Secondary menu

Kennisakker - thema/gewas: Fusarium

Beheersing aarfusarium en bladvlekkenziekte in zomergerst

Aarfusarium leidt tot kwaliteitsverlies in graangewassen. Aarfusarium in granen wordt veroorzaakt door verschillende ziekteverwekkers van het geslacht Fusarium: De belangrijkste veroorzaker van aarfusarium is F. graminearum. De schimmel infecteert de aar tijdens de bloeiperiode, onder vochtige omstandigheden. Is het tijdens de bloei droog dan is er weinig kans op Fusarium. Is het tijdens en voor de bloei nat dan vergroot dat de kans op aarfusarium.

Gezondheidseffecten van imazalil

Met de werkzame stof imazalil wordt soms breed en in vrij grote volumes dagelijks gewerkt. Er is beschreven dat het middel irriterend voor de ogen en huid kan zijn, en dat het op de lange termijn schadelijk kan zijn voor de lever. Maar wat is schadelijk? 

In samenwerking met het Ctgb (College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden) beschrijft DLV Plant in begrijpelijk taal welke tests gewasbeschermingsmiddelen ondergaan in relatie tot veiligheid voor de gezondheid van de mens.

Naast de algemene inventarisatie over gezondheidsrisico’s voor gewasbeschermingsmiddelen wordt specifiek voor imazalil aangegeven wat de risicobeoordeling nu daadwerkelijk inhoudt door middel van (reken)voorbeelden die aansluiten bij het gebruik van imazalil in de praktijk in de bewaring van aardappel.

Aarfusarium wintertarwe

Als de aren tijdens de bloei minimaal 24 uur continu nat zijn, krijgen fusariumschimmels meer infectiekansen. Vooral bij rassen met een lager resistentiecijfer tegen aarfusarium kan een (aanvullende) bespuiting dan zinvol zijn. Dit geldt voor o.a. Delmare, Tabasco, Tataros, Lincoln, Julius en EU-rassen als Asano, Sophyta en Expert.

Ziektebestrijding in wintertarwe

In de periode 2006 t/m 2012 is er door het Praktijkonderzoek Plant & Omgeving in Lelystad (PPO-agv) in opdracht van de Stichting prof. dr. J.M. van Bemmelenhoeve onderzoek uitgevoerd naar de optimale ziektenbestrijdingsstrategie in wintertarwe. Daarnaast werd in enkele jaren ook aandacht besteed aan andere actuele zaken bij tarwe, zoals een optimale N-bemesting, voor- en nadelen van precisiezaaien en de toepassing van verschillende groeiregulatoren.

Bestrijding van Fusarium in wintertarwe

In 2000 is door PPO vierjarig onderzoek gestart waarin de mogelijkheden om aarfusarium te beperken zijn onderzocht. Dit onderzoek werd gefinancierd door het ministerie van LNV, het HPA en het Productschap GZP. Na 2004 is het onderzoek verlengt t/m 2009.

De bestrijding van aarfusarium is een complexe aangelegenheid, omdat er geen fungiciden zijn die deze schimmel volledig bestrijden. Bestrijding van aarfusarium moet daarom een samenspel van verschillende factoren zijn. Te denken valt aan ruime vruchtwisseling, een kerende grondbewerking, rassenkeuze en een fungicide-bespuiting in de bloei. Ter ondersteuning van een de besluit vorming voor een bespuiting kan gebruik gemaakt worden van een beslissingsondersteunend systeem.

Verbetering van strovertering

Stoppelresten en stro van tarwe kunnen een bron van infectie door Septoria, DTR en (aar)fusarium zijn. Doel van dit onderzoek was om een effectief en efficiënt systeem voor de behandeling van gewasresten te ontwikkelen, zodanig dat de gewasresten (ook als er niet geploegd wordt) voldoende snel verteren, waardoor de ziektedruk kan worden verlaagd.

Na twee jaar onderzoek zijn er geen harde conclusies te trekken over de invloed van behandeling van gewasresten op vermindering van de ziektedruk. De indruk bestaat dat verschillen erg klein zijn en dat de tarweteelt geen meetbare negatieve invloeden ondervindt van gewasresten van de voorgaande tarweteelt.

Verhogen bedrijfshygiëne door middel van ozon

In deze samenvatting wordt kort ingegaan op de resultaten van onderzoek naar de mogelijkheden om met geozoneerd water of ozon ziekten te beheersen en kisten te ontsmetten.

Bestrijding van bewaarziekten in pootaardappelen met knoflook

SPNA en HLB hebben in het samenwerkingsverband stichting SON onderzoek uitgevoerd naar het effect van knoflookmiddelen op bewaarziekten van aardappelen. Van knoflook is bekend dat het een verdrijvend effect heeft op insecten, zoals trips en luis. Om het effect te bepalen op schimmelziekten in de bewaring van pootaardappelen en van bodemschimmels in de pootaardappelteelt werden in de jaren 2006 t/m 2008 laboratorium-, kas- en veldproeven uitgevoerd.

Op basis van de verkregen resultaten van de veldproeven en de bewaarproef moet worden geconcludeerd dat de knoflookmiddelen onder praktijkomstandigheden geen perspectief bieden voor de beheersing van bewaarziekten in aardappelen.

Gevaar aarfusarium in wintertarwe

In de afgelopen periode is er regelmatig regen gevallen. Deze omstandigheden waren gunstig voor fusarium om zich onder in het gewas te ontwikkelen. Nu de meeste percelen met wintertarwe beginnen te bloeien, is de kans groot dat de aren geïnfecteerd worden door fusarium-schimmels. Deze schimmels produceren in meer of mindere mate giftige mycotoxinen.

Effect van bestrijding van de tarwegalmug op aarfusarium in wintertarwe

De laatste jaren komen tarwegalmuggen in steeds grotere mate voor in Noordoost-Groningen, een gebied waar veel tarwe verbouwd wordt. De larven van dit insect voeden op de zich ontwikkelende aren, waardoor deze beschadigd worden. Belangrijker is wellicht dat de aantasting door de galmug een invalspoort kan vormen voor schimmels als aarfusarium. Dit brengt risico's met zich mee in verband met de vorming van mycotoxinen als DON door deze schimmels, waardoor partijen graan afgekeurd kunnen worden.

Op verzoek van het PA is in 2004 onderzoek gestart, waarbij gekeken werd naar de relatie tussen de tarwegalmug en fusariumaantasting en DON-gehalte. Uit het onderzoek blijkt dat het bestrijden van de tarwegalmug/bladluis leidt tot minder aarfusarium. Bij het DON-gehalte werd geen eenduidig resultaat gevonden.

Ziektebestrijding in wintertarwe

Betrek bij de ziektebestrijding in tarwe heel nadrukkelijk de resistentie van het betreffende ras.

Effect en rendement van ziektebestrijding bij resistente wintertarwerassen

Sinds enkele jaren zijn er wintertarwerassen beschikbaar met een hele goede ziekteresistentie. Deze rassen kunnen met weinig ziektebestrijding en mogelijk zelfs helemaal zonder ziektebestrijding een vergelijkbaar of zelfs beter financieel resultaat opleveren dan de huidige veel gebruikte rassen met ziektebestrijding. De resultaten van de rassenproeven geven aanleiding voor deze veronderstelling.
Het weglaten van één of meerdere bespuitingen levert uiteraard een aanzienlijke kostenbesparing op en zou de teelt van wintertarwe financieel aantrekkelijker kunnen maken. Telers zijn echter nog onvoldoende bekend met de eigenschappen van deze rassen en in de praktijk wordt bij de ziektebestrijding weinig rekening gehouden met de resistenties van een ras.

Van 2005 t/m 2007 is in opdracht van het HPA door PPO onderzoek uitgevoerd naar de beste strategie van ziektebestrijding bij resistente en minder resistente rassen. Hierbij zijn niet alleen de meeropbrengsten van ziektebestrijding in beeld gebracht, maar is er vooral ook gekeken naar de kosten en uiteindelijk het rendement van de verschillende bespuitingen.

Combinatie pootgoedbehandeling tegen Rhizoctonia en bewaarziekten

Bij de teelt en bewaring van het zelf geteelde TBM-pootgoed vragen de huidige (nieuwe) rassen in toenemende mate om een behandeling tegen bewaarziekten. Tevens is veelal een Rhizoctonia-behandeling in het voorjaar nodig bij de zetmeelaardappelteelt. Doel van dit onderzoek was om te kijken in welke mate de Rhizoctonia-behandeling eerder en/of de behandeling tegen bewaarziekten later kan worden uitgevoerd. Wellicht kunnen de verschillende behandelingen dan in combinatie worden uitgevoerd.

Combinatie van de middelen lijkt mogelijk, als de volgorde van mengen in acht wordt genomen. Als bewaarziekten als Fusarium en zilverschurft praktisch voorkomen kunnen worden door een goede bewaartechniek, dan heeft dat de voorkeur. De behandeling tegen zowel het uitbreiden van de Fusarium-aantasting als Rhizoctonia kan dan uitgesteld worden tot in het voorjaar. Het moment in maart is dan het meest praktisch en resulteerde ook in het hoogste uitbetalingsgewicht.

Tolerantie tegen en uitzieking van Fusarium in de teelt van zaaiuien

Fusarium oxysporum f. sp. cepae is een moeilijk te bestrijden bodemschimmel. Of en in welke mate de schimmel aantasting veroorzaakt is erg seizoensafhankelijk. Bij vroege aantasting in het groeiseizoen treedt wegval op, later in het seizoen rot aan de bol. Ook tijdens de bewaring kunnen in het veld opgetreden infecties tot bolrot leiden.
De laatste jaren zijn er rassen veredeld welke in meer of mindere mate tolerantie vertonen voor de Fusarium-schimmel. Of deze rassen de bodembesmettingen doen afnemen, gelijk houden of juist doen toenemen is niet bekend. De tolerante rassen hebben als nadeel dat de bewaarbaarheid en de opbrengsten van deze rassen (nog) niet kunnen opboksen tegen de gangbare (niet-tolerante) rassen.

Ontwikkeling en evaluatie van een PCR-toets voor Fusarium-droogrot

Door het toetsen van de grond op de aanwezigheid van Fusarium kan worden ingeschat of een fungicidenbehandeling tijdens inschuren dan wel tijdens het sorteren kan worden uitgespaard.

Pages

Subscribe to Kennisakker - thema/gewas: Fusarium