Secondary menu

Zorg voor virusvrije omgeving TBM-pootgoed

24/03/2010 - C. Bus en K. Wijnholds - PPO-agv

Het Y-virus (YO, YN, YNTN, YNW) is het belangrijkste virus in (poot)aardappelen in Nederland. Het wordt door bladluizen verspreid. Het virus komt zowel uit het pootgoedperceel zelf, omdat dat vaak niet helemaal virusvrij is, als ook uit de omgevende aardappelgewassen.

Selectie op viruszieke planten en bestrijding luizen
Door zo snel mogelijk na opkomst viruszieke planten uit het pootgoedperceel te verwijderen kan verspreiding vanuit het pootgoedperceel worden beperkt. Dit zou ook moeten in zeker de eerste 20 m van het aangrenzende zetmeelaardappelperceel. Het virus wordt overgebracht door bladluizen die "toevallig" langskomen op zoek naar een geschikte waardplant en door bladluizen die in het perceel leven. De luizen die toevallig langskomen kunnen niet tijdig worden gedood met insecticiden, die in het aardappelgewas leven wel. Door een laagje minerale virusolie op het gewas kan de opname van virus en de afgifte van virus door bladluizen aanzienlijk worden beperkt. Spuit daarom vanaf opkomst met een luisdodend middel in combinatie met olie. Spuit daarna regelmatig olie met insecticide, waarbij als richtlijn kan worden aangehouden 1 liter olie per dag.

Omgeving TBM-pootgoedperceel
1. Zorg dat het TBM-pootgoedperceel niet grenst aan aardappelen waarin nog meer viruszieke planten staan. Poot eventueel een bufferstrook zetmeelaardappelen van het ras Festien. Festien is weinig vatbaar voor Y-virus.
2. Als het niet anders kan, zorg dan dat het pootgoedperceel zo vierkant mogelijk is, zodat de aangrenzing met een gewas met veel virus zo beperkt mogelijk is.
3. Selecteer zeker de eerste 20 m van het aangrenzende zetmeelaardappelperceel(sgedeelte) mee, en zorg ook dat zich in die 20 m geen bladluizen ontwikkelen, zodat de kans op virusoverdracht vanuit het zetmeelaardappelperceel(sgedeelte) beperkt wordt.
4. 20 m Is niet afdoende maar de virusdruk op uw TBM-pootgoed kan er wel aanzienlijk door worden beperkt.