben een sterke invloed op dit areaal.
Ongeveer tweederde van het areaal ligt in de provincies Zeeland, Noord-Brabant (westen) en Noord-Holland.

In tabel 2 is het areaal opgesplitst naar de belangrijkste grassoorten. Het belang van Engels raaigras is steeds groter geworden. Onder andere door het te geringe aantal toegelaten deugdelijke herbiciden is met name het areaal veldbeemdgras sterk afgenomen.

Tabel 2. Areaal (ha) van de belangrijkste graszaadsoorten (1990-2004) (Bron: NAK-gekeurde oppervlakte/aangegeven oppervlakte)
Soort1990199520002004
Engels raaigras11.55011.50013.70017.270
Roodzwenkgras5.3902.6202.9102.030
Veldbeemdgras5.1404.4002.1001.380
Italiaans raaigras1.1351.1001.070750
Westerwolds raaigras1.5801.5501.0401.970
rietzwenkgras1.1902201.0901.970

Rietzwenkgras wordt pas sinds 1980 in Nederland geteeld. Na een stijging tot 1.600 ha in 1991 is het areaal als gevolg van te grote concurrentie weer sterk gedaald en later weer hersteld.
In 2004 bedroeg de oppervlakte per gekeurd perceel bijna 5 ha.

Graszaad binnen de EU

In tabel 3 is een overzicht gegeven van het areaal graszaad in de belangrijkste graszaadproducerende landen binnen de EU. In tabel 4 is het areaal van de belangrijkste grassoorten binnen de EU vermeld.
Buiten de EU zijn de Verenigde Staten, Canada en Nieuw-Zeeland zeer grote graszaadproducenten. Binnen de EU is Denemarken duidelijk koploper.

Tabel 3. Graszaadareaal (ha) in belangrijkste graszaadproducerende EU-landen in 2003 (Bron: ESGG)
LandGraszaadareaal (ha)
Denemarken80.230
Duitsland29.510
Nederland22.160
Frankrijk19.970
Zweden9.280
Finland8.760
Verenigd Koninkrijk6.800
Italië2.500

Tabel 4. Areaal van de belangrijkste graszaadsoorten in de in tabel 2 vermelde EU-lidstaten in 2003 en het aandeel van Nederland
Graszaadsoortha% in Nederland
Engels raaigras70.48019
roodzwenkgras29.6606.5
Italiaans en Westerwolds raaigras22.79012
veldbeemdgras12.38012.5
kropaar6.1800.0
beemdlangbloem6.8600.3
schapegras en hardzwenkgras1.5909.9
rietzwenkgras9.06021
timothee15.3900.1
gekruist raaigras2.1901.2

Nederland is internationaal gezien vooral van betekenis voor Engels raaigras en rietzwenkgras en in tweede instantie voor veldbeemdgras en de overige zwenkgrassen. Voor een belangrijke soort als timothee en in mindere mate kropaar en beemdlangbloem speelt Nederland nauwelijks een rol.

Andere informatie over economie en management van graszaad