Secondary menu

Kennisakker - thema/gewas: Wortelknobbelaaltjes

Vestiging en verspreiding van het maïswortelknobbelaaltje binnen een perceel

In opdracht van het Productschap Akkerbouw is HLB in 2012 gestart met project ‘Vestiging en verspreiding van het maïswortelknobbelaaltje binnen een perceel. Dit maïswortelknobbelaaltje, Meloidogyne chitwoodi, heeft een brede waardplantenreeks en kan meerdere generaties per jaar vormen. Omdat bronnen van verspreiding bijna altijd aanwezig zijn, zou verwacht mogen worden dat na introductie op een perceel de besmetting zich snel uitbreidt. In de praktijk blijken percelen echter zelden van voor tot achter te zijn besmet.

Ontwikkeling biotoets voor de detectie van het quarantaineaaltje Meloidogyne chitwoodi

In het project 'Ontwikkeling biotoets voor de detectie van het quarantaineaaltje Meloidogyne chitwoodi’ is onderzoek uitgevoerd met als doel om lage besmettingen van het quarantaineaaltje Meloidogyne chitwoodi voorafgaand aan de aardappelteelt betrouwbaar te detecteren.

De biotoets, zoals deze is uitgevoerd in 2010, geeft bij een zeer lage beginbesmetting (Pi < 5) een zeer hoge eindbesmetting en daarmee een hoge detectiekans. Zelfs bij een beginbesmetting lager dan de detectiegrens is M. chitwoodi waargenomen tot een eindbesmetting van 8.000 juvenielen/100 ml grond.

Relatie tussen grondbemonstering en partijbesmettingen voor Meloïdogyne

Het project 'Opsporingsmethoden Meloidogyne in pootaardappelen' is opgezet vanuit het Actieplan Aaltjesbeheersing en bestaat uit drie onderdelen. In het onderdeel 'Relatie tussen grondbemonstering en partijbesmetting voor Meloidogyne' wordt een onderzoek uitgevoerd naar de relatie tussen een grondbemonstering voorafgaand aan de teelt van aardappelen en de mate van besmetting van het uiteindelijke product: de aardappelen. Hierbij worden zowel vooraf (grondbemonstering) als achteraf (partijonderzoek) verschillende methodieken met elkaar vergeleken.

Grondbemonstering (vooraf) is niet slechter dan de gangbare partijbemonstering (achteraf), maar kan het risico op afkeuring van pootgoed na de teelt eerder signaleren.
Numeriek is de PCR-methode het meest succesvol. De PCR-methode blijkt significant beter dan de VLA standaard bemonsteringsmethode en de graaddagentoets. Er kan echter geen significant verschil worden aangetoond tussen PCR en de extra VLA bemonsteringsmethode. De graaddagentoets is net zo goed als de standaard VLA bemonsteringsmethode.

Brochure Beheersing wortelknobbelaaltjes

Om wortelknobbelaaltjes op uw bedrijf te beheersen is inzicht nodig. Dit kunt u krijgen door bemonstering en gewasinspectie. Wanneer u zelf visuele waarnemingen doet en deze worden bevestigd door onderzoek dan kunt u met deze brochure en eerdere publicaties van o.a. het Actieplan Aaltjesbeheersing een plan van aanpak maken om het wortelknobbelaaltje beheersbaar te houden. Het is niet gemakkelijk voor telers om hun bedrijf schoon te houden en de gewassen op een zodanig niveau te telen dat ze minimaal tot géén last ondervinden van wortelknobbelaaltjes. Met behulp van een slim bouwplan, groenbemesterskeuze, rassenkeuze, bemonstering en bedrijfshygiëne is het haalbaar de populatiedichtheden zo laag mogelijk te houden en verspreiding te beperken.

Praktische maatregelen om een eenmaal aanwezige besmetting volledig te saneren zijn er tot op heden niet.

Het verband tussen M. chitwoodi-besmetting van de grond en knobbelvorming van aardappelen

Aardappel is heel schadegevoelig voor het maïswortelknobbelaaltje (Meloidogyne chitwoodi). Waarschijnlijk is er een verband tussen het niveau van besmetting van grond met dit aaltje en de mate van knolaantasting bij aardappelen, maar tot op heden is dit verband niet vastgesteld.

In één van de proefvelden binnen het project Nemadecide is in 2008 M. chitwoodi aangetroffen. Er is in deze proef geen goed verband gevonden tussen de hoogte van de besmetting van de grond met M. chitwoodi en de mate van knolaantasting. Maar als M. chitwoodi in grondmonsters werd gevonden, dan waren in bijna 80 procent van de gevallen ook de aardappelknollen met deze aaltjes besmet.
Het PPO is dan ook van mening dat aardappelteelt op grond die besmet is met M. chitwoodi  bijna altijd leidt tot knollen die besmet zijn met dit aaltje. Omdat er bij pootgoed een "nultolerantie" voor M. chitwoodi geldt, is de teelt van aardappelpootgoed op percelen die besmet zijn met dit aaltje volgens de huidige inzichten dan ook onmogelijk.

Aaltjesmanagement in de akkerbouw - advies voor de beheersing

In dit deel van de handleiding aaltjesmanagement in de akkerbouw worden per aaltjessoort praktische en toepasbare maatregelen beschreven voor een maximale beheersing.

Bestrijding van Meloidogyne chitwoodi binnen de pootgoedteelt in de Wieringermeer

Het maïswortelknobbelaaltje (Meloidogyne chitwoodi) is een quarantaine-organisme en mag daarom niet voorkomen in vermeerderingsmateriaal, zoals bijvoorbeeld aardappelpootgoed. Komt M. chitwoodi toch voor in pootgoed, dan wordt het bedrijf een uitgebreid controleregime opgelegd. Uiteindelijk kan dit gevolgen hebben voor de hele sector, doordat het imago van Nederland als hoogwaardig exporteur van vermeerderingsmateriaal in het geding komt.
Vanuit het Actieplan Aaltjesbeheersing werd het project "Bestrijding Meloidogyne" opgezet. Dit project werd gefinancierd door het Productschap Akkerbouw en het Productschap Tuinbouw. In het project werden bestrijdingsmethoden van M. chitwoodi onderzocht. Doel was het vinden van een saneringstechniek voor de bestrijding van M. chitwoodi op bedrijfsniveau, zodanig dat de economische gevolgen zo klein mogelijk blijven en het imago van de Nederlandse plant- en pootgoedsector niet wordt aangetast.

Uit dit onderzoek blijkt dat M. chitwoodi en zijn symptomen op aardappel met voldoende tijd en budget goed zijn te onderdrukken. De behandeling biologische grondontsmetting met graan en in mindere mate met gras bleek het meest effectief, zeker in combinatie met een extra jaar waarin een slechte waard (bijvoorbeeld bladrammenas of witlof) wordt geteeld.
Tot nu toe is het niet gelukt om dit aaltje volledig kwijt te raken, waardoor de teelt van pootgoed op met M. chitwoodi besmette percelen te risicovol blijft.

Aaltjesmanagement in de akkerbouw - achtergronden

Dit hoofdstuk van de handleiding 'Aaltjesmanagement in de akkerbouw' beschrijft de belangrijkste aaltjes die in de akkerbouwgewassen en akkerbouwmatig geteelde groentegewassen schade veroorzaken.

'Rode lampen' beheersing aaltjes

De 'rode lampen' zijn een reeks van elf folders over problemen met aaltjes en de beheersing ervan. De rode lampen waarschuwen telers voor schadelijke effecten en financiële risico’s bij te hoge aantallen aaltjes.Met deze folders wil het Productschap Akkerbouw de beheersing van aaltjes via eenduidige informatieverstrekking verbeteren.

Wees alert op opkomstproblemen

Rond de opkomst en bij het sluiten van gewassen zijn aaltjesaantastingen goed waarneembaar. Vaak is de vertraging in opkomst en groei slechts tijdelijk te zien. Deze verschijnselen worden nogal eens afgedaan als structuurproblemen, zeker wanneer bij een beginnende besmetting het oppervlak met groeiachterstand nog beperkt is en de plek er met twee weken weer uitgroeit.

Resistentie tegen het maiswortelknobbelaaltje in bladrammenas

Het niveau van resistentie van bladrammenasrassen tegen het maiswortelknobbelaaltje, Meloidogyne chitwoodi, kan op verschillende manieren worden bepaald. Om het resistentieniveau van rassen objectief vast te kunnen stellen, is een betrouwbare en door een onafhankelijke instantie uit te voeren toetsmethode noodzakelijk.

In 2006 is een onderzoeksproject gestart, onderdeel uitmakend van het Actieplan Aaltjesbeheersing, waarin verschillende methodieken om resistentieniveaus te bepalen met elkaar werden vergeleken. Resultaten van de verschillende gebruikte lab- en kasproeven bleken sterk met elkaar en met de resultaten van veldonderzoek samen te hangen. Andere aspecten, zoals kosten en praktische uitvoerbaarheid, bepalen daarom voor een belangrijk deel de keuze voor de meest geschikte toetsmethode.

Verzekert u ervan dat het pootgoed vrij is van aaltjes

Om te zorgen dat het pootgoed zelf geen bron van aaltjesproblemen op uw perceel gaat worden, is het zaak de geleverde pootgoedpartij goed te controleren.

Om een introductie van aardappelcysteaaltjes te voorkomen verdient gewassen pootgoed de voorkeur.
Aanhangende grond kan cysten bevatten. Het is wel belangrijk dat de partij goed teruggedroogd is om rot te voorkomen.

Bedrijfsbegeleiding bij M. chitwoodi-besmetting in Noord-Holland

Voor individuele pootgoedtelers zijn de directe gevolgen van een besmetting met het maïswortelknobbelaaltje (MC) extreem; besmette partijen worden afgekeurd en de gespecialiseerde teelt van voortgangsmateriaal als aardappelpootgoed en bloembollen komt in het geding. Doelstelling van dit project was dan ook begeleiding te bieden aan besmette bedrijven, zodanig dat de economische gevolgen zo klein mogelijk blijven en dat de uitstraling voor het gehele gebied beperkt blijft.

Binnen het project is aan pootgoedtelers de mogelijkheid geboden vrijwillig deel te nemen aan een bemonstering van hun pootgoedpercelen op M. chitwoodi. Getroffen telers kregen een begeleidingspakket aangeboden; een initieel individueel advies, naslagwerken met informatie over aaltjes (M. chitwoodi) en de mogelijkheid om deel te nemen aan een studieclub met andere met M. chitwoodi besmette bedrijven.

Controleer uw ingeschuurde product

Met het rooien van de aardappelen zijn de aaltjesproblemen niet voorbij. Met name (bedrieglijke) maïswortelknobbelaaltjes (Meloidogyne chitwoodi en M. fallax) , stengelaaltjes (Ditylenchus dipcasi) en het door vrijlevende wortelaaltjes (Trichodorus en Paratrichodorus) overgebrachte tabaksratelvirus gaan met de knollen mee de schuur in.

Pages

Subscribe to Kennisakker - thema/gewas: Wortelknobbelaaltjes