Secondary menu

Natuurlijk koelen en bewaren

- Serie van artikelen uit het blad LandbouwMechanisatie -
12/03/2015 - B.L. Versluis, C. Eldering, B. Huizinga - DLV Bouw, Milieu en Techniek

Waar gaat dit over?

Dit document geeft een serie van artikelen, gepubliceerd in het blad LandbouwMechanisatie, over het natuurlijk koelen (en bewaren) van aardappelen en uien (periode 2013 t/m 2015). De artikelen zijn geschreven in opdracht van en door DLV Bouw, Milieu en Techniek.

CO2-propaankoeling: een interessante optie

Voor middelgrote koelinstallaties (80-160 kW koelvermogen) is een installatie met CO2-propaan mogelijk interessant. Deze koelt met een indirect koelsysteem dat bestaat uit een primair en een secondair circuit. Het systeem is bijna identiek aan de gangbare koelsystemen, alleen zit er een warmtewisselaar tussen beide systemen.
Bij een installatie met CO2-propaan is het primaire circuit gevuld met propaan en het secondaire circuit met CO2. Dit heeft als voordeel dat net als bij ammoniakkoeling geen oververhitting nodig is. Hierdoor is met een kleinere verschiltemperatuur te koelen.
Het indirect koelen zorgt voor een hoger energieverbruik dan bij een directe koeling. Toch is de installatie op CO2-propaan zeer energiezuinig. Propaan heeft namelijk heel goede koeleigenschappen, wat de verliezen meer dan compenseert. Gangbare installaties hebben tot 40 procent meer energie nodig voor hetzelfde koelresultaat dan een installatie op CO2-propaan.
Op een natuurlijk koudemiddel is extra Energie-investeringsaftrek te krijgen. Uit een indicatieve doorrekening van DLV blijkt dat de jaarkosten van een koelinstallatie met CO2-propaan ongeveer gelijk zijn aan die van een koelinstallatie met de koelmiddelen R134a of R507.

Klik hier voor het artikel (januari 2013)

Lager toerental gaat niet ten koste van luchtverdeling

Het energieverbruik bij de bewaring van uien kan teruggedrongen worden door met een lager toerental of minder ventilatoren te ventileren. Dit hoeft niet ten koste te gaan van de luchtverdeling blijkt uit onderzoek van DLV.
Met een betere afstemming van de ventilatiecapaciteit op de kachelcapaciteit is energie te besparen. Als het toerental van ventilatoren wordt verlaagd, hoeft de kachel minder lucht te verwarmen en dat leidt tot een lager stroom- en gasverbruik.
Om te beoordelen wat er gebeurt met de luchtverdeling als de luchtcapaciteit verlaagt wordt, zijn bij deelnemers van het praktijknetwerk “Ui-en-energie” luchtopbrengst- en drukmetingen gedaan bij het intern ventileren. Met de drukmetingen is de verdeling van de lucht in te schatten.
De metingen zijn gedaan bij respectievelijk een luchtopbrengst van 40, 60 en 100 procent van het normale toerental. Het verlagen van de luchtopbrengst heeft niet of nauwelijks invloed op de luchtverdeling. Bij een luchtopbrengst van circa 30 tot 40 procent daalt de tegendruk met 30 tot 40 procent. Uit deze indicatieve resultaten blijkt dat het bij uien de verdeling intact blijft als de luchtopbrengst wordt verlaagd.

Klik hier voor het artikel (maart 2013)

Waarom koelen we de aardappelen eigenlijk?

Aardappelen worden gekoeld om de kieming te beperken. Daarnaast zorgt koelen ervoor dat de ademhaling daalt en de fysiologische veroudering van het product wordt geremd.

De lengte van de kiemrust van consumptieaardappelen hangt vooral van het ras af. De kiemrust verschilt van jaar tot jaar maar een paar dagen. De omstandigheden tijdens de gewasgroei spelen daarbij nauwelijks een rol – ook de temperatuur heeft daarin geen rol. Ook tijdens de bewaring van aardappelen wordt de kiemrust nauwelijks beïnvloed door de bewaartemperatuur. De lengte van de kiemrust bepaalt wanneer het ras echt gekoeld moet worden. Pas wanneer de knol door zijn kiemrust is, is een lagere temperatuur zinvol.

Een rasspecifieke bewaartemperatuur is dus aan te bevelen. Bewaring van 3 tot 4 graden Celsius is voor de latere rassen meestal niet nodig. Een groot voordeel, want voor rassen die boven 6 tot 7 graden Celsius bewaard kunnen worden, is zelden een mechanische koeling nodig.

Klik hier voor het artikel (december 2013)

Pre’s van buitenlucht

Het koelen van pootaardappelen met een mechanische koeling kost bijna 10 keer zoveel stroom als met buitenlucht. Als je een partij boven 6 à 7 graden Celsius kan bewaren, dan is zelden mechanische koeling nodig. Ook bij partijen die kouder bewaard moeten worden, zijn vaak genoeg kansen om met buitenlucht te koelen. Als partijen niet bij hun optimale bewaartemperatuur bewaard worden kan dat resulteren in een trage opkomst en een lagere opbrengst.
Om scherper te kunnen bewaren, zijn kleine temperatuurverschillen nodig. Om dat te bereiken is een geforceerde koeling nodig. Daarnaast kunnen telers met een geforceerde ventilatie op koude nachten ook gemakkelijker buitenlucht pakken. Naast een besparing stimuleert CO2 in de buitenlucht de kiemgroei. Als je kort en krachtig met buitenlucht ventileert en daarbij let op de luchtvochtigheid van die buitenlucht, onttrekt een uur buitenlucht tevens minder vocht aan de partij dan mechanische koeling.
Er zijn dus verschillende redenen om pootaardappelen met buitenlucht te ventileren. Om het aantal uren met de koeling terug te dringen, kan een goed ingestelde bewaarcomputer prima helpen.

Klik hier voor het artikel (januari 2014)

Koelplan

Vanaf 1 januari 2015 is het verboden om koelinstallaties met chloorfluorkoolwaterstoffen waaronder HFK’s en HCFK’s, zoals R22, te vullen. Wanneer je de huidige installatie nog wilt blijven gebruiken zijn er drie mogelijkheden. 1. je vervangt alleen het koudemiddel, 2. je bouwt de installatie om of 3. je plaatst een compleet nieuwe installatie. Voor het vervangen van R22 in bestaande koelinstallaties zijn een aantal koudemiddelen beschikbaar. Tijdens het vervangen van het koudemiddel, kun je de installatie ook direct energiezuinig maken. De kosten van deze ombouw zullen met een verlengde levensduur van de installatie moeten worden terugverdiend. De installatie moet dan dus relatief jong zijn. In veel situaties is de keuze voor een nieuwe installatie de beste. Die maakt het mogelijk de energie- en onderhoudskosten te verlagen terwijl je ook weer een bedrijfszekere installatie hebt. Uit een onderzoek van DLV blijkt dat voor installaties vanaf ongeveer 70 tot 80 kW een natuurlijk koudemiddel ook aantrekkelijk kan zijn.

Klik hier voor het artikel (februari 2014)

Zuinig uien bewaren

Het praktijknetwerk Ui en Ergie heeft als doel om de bewaarkwaliteit van uien te verbeteren en het energieverbruik terug te brengen. Daarbij is gekeken naar de veldperiode, een hogere droogtemperatuur en periodiek nadrogen. Uit de resultaten blijkt dat een dag drogen in het zwad voldoende is. Het laden van de uien moet plaatsvinden als de uien droog en warm zijn, bij zonnig weer. Je rijdt dan veel warmte in de box, waardoor je de droogtijd in de schuur kunt beperken en de stookkosten dalen. Het drogen met 25 graden Celsius gaat sneller en kost net zoveel energie als drogen met 18 of 20 graden Celsius. Bij het bewaren blijkt dat een hogere droogtemperatuur een goede basis legt voor goed nadrogen. In het artikel staan veel tips om dat met minder inzet van energie toch voor elkaar te krijgen.

Klik hier voor het artikel (maart 2014)

Gebruik buitenlucht waar mogelijk

Hoe minder uren de mechanische koeling draait, hoe lager de energiekosten. Uit een praktijknetwerk onder begeleiding van DLV blijkt dat ook in een warmer bewaarseizoen is het mogelijk de aardappelen te koelen met buitenlucht. Bij deelnemers aan het praktijknetwerk ‘Natuurlijk koelen met natuurlijke koude’ bleek dat door instellingen van de bewaarcomputer aan te passen, besparingen tot 270 euro per 100 ton aardappelen mogelijk zijn. Om het aantal koeluren te verlagen, moet de computer zo ingesteld worden dat er een voorkeur is voor buitenlucht. Dit kan door een differentie te gebruiken van 0,2 graad Celsius voordat de buitenluchtventilatie aangaat en een differentie van 0,5 graad voor de mechanische koeling. Daarnaast is het belangrijk om partijen met een hogere optimale bewaartemperatuur in een aparte cel te zetten. Naast een lagere energierekening levert dit vitaler pootgoed op. In het artikel staan veel tips en do’s en don’ts zodat ook u aan de slag kan met het verminderen van het gebruik van de mechanische koeling.

Klik hier voor het artikel (november 2014)

Ziekte aanpakken met hitte

Schimmels en bacteriën zorgen in de bewaring van biologische alliumsoorten voor veel uitval. Biologische telers, DLV en Dijksma Koudetechniek hebben een energiezuinige warmtebehandeling ontwikkeld, die in één handeling zowel droogt als ziekten bestrijdt. Het doel is om hiermee de jaarlijkse ziektecyclus van stengelaaltjes, valse meeldauw, bacterierot en koprot te doorbreken.

Met deze methode zijn de plantuitjes, met de luiken dicht, opgewarmd naar 40 en de sjalotten naar 42,5 graden Celsius. Uit proeven blijkt dat dit goed mogelijk is. Ook tast de temperatuur de kiemvitaliteit van zowel de ui als de sjalot niet aan. In het artikel leest u meer over hoe de installatie is opgebouwd en wat daarmee bereikt kan worden.

Klik hier voor het artikel (december 2014)

Poters koelen met de buitenlucht

In het praktijknetwerk ‘Natuurlijk koelen voor vitaal TBM-pootgoed’ hebben telers de kosten van buitenluchtventilatie onderzocht. Ze bewaren hun pootgoed in een mechanische koelcel. Het drogen gebeurt in een regulieren bewaring. Nadelen van deze methode zijn hoge energiekosten, oplopend CO2-gehalte in de cel, condensvorming en temperatuurverschillen in de cel van 1 á 2 graden. Met een ondersteunende ventilatie dalen de temperatuurverschillen, daalt het CO2-gehalte en verminderen vochtproblemen.

De jaarkosten (rente, afschrijving, onderhoud) van een ventilatiewand met buitenlucht zijn 40% hoger dan van mechanische ventilatie. Daarentegen dalen de jaarlijkse energiekosten met 60%. Daardoor liggen, bij een cel van 400 ton, de jaarkosten van een bewaring met buitenlucht 10% lager dan die van een cel zonder buitenlucht. Bij een cel van 100 ton is het gebruik van buitenlucht 10% duurder. Toch wegen volgens DLV in die situatie de voordelen van het gebruik van buitenlucht op tegen de meerkosten.

Klik hier voor het artikel (januari 2015)

Hitte bestrijdt koprot

Schimmels en bacteriën zorgen in de bewaring van biologische sjalotten, uien en knoflook voor veel uitval. De telers Sjaak Twisk en Aga Sulik uit Dronten hebben samen met DLV Bouw Milieu en Techniek en Dijksma Koudetechniek een energiezuinige warmtebehandeling ontwikkeld. In één behandeling wordt de partij wordt gedroogd, en de ziekten gedood, zonder dat de partij schade oploopt.

Met een betere afstemming van de ventilatiecapaciteit op de kachelcapaciteit is energie te besparen. Als het toerental van ventilatoren wordt verlaagd, hoeft de kachel minder lucht te verwarmen en dat leidt tot een lager stroom- en gasverbruik.
Bij een warmtebehandeling van 42 graden Celsius ontstond een reductie van koprot tot bijna nul. De relatieve luchtvochtigheid in de cel bleef tijdens de behandeling tussen de 70 en 80 procent. De beworteling van de onderzochte eerstejaars plantuien en sjalotten is niet geschaad door de behandeling. Het nadrogen gaat onder andere omstandigheden gemakkelijk met een hogere temperatuur.

Klik hier voor het artikel (april 2015)