Secondary menu

Kennisakker - thema/gewas: Stikstof

Toepassing van het stikstofbijmestsysteem in zaaiuien

In de periode 1991-1994 is in acht veldproeven onderzoek verricht naar de toepasbaarheid van een stikstof bijmestsysteem voor zaaiuien. Bij dit systeem wordt de totale mestgift verdeeld over een aantal tijdstippen, waarbij per tijdstip een hoeveelheid wordt gegeven die overeenkomt met een streefwaarde waarop de voorraad minerale stikstof op dat tijdstip in mindering wordt gebracht.

Deling van de stikstofbemesting bij zaaiuien

In een praktijkproef is de invloed van de stikstofdeling op de opbrengst van de uien nagegaan bij het normale ras Jumbo en de hybride rassen Hyfield en Hyskin. Een gedeelde stikstofgift (80 + 40 N) heeft, ook bij de hybride rassen, geen hogere opbrengst opgeleverd. De verschillen in maatverdeling waren ook minimaal. Het delen van de stikstofgift op hybride uienrassen lijkt op de kleigronden in Flevoland geen voordeel op  te leveren.

Invloed stikstofdeling en extra kali op de opbrengst en kwaliteit van zaaiuien op de lichte zavelgronden

Op ROC De Waag is in de jaren 1985 tot en met 1990 het effect onderzocht van een deling van de stikstof en een extra kaligift op de opbrengst en kwaliteit van de zaaiuien. Hierbij bleek dat op deze lichte zavelgronden een deling van de stikstof in bepaalde jaren positief kan zijn. Met een deling kan een eventueel optredende zoutschade en een uitspoeling van stikstof bij veel neerslag in het voorjaar worden voorkomen. Een deling in twee giften waarbij 2/3 van de gift voor het zaaien en 1/3 deel eind mei wordt gestrooid, leverde goede resultaten op en is voor de praktijk aan te bevelen.

Stikstof systemen wintertarwe

HLB BV en Proeftuin Zwaagdijk voerden het project “stikstofsystemen in wintertarwe” uit in opdracht van Productschap Akkerbouw in de periode 2010-2012. Doelstelling van het project was het bepalen van het effect van nieuwe (potentiële) stikstofhoudende meststoffen op de opbrengst en kwaliteit van wintertarwe.

Stikstof aardappelen op laat gewas

De ontwikkeling van de meeste percelen aardappelen loopt op dit moment achter op andere jaren. Op sommige percelen is de knolzetting nog maar amper op gang gekomen.

Stikstof strooien

Strooi stikstofkunstmest in het voorjaar en zomer bij voorkeur voor neerslag uit. Zo voorkomt u verlies van stikstof door verdamping van ammoniak. Veel kunstmestsoorten bevatten gedeeltelijk nitraat (kan niet vervluchtigen) en ammoniak. Als u strooit op een droog gewas, op droge grond, gebeurt er niets met de korrel.

Effect van precisiebemesting met stikstof op opbrengst en kwaliteit

De ontwikkelingen rond teeltoptimalisatie, waaronder op de markt komende sensoren en diensten voor gedetailleerde bodemkartering, zijn aanleiding geweest voor het Productschap Akkerbouw (PA) om opdracht te geven aan het Hilbrandslaboratorium voor Bodemziekten (HLB) en BLGG AgroXpertus voor onderzoek naar de bruikbaarheid van genoemde diensten en sensoren voor de praktische landbouw, en dan vooral als instrument voor precisiebemesting. Nadrukkelijk moest bij de uitvoering van deze evaluatie ook een viertal praktijkbedrijven verspreid over Nederland worden betrokken.

Het onderzoek heeft heel veel informatie opgeleverd; zowel over de praktische waarde van sensoren en diensten als over (technische) problemen en verbeterpunten.
In het eerste seizoen is vooral gekeken naar gedetailleerde bodembemonstering via sensoren en is er een inventarisatie gemaakt van de aangeboden diensten en sensorsystemen. In het tweede seizoen 2008-2009 is een viertal bemestingsmethoden met elkaar vergeleken: 1) plaatsspecifieke bemonstering op bodemstikstof, 2) satellietgebaseerde remote sensingbeelden (CropView, MijnAkker), 3) sensingdata verkregen met trekker/werktuig-gebaseerde sensoren en 4) verschillen in bodemprofiel (De Mol, EM38). Daarnaast waren op een paar percelen verschillende stikstofbemestingsniveaus aangebracht ter evaluatie. Uit dit onderzoek bleek er geen behandeling te zijn die een eenduidige positief effect op de opbrengst opleverde. Soms waren effecten positief, soms negatief.
In het teeltseizoen 2009-2010 is besloten om de N-bemesting tot één benadering te beperken, nl. op remote- en nearsensing gebaseerde systemen op de trekker van de telers. Daarnaast zijn de resultaten van de sensoren op de trekker vergeleken met resultaten van remote sensing via satellieten. De plaatsspecifieke N-bemestingsstrategie heeft in het seizoen 2010 goed uitgewerkt. Met compenseren van achterblijvende groei is er kunstmest bespaard, bij stimuleren van een goede gewasontwikkeling is er een opbrengstverhoging geconstateerd. De NDVI en individuele bodemparameters bleken op zichzelf geen of zelden een goede voorspeller van de eindopbrengst te zijn. De relatie tussen remote sensing-opnamen en eigen sensorwaarnemingen was redelijk goed.

Nieuwe bijmestsystemen en -strategieën voor aardappel op zand- en lössgrond

PPO en Altic voeren voor het Masterplan MineralenManagement (MMM) onderzoek uit naar mogelijkheden om de stikstofbenutting van aardappel te verbeteren door de ontwikkeling van nieuwe of verbeterde stikstofbijmestsystemen. Die systemen zijn in 2011/2012 ontworpen en er is een plan van aanpak opgesteld om ze gedurende twee jaar te toetsen in veldproeven. Dit (tussenrapport) gaat in op de veldproeven van 2012 die zijn uitgevoerd op een zuidoostelijke zandgrond (Vredepeel) en op löss (Hulsberg).

Adviesbasis voor de bemesting van akkerbouwgewassen - Stikstof

In dit deel van de adviesbasis vindt u de meest actuele stikstofbemestingsrichtlijnen. Deze geven de door de jaren heen gemiddelde optimale stikstofgift. De optimale stikstofgift is echter van veel factoren afhankelijk, zoals voorvrucht, bemestingsverleden, vochtvoorziening en ziektedruk. Op basis van de eigen ervaringen en kennis van percelen en gewassen kan de richtlijn dan ook aan de eigen situatie worden aangepast.

Adviesbasis voor de bemesting van akkerbouwgewassen

Het handboek Adviesbasis voor de bemesting van akkerbouwgewassen bevat de meest actuele bemestingsadviezen. Deze adviezen zijn vastgesteld door de Commissie Bemesting Akkerbouw/Vollegrondsgroenteteelt, die bestaat uit vertegenwoordigers van bedrijfsleven, onderzoek en voorlichting. De adviezen hebben een landbouwkundige grondslag, dat wil zeggen gebruik van het advies leidt tot een economisch optimaal resultaat.

Stikstofbenutting van vloeibare stikstofmeststoffen in de teelt van aardappelen

Met name bij vloeibare meststoffen bestaat er een reële kans op verlies van stikstof door vervluchtiging. Dit verlaagt de efficiëntie van meststoffen. In 2010 is driejarig onderzoek gestart om het effect van vloeibare meststoffen (Urean, Ureum en NTS) in de teelt van aardappelen te onderzoeken, waarbij ook het effect van de hoogte van de N-gift en het effect van een overbemesting van 50 kg N/ha bij een basisgift van 200 kg N/ha onderzocht.

De hoogste opbrengsten werden in zuid- en noordoost-Nederland gerealiseerd bij 200 kg N/ha, terwijl in het centrale kleigebied 250 kg N/ha tot de hoogste opbrengst leidde. Overbemesting van 50 kg N/ha bij een basisbemesting van 200 kg N/ha had geen duidelijke verhoging van de opbrengst tot gevolg. De N-recovery (een maatstaf voor de benutting van de toegediende stikstofgift) van Urean was op alle locaties meerjarig lager dan die van KAS. NTS en Ureum hadden een vrijwel gelijke N-recovery als KAS.

N-gift wintertarwe en wintergerst

Ondanks het natte najaar 2012 is de stand van de wintergranen over het algemeen goed te noemen, op enkele hoeken na, waar water bij elkaar gelopen is en het wintergraan gestikt is.

Emissie-neutrale akkerbouw

Het Masterplan Mineralen Management (MMM) streeft naar een emissie-neutrale akkerbouw in 2030 waarbij de verliezen van nutriënten naar bodem, water en lucht niet hoger zijn dan die vanuit onbemeste gronden, met maximaal rendement en maximaal gebruik van biodiversiteit.

Dit rapport geeft weer wat de effecten zijn van een emissie-neutrale akkerbouw en welke technische consequenties dit heeft voor de wijze van bemesten, voor bodemvruchtbaarheid, voor gewasopbrengsten en voor de vraag naar landbouwgrond.

Tip N mineraal

Wanneer heeft het nemen van een N min monster toegevoegde waarde:

Ontwerp en toetsing van nieuwe bijmestsystemen voor aardappel op zand- en lössgrond

PPO en Altic voeren voor het Masterplan Mineralen Management (MMM) onderzoek uit naar mogelijkheden om de stikstofbenutting van aardappel te verbeteren door de ontwikkeling van nieuwe of verbeterde stikstofbijmestsystemen.
Die systemen zijn in 2011/2012 ontworpen en er is een plan van aanpak opgesteld om ze gedurende twee jaar te toetsen in veldproeven. De focus ligt hierbij op N-bijmesting op basis van gewassensing (meting van de lichtreflectie door het gewas met een sensor).

Pages

Subscribe to Kennisakker - thema/gewas: Stikstof