Secondary menu

Overdracht Aardappelvirus Y door bladluizen in aardappel

20/05/2009 - M. Verbeek, P. Piron, C. Cuperus, A. Dullemans, G. Wiegers, A. de Bruin, H. van Raaij, R. van der Vlugt (PRI), G. van den Bovenkamp, E. de Haan, G. Miedema en T. Stolte (NAK) - Plant Research International en NAK

Waar gaat dit over?

De laatste jaren nemen de problemen met Aardappelvirus Y (PVY) toe. Om de oorzaak hiervan te achterhalen, is in 2006 onderzoek gestart. Dit onderzoek heeft het volgende geleerd:

  • De veldsituatie voor wat betreft aanwezige PVY-stammen is veranderd;
  • Nieuwe soorten bladluizen die PVY kunnen overdragen zijn niet gevonden;
  • Bij sommige bladluissoorten worden andere REF-waarden gevonden wanneer PVYNTN en PVYN-Wi worden overgedragen. Voor deze soorten zal de NAK andere REF-waarden gaan gebruiken voor de vaststelling van de loofdodingsadviesdatum.

De laatste jaren nemen de problemen met Aardappelvirus Y (PVY) toe. Dit is terug te vinden in de toenemende percentages declassering van partijen pootaardappelen. Deze tendens is niet te verklaren met behulp van de vangstcijfers van bladluizen, de overbrengers van het virus. De bladluisvangsten nemen de laatste jaren juist af.

Om de oorzaak van de toenemende problemen met PVY te achterhalen, startte in 2006 het proejct "Non-persistente overdracht door bladluizen, aardappel", gezamenlijk gefinancierd door het Ministerie van LNV, de NAK en het productschap Akkerbouw (PA).
Het onderzoek richtte zich op een drietal vragen:

  • Is de bladluissituatie in het veld veranderd? Met andere woorden, zijn er nieuwe bladluissoorten aanwezig die PVY kunnen overdragen?
  • Zijn er andere of nieuwe stammen van het virus in het veld aanwezig?
  • Is de overdrachtsefficiëntie van bladluizen voor nieuwe PVY-stammen anders?

Er is aangetoond dat in de afgelopen jaren de veldsituatie voor wat betreft aanwezige PVY-stammen is veranderd. Enkele jaren geleden werd nog algemeen aangenomen dat voornamelijk PVYN in de Nederlandse aardappelteelt voorkwam. Nu komt deze stam nauwelijks meer voor en zijn PVYO en de recombinante stammen PVYNTN en PVYN-Wi volop aanwezig.

Gedurende drie jaar zijn de bladluisvangsten door de NAK uitgebreid geanalyseerd op het eventueel voorkomen van nieuwe soorten. De cijfers zijn vergeleken met de vangstcijfers uit de tachtiger jaren van de vorige eeuw. Nieuwe soorten bladluizen die PVY kunnen overbrengen zijn niet waargenomen. Er is één nieuwe soort gevonden (Utamphorophora humboldti), maar van deze soort is nog niet bekend of het PVY kan overbrengen en, zo ja, met welke efficiëntie. Dit kon helaas niet in dit project worden uitgezocht.

Er is een nieuwe methode ontwikkeld om de relatieve transmissie efficiëntie (REF-waarde) van bladluissoorten te meten. Deze methode heeft als voordeel dat hij het gehele jaar door kan worden uitgevoerd. Daarnaast is de methode minder arbeidsintensief in vergelijking met de in de tachtiger jaren gebruikte methode.

Van de belangrijkste bladluissoorten is de REF-waarde bepaald voor de overdracht van PVYN, PVYNTN en PVYN-Wi. De waarden van overdracht van PVYN komen goed overeen met de in de tachtiger jaren in Nederland bepaalde REF-waarden, die toen ook met PVYN zijn bepaald. Bij sommige bladluissoorten worden andere REF-waarden gevonden wanneer PVYNTN en PVYN-Wi worden overgedragen. Voor deze soorten zal voorgesteld worden nieuwe REF-waarden in gebruik te nemen voor bepaling van de advies-loofdodingsdatum.