Secondary menu

Kennisakker - thema/gewas: Kwaliteit

Bakkleur fritesaardappelen

Als o.a. de bakkleur achteruit blijkt te gaan, kan dit een aantal oorzaken hebben:

Effect van borium op de hardheid van uien

In 2009 is er oriënterend onderzoek uitgevoerd om na te gaan of de hardheid van uien te verbeteren is met behulp van bemesting met borium. Uit dit onderzoek is een indicatie naar voren gekomen dat boriumbemesting een licht positief kan hebben op de hardheid van uien.

Omdat dit effect veel kleiner is dan de invloed van o.a. rassenkeuze en stikstofbemesting, is besloten onderzoek naar de invloed van borium op hardheid niet voort te zetten.

Dit jaar groot risico op holheid in aardappelen

Holheid is het verschijnsel waarbij midden in de aardappelknol een holte aanwezig is die aan de buitenkant niet te zien is. Tegen holheid is nu niets meer te doen.

Toepassing van MH in consumptieaardappelen

Toepassing van MH kan in de volgende situaties worden afgewogen:

Veel belangstelling voor rassenonderzoek aardappelen op lössgrond

Op 15 september werd op proefboerderij Wijnandsrade op de themamiddag aardappelteelt aandacht besteed aan de rassenproef van DLV Plant.

Enthousiasme over rassenonderzoek aardappelen zuidelijke zandgrond

Op 3 september werd voor de derde maal door DLV Plant een open middag gehouden bij proefboerderij Vredepeel om de aardappelrassen te bezichtigen. Dit jaar worden 12 rassen getoetst op hun geschiktheid voor frites, chips of koelvers in het zuidoostelijke zandgebied. Het onderzoek wordt gefinancierd door het Productschap Akkerbouw en wordt ondersteund door de diverse pootgoedhuizen.

Doe mee aan vrijwillige nacontrole op virus bij TBM-pootgoed

TBM-pootgoedtelers worden in de gelegenheid gesteld om vrijwillig deel te nemen aan nacontrole op de besmetting met Y- en A-virus. De Stichting TBM stimuleert deze vrijwillige nacontrole. Per bedrijf wordt éénmalig € 50,- beschikbaar gesteld om dit onderzoek te laten uitvoeren. Telers krijgen hierover persoonlijk bericht.

Controleer uw ingeschuurde product

Met het rooien van de aardappelen zijn de aaltjesproblemen niet voorbij. Met name (bedrieglijke) maïswortelknobbelaaltjes (Meloidogyne chitwoodi en M. fallax) , stengelaaltjes (Ditylenchus dipcasi) en het door vrijlevende wortelaaltjes (Trichodorus en Paratrichodorus) overgebrachte tabaksratelvirus gaan met de knollen mee de schuur in.

Groei van consumptieaardappelen

Rond dit tijdstip vragen veel aardappeltelers zich af hoe de markt zich zal ontwikkelen. Kilo’s, sortering, kwaliteit en prijs bepalen het resultaat. Afhankelijk van grondbedekking en temperatuur kunnen de aardappelen komende maand nog veel groeien. De hoogte van het onderwatergewicht kan in deze periode sterk variëren en is onder andere sterk afhankelijk van rijpheid, neerslag en bemesting.

Roestvlekken in aardappelknollen

Roestvlekken in aardappelknollen vormen bij consumptieaardappelen een probleem waar geen afdoende oplossing voor aan te geven is. Het kan zowel door virusziekten veroorzaakt zijn als fysiologisch van aard zijn.

In deze samenvatting worden resultaten van virusonderzoek van praktijkmonsters met roestsymptomen in 2005 gegeven en wordt ingegaan op de theorie van het ontstaan van calciumgebrekssymptomen en tot welke proefopzet dit geleid heeft.
De resultaten van een in 2006 uitvoerde pottenproef worden kort besproken. Kort, omdat er, evenals in de praktijk, maar weinig knollen met roestsymptomen ontstonden. In 2007 is er opnieuw een proef in potten uitgevoerd met een vergelijkbare opzet. Doel van het onderzoek was aanknopingspunten vinden voor teeltmaatregelen om roestvlekken in de praktijk te voorkomen. Dit is niet bevredigend gelukt.

Effect van teeltmaatregelen, afrijping en bewaring op inhoudstoffen, droge stofgehalte en kiemrust van uien

De traditionele teelt van uien heeft zich altijd gericht op productie en het verkrijgen van een gezond en houdbaar product. Er blijken echter meer producteigenschappen te zijn die door de teelt beïnvloed kunnen worden. Bij een groot aantal mensen is bekend dat uien gezond zijn en smaak geven aan het voedsel. De vraag is of door teeltmaatregelen deze stoffen verhoogd kunnen worden.

In de jaren 2003 tot en met 2005 is door middel van veldproeven nagegaan wat het effect is van de stikstofbemesting, zwavelbemesting, rassenkeuze en oogsttijdstip op de opbrengst en bewaring van uien. Daarnaast is ook het effect op bovengenoemde inhoudstoffen onderzocht.

In dit onderzoek zijn de uien bemest met 50, 150 of 250 kg N/ha en 0, 100 of 200 kg zwavel/ha. De hoogste concentratie gezondheidbevorderende stoffen wordt verkregen bij de hoogste stikstof- en zwavelbemesting van respectievelijk 250 kg N/ha en 200 kg S/ha. De concentratie quercitin, organische zwavelverbindingen en pyruvaat in de ui zijn dan het hoogst, maar de fructanen (suikers) nemen af. Ook de opbrengst, % kale uien, hardheid, droge stof en inwendige uitloop scoren minder goed bij een hoge stikstofbemesting.
Uitgaande van de hoogste opbrengst en de beste bewaareigenschappen leveren een stikstofbemesting van 150 kg/ha en een zwavelbemesting van 200 kg/ha de beste resultaten. Hierdoor verandert het pyruvaat gehalte in de ui niet (de scherpe smaak van de ui). Het organische zwavelgehalte en het quercitin gehalte komt door de lagere stikstofbemesting, iets lager te liggen. Hierdoor neemt het gehalte aan gezondheidsbevorderende stoffen iets af.

Doorwas in consumptieaardappelen in 2006

In dit artikel wordt aangegeven hoe omgegaan kan worden met aardappelpercelen met doorwas als het gaat om loofdoding, oogst en bewaring.

Pages

Subscribe to Kennisakker - thema/gewas: Kwaliteit