Secondary menu

Kennisakker - thema/gewas: Uitgangsmateriaal

Effect van zaad primen en vroeg zaaien op de opbrengst van cichorei

Uit onderzoek naar de mogelijkheden om de veldopkomst van cichorei te verbeteren kwam naar voren dat het primen (voorkiemen) van zaaizaad een snellere veldopkomst en daarnaast mogelijk ook een hogere opbrengst kan geven. In 2004, 2005 en 2006 is het effect van het gebruik van geprimed zaaizaad nader onderzocht, waarbij tegelijk ook het effect van zeer vroeg zaaien is meegenomen. De ervaringen waren namelijk dat geprimed zaad vooral een snellere opkomst geeft onder koude omstandigheden.

Primen van zaaizaad gaf een snellere veldopkomst en een verhoging van het plantaantal. Bij vroege zaai, ca. half maart, nam de kans op schieters aanmerkelijk toe, ook bij rassen met een goede schieterresistentie. Vervroeging van het zaaitijdstip van begin april naar half maart gaf gemiddeld over de jaren slechts een geringe opbrengstverhoging van 0,4%. De gemiddelde opbrengstverhoging door primen bedroeg ca. 2%. De kosten van het zaad primen kunnen hiermee niet worden terugverdiend. De maximale opbrengstverhoging die gemeten is, bedroeg 8%. De combinatie van vroeg zaaien en het gebruik van geprimed zaad gaf gemiddeld over alle objecten 2% meer opbrengst dan zaaien op een normaal zaaitijdstip en het gebruik van ongeprimed zaad. Hierbij was er echter wel een grote spreiding, uiteenlopend van een 2% lagere opbrengst tot een 7,5% hogere opbrengst.

Demonstratie van de pootgoedkwaliteit van praktijkmonsters in Agrobiokon

De kwaliteit van TBM-pootgoed is van grote invloed op het uitbetalingsgewicht en dus op het rendement van de zetmeelaardappelteelt. Om inzicht te krijgen in welke kwaliteitskenmerken vooral van invloed zijn op de opbrengst, is in het kader van het Agrobiokon 3-project een proef/demoveld aangelegd met verschillende partijen pootgoed van de rassen Seresta en Mercator afkomstig van een representatieve groep zetmeelaardappeltelers.

Het grootste deel van het pootgoed was visueel van ruim voldoende tot goede kwaliteit. Opvallende zaken waren o.a. kieming, deels rotte knollen als gevolg van zowel droog- als natrot, versleten uitgedroogde poters en een onregelmatige en soms zeer fijne sortering.
De verschillen in uitbetalingsgewicht tussen de partijen kon afhankelijk van het ras verklaard worden het bewaarsysteem, de behandeling tegen bewaarziekten, het wel/niet omstorten, het percentage virus, de algemene indruk van de partij en de index voor zilverschurft en Rhizoctonia.

Groeikracht van nieuwe zetmeelaardappelrassen

Kennis over de fysiologie van pootgoed van zetmeelaardappelen is van groot belang voor een vlotte en volledige opkomst en daarmee voor een optimale productie. Bij nieuwe rassen is kennis over deze fysiologie nog maar beperkt aanwezig. Daarom zijn in opdracht van het HPA gedurende één seizoen vijf nieuwe veelbelovende rassen - Aveka, Festien, Menco, Starga en Valiant - onderzocht, samen met twee bekende rassen Seresta en Mercator. Hierbij is de lengte van de incubatietijd, als maat voor de snelheid van veroudering, vastgesteld en ook de gevoeligheid voor bewaring bij heel lage temperatuur (1 °C) en bij wat hogere temperatuur (5 °C ) ten opzichte van 3 °C.

In dit jaar bleek dat de incubatietijd bij het ras Valiant lang was, net als bij het ras Mercator. Dit duidt op een fysiologisch sterk ras, een ras dat niet snel versleten is en dus goed bestand tegen warmere bewaring en extra afkiemen. Aveka had daarentegen een korte incubatietijd, bijna even kort als Seresta, wat erop duidt dat dit ras bij voorkeur niet moet worden afgekiemd en niet te warm moet worden bewaard. De drie andere rassen Festien, Menco en Starga zaten tussen deze beide uitersten in.
Langdurige bewaring bij 1 °C leidde bij Starga en Mercator tot problemen en wordt daarom als te riskant ontraden. Na bewaring bij 5 °C zijn alle rassen afgekiemd en dit heeft er mogelijk toe bijgedragen dat de opkomst na bewaring bij 3 °C veelal het vlotst verliep. Dit was zelfs bij het traag kiemende ras Festien het geval.

Teelthandleiding graszaad - schimmelziekten

In dit hoofdstuk van de teelthandleiding graszaad is informatie te vinden over schimmelziekten in graszaad.

In de graszaadteelt kan een aantal specifieke schimmels van betekenis zijn. In hoeverre ze van invloed zijn voor de zaadproductie, is slechts van een enkele aantasting bekend. In dit hoofdstuk wordt allereerst een korte beschrijving gegeven van de belangrijkste ziekten. ...

Verbeteren van de veldopkomst van cichorei

In de praktijk blijkt er tussen cichoreipercelen een grote variatie te bestaan in veldopkomst. Deze variatie wordt voor een belangrijk deel bepaald door o.a. de weers- en bodemomstandigheden en de zaaibedbereiding. Een belangrijke vraag voor de praktijk is echter of de variatie in veldopkomst ook veroorzaakt wordt door verschillen in zaaizaadkwaliteit en in hoeverre deze verschillen te voorspellen zijn. Daarnaast kwam tijdens het onderzoek ook de vraag op of met behulp van geprimed zaad de veldopkomst en eventueel ook de opbrengst verbeterd kan worden.

Weers- en bodemomstandigheden blijken een veel groter effect te hebben op de opkomst dan de kwaliteit van het zaaizaad. Met geprimed zaad kan, vooral bij lage bodemtemperaturen, een vlottere opkomst verkregen worden. Er zijn aanwijzingen dat met geprimed zaad ook een hogere opbrengst bereikt kan worden.

Nauwkeurig cichorei zaaien loont

In dit artikel wordt ingegaan op het belang van het nauwkeurig zaaien van cichorei.

Teelthandleiding zetmeelaardappelen - pootgoedbehandeling

In dit deel van de teelthandleiding zetmeelaardappelen wordt ingegaan op de pootgoedbehandeling bij de teelt van zetmeelaardappelen.

Teelthandleiding zetmeelaardappelen - standdichtheid

In dit deel van de teelthandleiding zetmeelaardappelen wordt ingegaan op de rol die de standdichtheid speelt bij de teelt van zetmeelaardappelen.

Teelthandleiding consumptieaardappelen - pootgoedbehandeling

In dit deel van de teelthandleiding consumptieaardappelen wordt ingegaan op de pootgoedbehandeling bij de teelt van consumptieaardappelen.

Teelthandleiding consumptieaardappelen - standdichtheid

In dit deel van de teelthandleiding consumptieaardappelen wordt ingegaan op de rol die de standdichtheid speelt bij de teelt van consumptieaardappelen.

De standdichtheid van een gewas is in tweeërlei opzicht belangrijk. Ze is medebepalend voor zowel de opbrengst als de knolkwaliteit, in het bijzonder de knolgrootte.

Inventarisatie van knelpunten en kennishiaten bij de teelt van pootgoed voor zetmeelaardappelen

Wat weerhoudt zetmeelaardappeltelers ervan bij de teelt van pootgoed bekende verbeteringsmogelijkheden toe te passen:

  • Deels is men onvoldoende op de hoogte. Zo herkent men sommige ziekten niet of nauwelijks.
  • Soms is men zich onvoldoende bewust van het voordeel om een verbetering toe te passen, zoals aanpassing van de plantafstand op een bedrijf op basis van het te vermeerderen ras. Soms is ook de plantafstand bij de pootgoedvermeerdering erg ruim.
  • Soms is men het zich wel bewust, maar doet men er toch te weinig aan, zoals het voorkomen van versmering in relatie tot uitbreiding van bacterieziekten of het voorkómen van beschadigingen in relatie tot bewaarverliezen.
  • Ook worden om financiële redenen verbeteringen vaak niet uitgevoerd, zoals bijvoorbeeld de bewaaroutillage voor de bewaring van het TBM-pootgoed.

Teelthandleiding koolzaad - zaad en zaaien

In dit deel van de teelthandleiding koolzaad wordt ingegaan op het zaad en het zaaien van koolzaad.

Effect van de fysiologische ouderdom van het pootgoed op de opbrengst van poot- en zetmeelaardappelen

Dit artikel gaat in op het effect van fysiologische ouderdom van het pootgoed op de opbrengst van poot- en zetmeelaardappelen.

Teelthandleiding zaaiuien - zaad en zaaien

In dit deel van de teelthandleiding zaaiuien wordt ingegaan op het zaad en het zaaien van zaaiuien.

Verbetering van de kwaliteit van TBM-pootgoed - vermeerderingsfactor

De vermeerderingsfactor van de volgende rassen is nagegaan: Nomade, Mercury, Seresta, Starga, Kantara, Florijn, Karakter, Sophytra, Mercator, Festien, Karnico en Katinka.
Op Kooijenburg werd bij alle rassen een vermeerderingsfactor groter dan 10 bereikt met een spreiding van 10,5 (Karakter) tot 18,3 (Seresta).
Op ’t Kompas lukte dit bij twee rassen niet. Hier behaalden Karakter en Mercury een factor van respectievelijk 9,3 en 9,8. De grootste vermeerderingsfactor hadden hier Seresta met 15,8 en Florijn met 15,9.

Pages

Subscribe to Kennisakker - thema/gewas: Uitgangsmateriaal