Secondary menu

Kennisakker - thema/gewas: Meststoffen

N-systemen in wintertarwe

In opdracht van het Productschap Akkerbouw hebben HLB BV en Proeftuin Zwaagdijk het project “N systemen in wintertarwe” uitgevoerd. In dit project werden bemestingsproeven met diverse stikstofmeststoffen uitgevoerd op de kleigrond in Noord- en Zuidwest- Nederland. Doelstelling van het project is het bepalen van het effect van nieuwe (potentiële) stikstofhoudende meststoffen op de opbrengst en kwaliteit van wintertarwe.

Fosfaat(rijen)bemesting in zaaiuien

Omdat er in de praktijk onduidelijkheid is over de werking en efficiëntie van vloeibare P-meststoffen, heeft ALTIC vanaf 2010 driejarig bemestingsonderzoek uitgevoerd naar de werking van fosfaatmeststoffen in zaaiuien. In dit onderzoek zijn vergelijkingen aangelegd tussen diverse meststoffen en toedieningswijzen.

Uit het onderzoek is gebleken dat volvelds fosfaatbemesting met APP of TSP niet heeft geresulteerd in een hogere opbrengst dan bij geen fosfaatbemesting. Het totaal aantal uien in de maat 40-op nam echter bij een fosfaatgift van 50 kg/ha wel toe . De fosfaatgift verhogen naar 100 kg/ha leidde niet tot een verdere verhoging van het aantal uien.
Rijenbemesting met Powerstart (10 kg/ha P2O5) resulteerde in vergelijkbare tot iets betere opbrengsten. Een APP-toepassing op het zaad of PK 32-6 in de rij gaf lagere opbrengsten. Het effect van de meststof PK30-5 is enkel in de Noordoostpolder getoetst en bleek daar vergelijkbaar met Powerstart. Het coaten van de meststof DAP 18-46 met Avail had geen effect.

Stikstofbenutting van vloeibare stikstofmeststoffen in de teelt van aardappelen

Met name bij vloeibare meststoffen bestaat er een reële kans op verlies van stikstof door vervluchtiging. Dit verlaagt de efficiëntie van meststoffen. In 2010 is driejarig onderzoek gestart om het effect van vloeibare meststoffen (Urean, Ureum en NTS) in de teelt van aardappelen te onderzoeken, waarbij ook het effect van de hoogte van de N-gift en het effect van een overbemesting van 50 kg N/ha bij een basisgift van 200 kg N/ha onderzocht.

De hoogste opbrengsten werden in zuid- en noordoost-Nederland gerealiseerd bij 200 kg N/ha, terwijl in het centrale kleigebied 250 kg N/ha tot de hoogste opbrengst leidde. Overbemesting van 50 kg N/ha bij een basisbemesting van 200 kg N/ha had geen duidelijke verhoging van de opbrengst tot gevolg. De N-recovery (een maatstaf voor de benutting van de toegediende stikstofgift) van Urean was op alle locaties meerjarig lager dan die van KAS. NTS en Ureum hadden een vrijwel gelijke N-recovery als KAS.

Gebruik van mineralenconcentraten (MC)

Afgelopen weken zijn er diverse demo’s geweest met het uitrijden van mineralenconcentraten als kunstmestvervangers. Mineralenconcentraten hebben een hoog gehalte aan N en K (8-10 / 8-11) en passen daarom prima voor gewassen met een hoge stikstof- en/of kalibehoefte.

Welke mineralen passen bij de akkerbouw?

Het project BioNPK streeft ernaar zoveel mogelijk mineralen terug te winnen uit digestaat (het restproduct van vergisting van organische reststromen) en andere natte processtromen. De doelstelling is om daarmee de kringloop van mineralen, die via de door de akkerbouw geteelde producten in de verwerkende industrie zijn terecht gekomen, waar mogelijk te sluiten of althans de verliezen uit de kringloop te reduceren.

Teneinde bij de mogelijke processen van terugwinning in eerste instantie te focussen op afzet van de teruggewonnen mineralen in de akkerbouw, heeft het project behoefte aan inzicht in de wensen van de akkerbouw. Daarbij gaat het erom duidelijk te krijgen aan welke producten/mineralen de akkerbouw behoefte heeft. Achtergrond van die gedachte is om die processen te gebruiken die passen bij een vraaggestuurd aanbod van mineralen in de akkerbouw.
Dit artikel tracht inzicht te geven in het huidige gebruik van mineralen (via bemesting) in de akkerbouw en welke positie producten uit recycling van mineralen uit natte processtromen daarbij zouden kunnen innemen.

Vloeibare meststofsystemen in consumptieaardappelen

In 2009 en 2010 hebben DLV Plant en het NMI op 6 proeflocaties bemestingsonderzoek uitgevoerd naar het toepassen van vloeibare fosfaatmeststoffen in de rij bij het poten van consumptieaardappelen. Van meerdere vloeibare meststofsystemen is het uiteindelijke effect op opbrengst en maatsortering vastgesteld. Als referentie voor de prestatie van deze systemen is een object met een breedwerpige fosfaatgift met TSP in de proeven opgenomen.
De fosfaatgift toegediend met de vloeibare meststofsystemen bedroeg 50% van de breedwerpige fosfaatgift met TSP. Als belangrijkste conclusie kon worden vastgesteld dat met behoud van opbrengst het door het toepassen van vloeibare fosfaatmeststoffen in de rij bij het poten een besparing van 50% op de breedwerpige fosfaatgift kon worden gerealiseerd.

Mogelijkheden en waarde van alternatieve meststoffen

Vloeibare meststoffen staan in de akkerbouw sterk in de belangstelling.

In dit artikel wordt aangegeven dat het van belang is vast te stellen welke landbouwkundige waarde deze producten hebben en of deze producten een goedkoop alternatief kunnen zijn voor gangbare meststoffen. De werking van alternatieve meststoffen is gemiddeld niet beter dan die van korrelmeststoffen. De kostprijs van het product en of een besparing op de toedieningskosten bepalen of de inzet ervan aantrekkelijk is op uw bedrijf. Daarnaast vraagt de inzet ervan maatwerk.

Gebreksverschijnselen in granen?

Vooral zomergranen zijn gevoelig voor mangaan- of magnesiumgebrek. Onder de huidige droge omstandigheden zijn echter ook in wintergranen verschijnselen zichtbaar. Ook diverse herbiciden kunnen echter een reactie geven die lijkt op een gebreksziekte.

Chloor- en zoutschade akkerbouwgewassen

Bij het strooien van grote hoeveelheden kunstmeststoffen bestaat de kans op het optreden van zout- en/of chloorschade. Chloorschade kan optreden bij het gebruik van chloorhoudende meststoffen in het voorjaar.

Toetsing van meststoffen en bemestingssystemen in de aardappelteelt

Er wordt in de praktijk veel informatie verspreid over de positieve aspecten van bepaalde 'nieuwe' meststoffen en bemestingssystemen. In opdracht van o.a. het Productschap Akkerbouw hebben NMI en PPO-agv daarom de gebruikswaarde (o.a. effect op opbrengst en kwaliteit) van een aantal van die meststoffen en bemestingssystemen voor de teelt van poot-, zetmeel- en consumptieaardappelen vastgesteld. In aanvulling daarop is in de veldproeven met zetmeel- en consumptieaardappelen op zandgrond ook het effect op de efficiëntie van de toegediende stikstof onderzocht.

In totaal betrof het 9 veldproeven die zijn uitgevoerd in de jaren 2006, 2007 en 2008. Uit dit onderzoek bleek dat de meerwaarde van 'nieuwe' meststoffen voor het realiseren van de optimale opbrengst bij een verlaagde N-gift beperkt was, dat verlaging van de N-gift met kalkammonsalpeter tot 2/3e van het N-advies bij aardappelen gemiddeld leidde tot een opbrengstderving van 4% en dat een verbeterd N-bijmestsysteem de beste mogelijkheden biedt om een hoge N-benutting bij behoud van opbrengst en kwaliteit te realiseren.

Hussar en Atlantis mengen met Urean

Veel graantelers kiezen voor Urean in plaats van KAS. Om een werkgang te besparen, kan Urean gecombineerd worden met een onkruidbespuiting.

Regelgeving rond compost/zwarte grond

Compost die minder dan 10% organische stof van de droge stof bevat, kan niet meer als meststof worden verhandeld en toegepast. Een dergelijke product moet als grond worden toegepast in overeenstemming met het Besluit bodemkwaliteit. De (van nature) in deze producten aanwezige mineralen hoeven niet te worden meegeteld in het gebruiksnormenstelsel.

Toepassing van vloeibare NPK-meststoffen

Is het gebruik van vloeibare meststoffen voor de akkerbouw zinvol?

  • Voordeel van vloeibare meststoffen is dat ze beter geplaatst en gedoseerd kunnen worden dan vaste meststoffen. Daarnaast kunnen ze gemakkelijker in allerlei concentraties worden gemengd en toegediend;
  • De belangrijkste toepassingen zijn het volvelds verspuiten van urean in granen en aardappelen en injecteren (rijenbemesting) van ammoniumwater (cultanmethode) voor aardappelen en NP-meststoffen voor fosfaatbehoeftige gewassen;
  • In normale jaren geven vloeibare meststoffen geen meeropbrengst in akkerbouwgewassen. Alleen in extreme jaren (bij droogte en natte) kan een beter resultaat worden verkregen;
  • Het verspuiten van urean is alleen rendabel voor de grote graanbedrijven in het noorden van het land. Het gebruik van de cultanmethode in aardappelen is niet rendabel;
  • Bij rijenbemesting op klei en leem kunnen vloeibare NP-meststoffen wel voordelen bieden. Onder natte omstandigheden treedt minder snel versmering op, dit omdat er dunnere toedieningskouters worden gebruikt;
  • In de toekomst kan bij het verder verfijnen van bijmestsystemen en rijenbemesting (lagere geadviseerde giften) mogelijk een hoger rendement met vloeibare meststoffen worden behaald.

Vloeibare meststoffen hebben incidenteel meerwaarde

Vloeibare meststoffen staan volop in de belangstelling. De verwachting is dat door een betere plaatsing en dosering van vloeibare meststoffen minder nodig is dan van vaste meststoffen. Daarom zou gemakkelijker aan Minas kunnen worden voldaan, zonder dat dit ten koste gaat van de gewasopbrengst.

In opdracht van het HPA zijn de resultaten van onderzoek naar vloeibare NPK-meststoffen in de akkerbouw op een rijtje gezet. Dit artikel bespreekt de verschillende toepassingen en gaat in op de vraag in hoeverre vloeibare meststoffen beter werken dan vaste.
Conclusie: In normale jaren geven vloeibare meststoffen geen meeropbrengst in akkerbouwgewassen. Alleen in extreme jaren (o.a. bij droogte) kan een beter resultaat worden verkregen. In het algemeen weegt de iets hogere efficiëntie van vloeibare meststoffen niet op tegen de hogere kosten verbonden aan het gebruik van deze meststoffen.

Subscribe to Kennisakker - thema/gewas: Meststoffen