Secondary menu

Kennisakker - thema/gewas: Oogst, bewaring en verwerking

Akkerbouwplaza

Brancheorganisatie Akkerbouw lanceert Akkerbouwplaza

Vanaf heden is de website Akkerbouwplaza te bezoeken.

Akkerbouwplaza bundelt informatie en geeft verwijzingen naar informatiebronnen. De website bestaat uit kavels, welke in categorieën zijn geclusterd. Iedere kavel geeft toegang tot specifieke informatie. Een gebruiker kan kavels naar eigen inzicht aan zijn persoonlijke pagina toevoegen, verwijderen en/of rangschikken.

Zodoende ontstaat een voor de gebruiker unieke startpagina. Bovendien voorziet Akkerbouwplaza in de veelgebruikte Google zoekfunctie.

Natuurlijk koelen en bewaren

Dit document geeft een serie van artikelen, gepubliceerd in het blad LandbouwMechanisatie, over het natuurlijk koelen (en bewaren) van aardappelen en uien (periode 2013 t/m 2015). De artikelen zijn geschreven in opdracht van en door DLV Bouw, Milieu en Techniek.

Toepassing Royal MH in de teelt van consumptieaardappelen

Het doel van de proef was om antwoord te krijgen op de vragen of het tijdstip van een bespuiting met Royal MH invloed heeft op de opbrengst en kiemremming, wat uiteindelijk het optimale tijdstip van deze bespuiting is en of er sporen van Royal MH achterblijven in de knol.

Oogsttijdstippen met vroege zaaiuien

Het vaststellen van de invloed van het tijdstip van oogsten op de opbrengst van vroege zaaiuien

Vervroeging oogststijdstip zaaiuien dmv afdekken met folie

Nagaan of door het direkt na het zaaien afdekken met folie de ontwikkeling van het gewas kan worden versneld en/of het oogsttijdstip kan worden vervroegd.

Vergelijkend droogonderzoek na de oogst van zaaiuien

Bij de afzet van uien speelt de uitwendige kwaliteit, en met name de uitwendige kleur, een zeer belangrijke rol. Vandaar dat het van groot belang is de velddroging na het rooien geheel of grotendeels te beperken en de droging in de bewaarplaats uit te voeren.

Beïnvloeding van drogestofgehalte, opbrengstniveau en bewaarbaarheid van uien door teeltmethoden

In 1988 en 1989 zijn in Colijnsplaat en in Lelystad proeven uitgevoerd met de rassen Balstora en Turbo, beide geteeld als zaaiui en als plantui. De proeven hadden tot doel te onderzoeken in hoeverre uitgerijpte plantuien geschikt zijn als grondstof voor de droogindustrie. Kenmerken die in dit kader zijn bestudeerd, zijn het drogestofgehalte, de hardheid en de bewaarbaarheid. Voor de teler is bovendien de opbrengst van groot belang. Het drogestofgehalte bleek voornamelijk bepaald te worden door het ras en slechts in geringe mate door de teeltmethode.

Onderzoek naar kwaliteitsgerichte bewaarmethoden van zaaiuien

In de periode 1987 – 1990 is in de proefcellen van de SNUIF op ROC Rusthoeve te Colijnsplaat en op ROC De Kandelaar onderzoek gedaan naar de optimale droog- en bewaarmethode van uien. Verschillende methoden zijn met elkaar vergeleken. Uit de resultaten blijkt dat de Nederlandse methode waarbij de uien bij 50% afgestorven loof worden geoogst, direct worden ingeschuurd, kunstmatig gedroogd worden met opgewarmde buitenlucht van 30 ˚C  en vervolgens met een halve graad per dag worden teruggekoeld  bij een ventilatiecapaciteit van 15 m3 per m3 uien per uur als beste object naar voren komt.

Bewaring van het plantgoed van sjalot 1964

Plantgoed van sjalot is bewaard gedurende verschillende bewaarperioden en –temperaturen en vervolgens uitgeplant in het voorjaar, waarna de mate van verklistering, het optreden van schieters en de opbrengst zijn vastgesteld.

Sjalot- bewaarproef en doorstookproef 1961

Plantgoed van sjalotten werd bewaard bij temperaturen uiteenlopend van 1 tot 30 ˚C gedurende perioden van 6 tot 12 weken en vervolgens uitgeplant om de effecten op de gewasontwikkeling, de schietneiging, de afrijping en de opbrengst na te gaan. In de doorstookproef werd de bewaring van plantgoed bij verschillende temperaturen, dat gestart was in 1957, weer een jaar voortgezet. Het effect op de ontwikkeling en opbrengst werd bepaald.

Sjalot- bewaarproef en doorstookproef 1960

Plantgoed van sjalotten werd bewaard bij temperaturen uiteenlopend van 1 tot 30 ˚C gedurende perioden van 6 tot 12 weken en vervolgens uitgeplant om de effecten op de gewasontwikkeling, de schietneiging, de afrijping en de opbrengst na te gaan. In de doorstookproef werd de bewaring van plantgoed bij verschillende temperaturen, dat gestart was in 1957, weer een jaar voortgezet. Het effect op de ontwikkeling en opbrengst werd bepaald.

Sjalot-bewaarproef en doorstookproef 1959

Plantgoed van sjalotten werd bewaard bij verschillende temperaturen gedurende verschillende perioden. Vervolgens werd het effect hiervan nagegaan op de ontwikkeling en opbrengst van het gewas. In de doorstookproef werd de bewaring van plantgoed bij verschillende temperaturen, dat gestart was in 1957, weer een jaar voortgezet. Het effect op de ontwikkeling en opbrengst werd bepaald.

Sjalot – Doorstookproef en bewaarproef 1958

Nagegaan is welke invloed een gedurende enkele jaren voortgezette temperatuurbehandeling van het plantgoed heeft op de opbrengst, de ontwikkeling en de schietneiging van het gewas. Deze proef werd voortgezet met een bewaarproef waarbij plantgoed bij verschillende temperaturen werden bewaard gedurende verschillende  perioden en vervolgens werd gekeken naar de effecten hiervan op de opbrengst, afrijping en schietneiging.

Oogst en toediening maaimeststoffen

Maaimeststoffen zijn gewassen die speciaal geteeld worden om te dienen als meststof voor een ander gewas. In deze deskstudie zijn de mogelijkheden en voordelen benoemd.

Afsluitende presentaties Masterplan MineralenManagement

Het MMM wil graag dat alle partijen verder aan de slag gaan met de kennis en het materiaal wat in de afgelopen periode is verzameld en opgebouwd. Naast brochures, artikelen e.d. is besloten om aan intermediaren, akkerbouwers en andere geïnteresseerden een powerpointpresentatie over de diverse thema’s binnen het MMM ter beschikking te stellen.

Het gaan dan om de thema's:

Pages

Subscribe to Kennisakker - thema/gewas: Oogst, bewaring en verwerking