Secondary menu

Kennisakker - thema/gewas: Effecten

GEWIS: Verdamping, fotodegradatie en hygroscopische eigenschappen van gewasbeschermingsmiddelen

In het kader van een breder project, dat gericht was op het verbeteren van het beslissingsondersteunende systeem GEWIS, is een bureaustudie uitgevoerd met als doel het verzamelen van kennis over de invloed van verdamping en afbraak door zonlicht op de effectiviteit van een gewasbespuiting.

Onderzoeksresultaten over het effect van verdamping of afbraak onder invloed van zonlicht op de effectiviteit van gewasbeschermingsmiddelen zijn niet gevonden. Op basis van de bestudeerde literatuur is het niet mogelijk om van verdamping of van fotodegradatie een nieuw GEWIS-proces te maken. Uitvoering van onderzoek hieromtrent is gewenst.

Emissie van Chloor-IPC uit aardappelbewaarplaatsen

Per jaar wordt naar schatting 40.000 kg actieve stof Chloor-IPC toegepast als kiemremmingsmiddel van aardappelen. Chloor-IPC is een stof die makkelijk verdampt en weer kristalliseert. Waar deze stof na toediening blijft, is niet bekend. Het doel van het onderzoek was na te gaan of puntemissies optreden bij deze toepassing.

In 2002 en 2004 onderzochten PPO en A&F BV in een moderne aardappelbewaarplaats de Chloor-IPC-gehalten in lucht en de luchtstroming tussen bewaarplaats en buitenlucht. De hoeveelheid Chloor-IPC die uit de aardappelbewaring ontsnapt werd berekend.
Uit dit onderzoek bleek dat slechts 9% van de toegepaste hoeveelheid via ventilatie en lekkage van lucht de bewaarplaats verlaat. 50% Van deze emissie vindt binnen één week na toediening plaats.
Het pas toepassen van Chloor-IPC na terugkoelen en een betere afdichting van kieren, in vloeren en wanden kan het percentage emissie terugdringen.

Milieubelasting door onkruidbestrijding in een biologisch, geintegreerd en gangbaar systeem

In dit onderzoek is, in opdracht van HPA (Hoofdproductschap Akkerbouw) na een vraag van WLTO Akkerbouw NHM, met modelberekeningen gekeken naar de milieubelasting van herbiciden in gangbare en geïntegreerde systemen en de energieconsumptie in alle systemen (dus ook biologisch). Dit is op zowel zand- als kleigrond gedaan.
Daarnaast wordt er verslag gedaan van een literatuurstudie naar de effecten van zowel herbiciden als mechanische bewerkingen op niet-doel organismen, zoals vogels, insecten, waterorganismen, planten, zoogdieren en bodemorganismen.
Uit dit onderzoek is gebleken dat het op basis van de huidige informatie niet mogelijk is een eenduidig antwoord te geven op de vraag of de milieubelasting in een van de systemen hoger ligt dan in een ander systeem.

Gif in sloot door drift kun je voorkomen

Regels worden strikter, meetnetten voor waterkwaliteit fijnmaziger en analyses van stoffen nauwkeuriger. De teler moet steeds vaker inzien dat oppervlaktewater wordt vervuild door teeltmaatregelen. Er kunnen allerlei maatregelen worden genomen om dit te voorkomen en bestrijdingsmiddelen op de plaats te houden waar ze worden gespoten. Spuittechniek, keuze van spuitdop en toepassing van luchtondersteuning, teelt- en spuitvrije stroken langs de sloot en natuurlijke of kunstmatige schermen langs oppervlakte water zijn mogelijkheden. Vooral teeltvrije stroken kunnen hoge kosten voor de teler met zich mee brengen. In 2004 wordt bekend of de doelstellingen voor verwaaiing van gewasbeschermingsmiddelen worden gehaald. Zo niet, dan worden maatregelen aangescherpt.

Vanggewassen op het akkerbouwbedrijf

Bij intensief bespoten gewassen is een teeltvrije strook van 150 cm langs watervoerende sloten verplicht. Als op deze teeltvrije strook vanggewassen worden geteeld, mag deze strook smaller zijn (100 cm). De kosten nemen dan af.
Onderzoek wijst uit dat met vanggewassen en smalle teeltvrije zones de doelstellingen voor driftreductie worden bereikt. De kosten van teeltvrije stroken nemen toe naarmate de ontwatering intensiever is. Bij grote percelen en slootafstanden van 300 meter of meer gaat het om enkele tientallen meters per ha. Bij kleine percelen en slootafstanden van 10 tallen meters kan het oplopen tot 200 meter sloot per ha. Bij een intensief ontwateringssysteem is een smallere teeltvrijestrook in combinatie met een vanggewas economisch interessant.

Samen werken aan verminderen milieubelasting

De laatste jaren verschuift de aandacht bij het evalueren van de inzet van gewasbeschermingsmiddelen van actieve stof naar milieubelasting. Terecht, want vermindering van de milieubelasting is het uiteindelijke doel van zowel de overheid als de moderne ondernemer. Hiermee kan de "license to produce" veilig gesteld worden. Milieubelasting is echter een zeer algemeen begrip. Bij gewasbeschermingsmiddelen moet onderscheid gemaakt worden tussen emissie naar de milieucompartimenten (bodem, water en lucht) enerzijds en de daar optredende schade aan levende organismen anderzijds. Beide effecten kunnen met moderne instrumenten, zoals de BlootstellingsRisicoIndex (BRI) en de MilieuBelastingsPunten (MBP) eenvoudig berekend worden. Daardoor is het mogelijk om gericht te werken aan vermindering van de milieubelasting op ieder individueel bedrijf. Deze aanpak, die al gevolgd wordt in het bedrijfssystemenonderzoek, wordt nu ook toegepast bij de begeleiding van praktijkbedrijven. In dit artikel een weergave van de werkwijze.

Subscribe to Kennisakker - thema/gewas: Effecten