Secondary menu

Kennisakker - thema/gewas: Apparatuur

Let op tankreiniging

Vooral na inzet van sulfonylureum-verbindingen als Ally, Artus, Atlantis, Hussar, Capri Twin, Primus en Safari is het raadzaam om de tank zorgvuldig te reinigen voordat er een ander gewas wordt gespoten.

Automatische sectieafsluiting al snel rendabel

Op steeds meer nieuwe en bestaande veldspuiten kan er voor gekozen worden om de spuit uit te rusten met automatische sectieafsluiting. Met behulp van GPS worden secties op de spuit automatisch aan- en uitgeschakeld op het moment dat een bepaalde locatie in een vorige werkgang al bespoten is. Hierdoor vermindert de overlap wat een middelreductie van 5-10% oplevert.

Gewasbescherming met UV-C licht

In dit onderzoek is op een rij gezet wat er in de literatuur bekend is over de mogelijkheden van UV-C licht voor de bestrijding van ziekten en plagen in de akkerbouw. Het bleek dat er over de toepassing in de akkerbouw met lage doseringen UV-C licht en met korte blootstellingstijden weinig relevante literatuur beschikbaar is. Daarom is ook naar andere literatuur gezocht om eventuele perspectieven voor de akkerbouw op te kunnen sporen.

Vervolgens is er een veldproef uitgevoerd waarin is onderzocht of met UV-C licht Phytophthora infestans in aardappelen kon worden tegengegaan. UV-C licht is toegepast vanaf de tweede dag dat de planten besmet waren, maar nog geen uitwendige symptomen hadden. De frequentie van belichten varieerde van 2 tot 6 keer per week bij 1 of 2 km/uur.
Uit de UV-C-metingen bleek dat er in een dicht en in een open gewas met de nieuw ontwikkelde machine gemiddeld te weinig UV-C licht op de bladeren valt. Enig gewasbeschermend effect van de uitgevoerde belichtingen op de ziekte Phytophthora infestans kon niet worden vastgesteld.

Keuze spuitdoppen

Met het programma 'Keuze spuitdoppen' kunt u selecties maken binnen het assortiment spuitdoppen. Zo kunt u snel een overzicht krijgen van bijvoorbeeld de spuitdoppen die een fijne druppel spuiten en voldoen aan een driftreductie van 50%.

Spuitdoppenkeuze 2009

Het is goed om te weten of u te maken heeft met een natte of droge sloot langs uw perceel. Binnen 14 meter langs iedere sloot heeft u altijd minimaal 50% driftarme doppen nodig. Daarnaast geldt bij een natte sloot een teeltvrije zone. De breedte van de teeltvrije zone is afhankelijk van het te telen gewas (aardappelen, uien bijv. 1,50 m).

Driftreductie in de akkerbouw

Op deze pagina vindt u de nodige informatie over het project Driftreductie in de akkerbouw.

Spuitdoppen - over drift en doppenkeuze

Deze brochure is een handleiding voor het kiezen van de juiste (driftarme) spuitdop.

Biologische effectiviteit van emissiereducerende spuittechnieken bij de bestrijding van schimmelziekten in ui

Zolang er nog geen resistente uienrassen op de markt zijn, kunnen valse meeldauw en bladvlekkenziekte alleen bestreden worden met regelmatig toegepaste fungicide-bespuitingen. Om de emissie van deze middelen naar het milieu zo klein mogelijk te houden, zijn diverse driftreducerende spuittechnieken getoetst in zaaiuien. Van belang is dat beide schimmelziekten onder controle gehouden worden, om zodoende oogstderving te voorkomen.

Driftreducerende spuittechnieken en doppen, hulpstoffen en wisseling van rijrichting kunnen bijdragen aan een betere depositie en verdeling van de middelen. Inzet van driftreducerende spuitregimes hoeft niet ten koste te gaan van de effectiviteit.

Effect van de rijsnelheid bij loofbranden op doding van Phytophthora

In de biologische teelt van aardappelen zijn geen mogelijkheden voor de bestrijding van Phytophthora infestans. Om te voorkomen dat deze percelen zware aantasting krijgen en daardoor een groot risico zijn voor omliggende aardappelpercelen, worden deze percelen/haarden gebrand. Omdat de biologische teler met hoge snelheid wil branden om snel te kunnen ingrijpen én om zijn gewas enigszins te sparen om nog productie te behouden, is onduidelijk in hoeverre mycelium en sporen worden gedood bij verschillende rijsnelheden.

Uit onderzoek, uitgevoerd in 2003 en 2004, bleek dat de doding van de sporen minder was naarmate er bij het loofbranden harder gereden werd. Het advies voor de praktijk is dan ook om bij het loofbranden ongeveer 3 km/u te rijden. Harder rijden doodt de sporen minder goed en leidt niet tot een hogere opbrengst door het "sparen" van het loof.

Driftarm spuiten gevolgen voor herbicide-doseringen

Doppen die grotere druppels afgeven veroorzaken minder drift. Dit heeft ertoe geleid dat het gebruik van driftarme doppen langs watervoerende sloten verplicht is.
De vraag waarmee de praktijk worstelt is of het gebruik van grotere druppels van invloed is op de werking van gewasbeschermingsmiddelen. PPO-AGV deed onderzoek naar het gebruik van driftarme doppen bij lage dosering van herbiciden in ui, maïs en suikerbiet. De belangrijkste conclusie is, dat bij zeer lage doseringen herbiciden een grover druppelspectrum een minder goede bestrijding geeft. Dit kan worden ondervangen door doseringen met ongeveer 30% te verhogen.

Gif in sloot door drift kun je voorkomen

Regels worden strikter, meetnetten voor waterkwaliteit fijnmaziger en analyses van stoffen nauwkeuriger. De teler moet steeds vaker inzien dat oppervlaktewater wordt vervuild door teeltmaatregelen. Er kunnen allerlei maatregelen worden genomen om dit te voorkomen en bestrijdingsmiddelen op de plaats te houden waar ze worden gespoten. Spuittechniek, keuze van spuitdop en toepassing van luchtondersteuning, teelt- en spuitvrije stroken langs de sloot en natuurlijke of kunstmatige schermen langs oppervlakte water zijn mogelijkheden. Vooral teeltvrije stroken kunnen hoge kosten voor de teler met zich mee brengen. In 2004 wordt bekend of de doelstellingen voor verwaaiing van gewasbeschermingsmiddelen worden gehaald. Zo niet, dan worden maatregelen aangescherpt.

Vanggewassen op het akkerbouwbedrijf

Bij intensief bespoten gewassen is een teeltvrije strook van 150 cm langs watervoerende sloten verplicht. Als op deze teeltvrije strook vanggewassen worden geteeld, mag deze strook smaller zijn (100 cm). De kosten nemen dan af.
Onderzoek wijst uit dat met vanggewassen en smalle teeltvrije zones de doelstellingen voor driftreductie worden bereikt. De kosten van teeltvrije stroken nemen toe naarmate de ontwatering intensiever is. Bij grote percelen en slootafstanden van 300 meter of meer gaat het om enkele tientallen meters per ha. Bij kleine percelen en slootafstanden van 10 tallen meters kan het oplopen tot 200 meter sloot per ha. Bij een intensief ontwateringssysteem is een smallere teeltvrijestrook in combinatie met een vanggewas economisch interessant.

Is met driftarme doppen Phytophthora in aardappel goed te bestrijden?

Bij 'normale' spuitvolumes (150-300 l/ha) en 'normale' doseringen (75-100%) beïnvloedt het doptype de werking van de contactfungiciden Shirlan en Maneb-Tin niet. Met andere woorden: met driftarme doppen is P. infestans net zo goed te bestrijden als met standaard spleetdoppen. Toevoegen van de hulpstof Zipper beinvloedt de effectiviteit van deze fungiciden niet significant.

Effect van de druppelgrootte op de effectiviteit van herbiciden

Bekend is dat de druppelgrootte de effectiviteit van herbiciden kan beïnvloeden (Heutink 1999). Bij relatief grote druppels neemt de effectiviteit af, met name op klein onkruid, omdat de druppels dan makkelijk van het blad rollen of afketsen. Grove druppels zorgen echter wel voor minder drift. In het kader van het lozingenbesluit worden driftarme doppen voorgeschreven. Het moet dan duidelijk zijn welke consequenties dit heeft bij de toepassing van verschillende middelen.
Uit het uitgevoerde onderzoek bleek niet dat een grovere druppel een verminderde effectiviteit van de getoetste herbiciden veroorzaakt.

Subscribe to Kennisakker - thema/gewas: Apparatuur