Secondary menu

Kennisakker - thema/gewas: Schurft

Schurft in aardappelen

In dit overzicht vindt u verschillende links naar informatie over schurft in aardappelen.

Knolkwaliteit van aardappel na diverse (biofumigatie)gewassen

Sommige gewassen bevatten inhoudsstoffen als glucosinolaten. Wanneer dergelijke gewassen goed ingewerkt worden, worden iso-thiocyanaten gevormd die dodelijk zijn voor diverse bodempathogenen. Het onderzoek richtte zich op de vraag of de kwaliteit van de aardappel, die hierna geteeld werd, verbeterd werd door de diverse grondontsmettingstechnieken.

De kwaliteit van de aardappel werd in twee jaar van onderzoek niet eenduidig beïnvloed door de teelt van diverse voorvruchten. Eén jaar was er duidelijk minder diepe schurft (poederschurft) op de knol aanwezig na 8 van de 16 behandelingen. De toevoeging van zaadmeel (biofumigatie) leidde tot een lagere Verticillium-besmetting van de grond en in één jaar tot een hogere lakschurftbezetting.

Invloed van organische toevoegingen aan de bodem op schurftaantasting van aardappelen

De beheersing van gewone schurft in aardappelen is een groot probleem. Zeker nu er in sommige regio's geen beregening met oppervlaktewater mag plaatsvinden in verband met de bruinrotproblematiek. Er zijn eigenlijk geen goede bestrijdingsmogelijkheden. In de literatuur werd melding gemaakt dat het toevoegen van organisch materiaal (o.a. mest) aan de bodem kon bijdragen aan de beheersing van gewone schurft.

In 2004 is door PPO-agv onderzoek gestart waarin gekeken is naar het effect van de toevoeging van organische mest aan de bodem op de gewone schurftaantasting. Uit het onderzoek bleek dat het toevoegen van mest (kip en varken) aan de bodem niet leidt tot onderdrukking van gewone schurft. Enige onderdrukking van de schurft werd vastgesteld bij bemesting met zwavelzure ammoniak en ureum.

Inventarisatie van nieuwe en bestaande mogelijkheden voor de bestrijding van schurft in aardappelen

Dit rapport geeft een inventarisatie van nieuwe en bestaande mogelijkheden voor de bestrijding van schurft in aardappelen weer.

Teelt van aardappelen op bedden ter vermindering van schurft

Er zijn in de periode 1997/1999 vijf proeven op zavelgrond en vijf proeven op zand-/dalgrond aangelegd waarin de teelt op bedden en ruggen is vergeleken:

  • Zavelgrond:
    • geen opbrengstverschil tussen beide systemen;
    • in één proef één keer minder schurft bij bedden;
    • in één proef iets schurft maar geen verschil;
    • in drie proeven geen schurft;
  • Zand- /dalgrond:
    • Geen duidelijke verschillen in opkomst en gewasontwikkeling;
    • geen duidelijke verschillen in vochtgehaltes van de grond;
    • er was wel schurft maar geen duidelijke verschillen tussen ruggen en bedden;

Wat schurft betreft lijkt de meerwaarde van beddenteelt dus marginaal.

Bestrijding van gewone schurft in aardappel

Een verslag van 26 veldproeven op verschillende grondsoorten in de periode 1995-2000:

  • Beregenen tijdens de knolaanleg is de effectiefste maatregel om gewone schurft tegen te gaan;
  • In beperkte mate werkt een volveldsbemesting kort voor het poten met 120 tot 180 kg/ha stikstof als zwavelzure ammoniak;
  • Ook teeltmaatregelen, zoals dieper poten en de ruggen aandrukken tijdens of na het frezen of aanaarden, kunnen zorgen voor iets vochtiger grond in de rug en daarmee de kans op schurft iets verkleinen;
  • De teelt van aardappelen op bedden lijkt weinig perspectiefvol;
  • Verhoging van de pH door bekalking leidde zowel op zand- en dalgrond als op lössgrond tot een toename van schurft op de knollen.

Schurft in aardappelen

In deze introductie wordt ingegaan op enkele resultaten van het onderzoek naar de beheersing van schurft in aardappelen.

Schurft in aardappelen op de löss moeilijk oplosbaar

Op 3 locaties in Zuid-Limburg zijn 24 consumptierassen in 2002 getoetst op vatbaarheid voor schurft. Het bleek dat alle drie de schurftsoorten - poederschurft, gewone schurft en netschurft - voorkomen. Van de 24 zijn Bintje en Ottena vatbaar voor netschurft, de andere rassen zijn voor netschurft onvatbaar. Het minst onder de schurft zaten de rassen Maritiema, Nicola, Innovator, Milva en Rikea. Het meest onder de schurft zaten Ottena, Bintje, Shepody, Agria en Markies.

Druppelirrigatie met brak water voor schurftbestrijding in pootaardappelen

Het onderzoek naar het effect van druppelirrigatie met brakwater voor schurftbestrijding in pootaardappelen heeft o.a. de volgende resultaten geleverd:

  • Gebruik van brakwater tijdens de periode van knolzetting en –vorming heeft geen invloed op de selecteerbaarheid van het loof en de structuur van de bouwvoor.
  • Druppelirrigatie is een uitstekende methode om het knollennest vochtig te houden, met als gevolg dat aantasting door gewone schurft sterk wordt beperkt.
  • Gebruik van brak water met een gehalte tot 2.000 Cl mg/liter ( = 3,2 gram landbouwzout/liter) is veilig.

Fysioverschillen bij poederschurft in aardappelen niet aangetoond

Vijf aardappelrassen zijn twee jaar lang onderzocht op poederschurftaantasting op vier verschillende locaties in Noordoost-Nederland. Dit om aan te kunnen tonen of er fysioverschillen zijn in poederschurftpopulaties tussen proefplaatsen. Poederschurft geeft aanleiding tot verschillende symptomen op knollen. Van diepe kraters tot kleine blaasjes. Van grote opliggende pokken tot stervormige barstjes. Ook zijn er duidelijke rasverschillen in vatbaarheid en in symptomen. Als er verschillende populaties van S. subterranea zijn, kan dit zich uiten in verschillende symptomen tussen locaties. Het uitgevoerde onderzoek geeft echter geen aanleiding te veronderstellen dat er fysioverschillen zijn.

Verbetering van de kwaliteit van TBM-pootgoed - knelpunten

De knelpunten voor de kwaliteit van TBM-pootgoed zijn onderzocht aan de hand van de monsters die de NAK voor de Stichting TBM in 1998 en 1999 heeft verzameld. Uit deze monsters bleek dat:

  • de mate waarin de knollen waren bedekt met Rhizoctonia over het algemeen laag was;
  • zilverschurft moeilijk snel aan de monsters was vast te stellen, maar uit de hoeveelheid ’slappe’ (zachte, wat verschrompelde) knollen bleek dat hiervoor meer aandacht op zijn plaats is;
  • poederschurft en gewone schurft in enkele pootgoedpartijen een probleem vormden;
  • het grootste probleem de aanwezigheid van droog- en natrot in het pootgoed vormde. In 1998 werden in 16% van de partijen en in 1999 in 24% van de partijen een of meer (deels) rotte knollen vastgesteld. In 1998 leidde dit ertoe, ondanks poten met de hand waarbij rotte knollen werden verwijderd, dat 9% van de monsters een onvoldoende stand lieten zien. In 1999 was dit, waarschijnlijk als gevolg van gunstige omstandigheden voor een vlotte opkomst, beter. Het rot werd veroorzaakt door zowel schimmels (Phytopthora, Fusarium-soorten) als bacteriën.

Poederschurft en kiemremmingsmiddelen bij het inschuren van aardappelen

Pas bij het inschuren van consumptieaardappelen op voor kiemremmingsmiddelen op basis van chloorprofam. Dit geldt vooral bij aardappelen van percelen waarop zich eerder problemen met poederschurft hebben voorgedaan.

Subscribe to Kennisakker - thema/gewas: Schurft