Secondary menu

Kennisakker - thema/gewas: Uitgangsmateriaal

Eénjarige cyclus van ui; zaadproductie

Er is onderzoek gedaan naar de mogelijkheden om voor de zaadteelt van uien de generatieduur te verkorten van twee jaar naar één jaar. Er zijn uien in november in een warme kas gezaaid en daarin is met kunstlicht bijbelicht om voldoende groei te krijgen. De proef gaf wisselende resultaten en deze zijn gebruikt voor verder onderzoek.

Rassenbulletin 2014 Vezelvlas

De resultaten van het rassenonderzoek vezelvlas 2013 zijn bekend. Er zijn geen nieuwe rassen toegelaten op de Nationale Rassenlijst. In het rassenbulletin staan de gemiddelde resultaten van de jaren 2008 t/m 2013

Hier kunt u het rassenbulletin downloaden

Pootgoedvermeerdering zetmeelaardappelen

Waar gaat dit over?
In de jaren 2008 tot en met 2012 is in opdracht van Productschap Akkerbouw onderzoek gedaan naar éénjarige rasvermeerdering van (TBM)-pootgoed. Ten behoeve van de rasvergelijkingsserie op de PPO locaties ’t Kompas en Kooijenburg is voorgesteld om het onderzoek te verbeteren door de pootgoedvoorziening voor deze rasvergelijking centraal aan te pakken. Op deze wijze wordt er naast kennis van het ras voor de teelt van zetmeelaardappelen ook kennis voor de teelt en bewaring van het ras als (TBM)-pootgoed verzameld. Bovendien wordt de rasvergelijkingsserie als zodanig verbeterd, aangezien verschillende herkomst van pootgoed van grote invloed kan zijn op de (zetmeel)opbrengst. Van het vijfjarig onderzoek wordt hier verslag gedaan.

Pootgoed ontvangen voor consumptieteelt

Het ontvangen van pootgoed is een belangrijk moment in de teelt van aardappelen. Controleer de partij, bij twijfel kunt u in onderstaande tabel enkele maximale toleranties voor klasse A (normen partijkeuring pootaardappelen NAK) vinden:

Vervroeging van de beginontwikkeling van cichorei

In de praktijk blijkt de voorjaarsontwikkeling van cichorei vaak erg tegen te vallen. Verbetering van de voorjaarsontwikkeling kan een mogelijkheid zijn om de opbrengst te verhogen. Met name voor de percelen die vroeg geleverd worden is het interessant om door middel van een vroege ontwikkeling in het voorjaar de opbrengst te verhogen.
In de jaren 2009 t/m 2011 is daarom onderzoek gedaan naar de effecten van vroeg zaaien, geprimed zaad, rijafstand, plantaantal en watertoediening bij zaaien.

Uit dit onderzoek is gebleken dat vroeger zaaien een opbrengstverhoging van 7% per twee weken gaf, uitgaande van niet vroeger zaaien dan 25 maart en een goed schieterresistent ras. Geprimed zaad gaf een vervroeging van de opkomst met 4 dagen, een verhoging van het plantaantal met 14% en een verhoging van de inuline-opbrengst met gemiddeld 1,9%. De invloed van rijafstand en plantaantal was minder groot. Water geven in de zaaivoor bleek niet goed mogelijk te zijn. Water geven achter het aandrukwiel was wel mogelijk, maar de praktische nadelen van deze manier van water geven waren dusdanig groot dat volvelds beregenen na zaaien met een beregeningsinstallatie meer voor de hand ligt.

Verbetering ketenresultaat bruine bonen door beter uitgangsmateriaal

Bij de teelt van bruine bonen worden in toenemende mate afwijkende planten in het veld aangetroffen. Dit is waarschijnlijk het gevolg van gebruik van eigen zaaizaad. De verwerkende industrie (HAK) constateert een teruglopende kwaliteit van de ingekochte bruine bonen, waardoor de continuïteit van deze keten in gevaar dreigt te komen. Zij verwacht deze dreiging door een verbetering van de zaaizaadkwaliteit te kunnen afwenden.
In 2010 is geïnventariseerd welke rassen er momenteel beschikbaar zijn, en met deze rassen is in 2010 en 2011, met financiering van de Productschappen Akkerbouw en Tuinbouw, een rassenvergelijking uitgevoerd.

Belangrijkste conclusie was dat de aloude rassen Berna en Narda nog steeds de voorkeur hebben bij de teelt van bruine bonen. De Narda wat betreft opbrengst en de Berna heeft een plusje wat betreft smaak en uiterlijk. Om kleurverschillen tussen bonen tegen te gaan, is het belangrijk bij deze rassen uit te gaan van gecertificeerd zaaizaad.

Geef uw pootgoed een warme start

Koude, vochtige grond is ideaal voor de Trichodoride aaltjes. Ze bevinden zich dan in de bovenste laag van de grond, waar ze zich te goed doen aan de uitlopers van het pootgoed. Onregelmatige opkomst en plantuitval is het gevolg.

Pootgoed ontvangen

De ontvangst van pootgoed is een belangrijk moment in de teelt van aardappelen. Een slechte partij pootgoed kan later geen goede aardappeloogst opleveren. Wees bij ontvangst dus kritisch op de kwaliteit van het afgeleverde pootgoed.

Verzekert u ervan dat het pootgoed vrij is van aaltjes

Om te zorgen dat het pootgoed zelf geen bron van aaltjesproblemen op uw perceel gaat worden, is het zaak de geleverde pootgoedpartij goed te controleren.

Om een introductie van aardappelcysteaaltjes te voorkomen verdient gewassen pootgoed de voorkeur.
Aanhangende grond kan cysten bevatten. Het is wel belangrijk dat de partij goed teruggedroogd is om rot te voorkomen.

Stel uw pootgoed veilig

Neem in verband met te verwachten tekorten nu reeds maatregelen om uw pootgoed voor 2009-2010 veilig te stellen. Wacht niet af.

Aantal poters tellen

Sommige partijen pootgoed zitten aan de onderkant van de sortering, dus relatief veel kleine knollen in de sortering. Andere partijen zijn juist weer aan de grove kant. Het is daarom van belang dat u het aantal poters per 50 kg vaststelt. Neem tijdens het lossen van het pootgoed meerdere monsters, zodat er uiteindelijk een representatief monster is van 50 kg.

Controleer uw pootgoed bij ontvangst

Deze tip raadt u aan pootgoed zelf na te kijken op symptomen van kringerigheid en wortelknobbelaaltjes.

Invloed van middel A tijdens de bewaring van aardappelen op de Rhizoctonia-onderdrukking in het veld

Ter voorkoming van Rhizoctonia-schade kan vóór het poten een knolbehandeling of tijdens het poten een knol/grondbehandeling worden uitgevoerd. Middel A wordt toegepast tijdens de bewaring om pootaardappelen kiemvrij te bewaren. In de praktijk is gebleken dat middel A ook de Rhizoctonia-aantasting bij opkomst vermindert. Alles wijst op een lagere vitaliteit van Rhizoctonia tijdens de opkomst van de planten.
Om dit te ondersteunen zijn in het bewaarseizoen 2004-2005 en 2005-2006 in opdracht van Hoofdproductschap Akkerbouw bewaarproeven uitgevoerd op het PPO in Lelystad en Valthermond. Daarnaast zijn in de groeiseizoenen van 2005 en 2006 veldproeven uitgevoerd om de effecten van middel A op Rhizoctonia tijdens het groeiseizoen te kunnen beoordelen.

Wanneer een behandeling met middel A wordt uitgevoerd om de kieming van aardappelen in de bewaring tegen te gaan, wordt hiermee ook een bestrijding van de Rhizoctonia op de knol verkregen. Extra hoge doseringen aan het begin van de bewaring toegediend leiden tot een nog betere bestrijding die in de consumptieteelt of bij hogere rhizoctoniabesmettingen ook rendabel zijn.

Pages

Subscribe to Kennisakker - thema/gewas: Uitgangsmateriaal