Secondary menu

Teelthandleiding groenbemesters - Facelia

01/05/2004 - R.D. Timmer, G.W. Korthals en L.P.G. Molendijk - PPO-agv

Waar gaat dit over?

In dit hoofdstuk van de teelthandleiding groenbemesters worden diverse aspecten van Facelia belicht.

Algemeen

Facelia (Phacelia tanacetifolia) is een lid van de bosliefjesfamilie en als sierplant uit Californië ingevoerd.
Het is een snelgroeiende plant en in Nederland als drachtplant vooral populair bij bijenhouders. Het is een gewas dat als groenbemestingsgewas, na een wat trage start, snel doorgroeit en een snelle bodembedekking geeft. Het zaad kiemt ook bij droogte nog vrij goed. De ontwikkeling geschiedt in fasen. De groei is langzaam tot aan het vierdeblad stadium, daarna vormt de stengel zich en gaat de ontwikkeling stormachtig. Het gewas wordt niet al te lang (60-80 cm) en de wortelontwikkeling is vrij ondiep. De doorworteling van de bovenste grondlaag is behoorlijk intensief. Facelia is behaard, bloeit met blauwpaarse bloemen en is een zeer goede bijenplant (productie van zeer veel nectar) met name bij een voorjaars- of vroege zomerzaai. Het gewas is niet verwant aan andere cultuurgewassen.
Facelia groeit goed op vrijwel alle grondsoorten, behalve op hele zware kleigrond. Het stelt vrijwel geen eisen aan de zuurgraad van de grond, alleen zeer kalkrijke grond is ongeschikt. Het is een plant voor gronden die in een goede bemestingstoestand zijn. Ook is het gewas gevoelig voor ongunstige bodem- en weersomstandigheden (structuur).

Zaaien

Het gewas verdraagt enige schaduw (daardoor ook geschikt in bijvoorbeeld boomgaarden) maar het is niet geschikt om onder dekvrucht gezaaid te worden. Inzaai dient daarom te geschieden op braakpercelen, tijdelijk onbeteeld land of na de oogst van een cultuurgewas. De zaaiperiode is van april tot half augustus. Zoals voor alle groenbemesters die na een cultuurgewas worden gezaaid geldt ook bij Facelia hoe vroeger hoe beter. Bij uitzaai in juli of augustus komt het zaad heel snel op, ook onder vrij droge omstandigheden.
De rijenafstand ligt tussen de 15 en 25 cm, en de zaaidichtheid bedraagt ca. 9 kg per ha. Afhankelijk van de omstandigheden en het duizendkorrelgewicht kan dit variëren van 6 tot 14 kg. Het zaad mag niet te diep komen te liggen (1 tot 2 cm) maar moet wel heel goed bedekt zijn omdat het onder invloed van licht bijzonder slecht kiemt. Breedwerpig zaaien zonder aansluitend ineggen is dan ook niet mogelijk. Een zeer fijnkruimelig zaaibed is noodzakelijk en het gebruik van aandrukrollen op de zaaimachine is aan te bevelen. Een ondiepe bewerking is voldoende; vrijwel alle ondiep werkende werktuigen zijn geschikt voor de bewerking (stoppelploeg, schijveneg, triltand, cultivator, aangedreven eg) gecombineerd met een goede verkruimelrol.

Rassenkeuze

Er staan momenteel vijf rassen op de Aanbevelende Rassenlijst vermeld, waarvan er vier voor algemene teelt worden aanbevolen. Er zijn (beperkte) verschillen in snelheid grondbedekking, laatheid bloei, lengte gewas en bovengrondse massa.

Bemesting

De structuur van de grond mag niet al te slecht zijn, maar vooral de bemestingstoestand moet in orde zijn. Facelia reageert zeer positief op een N-bemesting door een hoge opbrengst; hierbij kan gedacht worden aan 40-60 kg N per ha. Ook kan er drijfmest na de oogst van het cultuurgewas worden toegediend. Hiermee kan tevens aan de behoefte aan fosfor (40 kg P2O5 per ha) en kali (80 kg K2O per ha) voldaan worden. Enige aandacht voor de magnesiumvoorziening van de grond is gewenst. Het gewas onttrekt zeer veel kalk aan de grond maar doet dit vrijwel ongeacht het gehalte aan kalk in de grond.

Ziekten

Facelia behoort tot de bosliefjesfamilie en heeft geen verwanten onder de cultuurgewassen. Toch zijn er ook bij dit gewas verschillende ziekten en plagen bekend. Voor Phoma (veroorzaker van gangreen in aardappel) is Facelia een redelijk goede waardplant. Bij lichte besmettingen kan de schimmel zich op Facelia goed vermeerderen. Als er problemen zijn met Phoma is een andere groenbemester aan te raden. Breedbladigen zijn doorgaans vatbaar voor Verticilium (verwelkingziekte); onbekend is of dit ook voor Facelia geldt. Behalve waardplant voor verschillende ziekteverwekkers is Facelia zelf ook gevoelig voor verschillende aantasters. De eerste twee weken na zaaien is Facelia vatbaar voor Pythium (omvalziekte), daarna treedt ouderdomsresistentie op. Pythium-schimmels pakken allerlei bolgewassen aan en veroorzaken wortelrot. Overigens lijkt het erop dat het gevaar van Facelia voor gevoelige volggewassen beperkt is.

Plagen

Bloeiende Facelia heeft een grote aantrekkingskracht op allerlei insecten. Uit onderzoek is gebleken dat Facelia een gunstige invloed heeft op o.a. sluipwespen, welke plaaginsecten parasiteren. Stroken of hoeken met het gewas bevorderen natuurlijke vijanden van bladluizen en andere schadeverwekkers. Bij granen, suikerbieten en in appelboomgaarden zijn hiermee in Duitsland positieve effecten vastgesteld. Ook is het mogelijk dat Facelia plaaginsecten (tijdelijk) weglokt van het cultuurgewas. Of dit uiteindelijk een gewas kan vrijwaren van schade door plaaginsecten is de vraag.
Facelia vriest bij het begin van de winter af en biedt slakken hierdoor weinig beschutting; na Facelia komen dan ook minder slakken voor in een volggewas t.o.v. gewassen die (groen) de winter over blijven staan.

Onkruiden

Facelia is een gewas dat zich snel ontwikkelt en daardoor het kiemen van zaadonkruiden goed voorkomt. Onkruid is dan ook vrijwel nooit een probleem; het gewas sluit zich zeer snel en bedekt dan de grond bijzonder goed. De ontwikkeling van Facelia is zo snel dat alle onkruiden onder het gewas volledig verstikken. Alleen distels en melde kunnen het soms winnen. Als Facelia echter gedurende de winter op het land blijft staan zal het snel afvriezen en biedt het afgestorven gewas onkruiden de kans zich te ontwikkelen. Vooral muur kan hiervan profiteren en tegen het voorjaar fors ontwikkeld zijn.

Aaltjes

Op percelen waar Trichodoriden voorkomen met tabaksratelvirus moet facelia sterk worden afgeraden. Het gewas is een sterke vermeerderaar van het virus. Verder is facelia één van de sterkste vermeerderaars van het wortellesieaaltje Pratylenchus penetrans. Gunstige eigenschap is de slechte vermeerdering van Meloidogyne fallax.

Onderwerken

Facelia is zeer nachtvorstgevoelig en aan het begin van de winter vriest het volledig dood. Het gewas is weinig stengelig en gemakkelijk onder te ploegen.

Opslag

Vroeg gezaaide gewassen van Facelia kunnen kiemkrachtige zaden leveren. Omdat het oliehoudende zaden zijn kunnen deze zeer lang in de bodem kiemkrachtig blijven en jarenlang voor opslagplanten zorgen. In het algemeen kan opslag echter gemakkelijk opgeruimd worden in het volggewas met de meeste gebruikte onkruidbestrijdingsmiddelen. Om problemen tegen te gaan moet zaadvorming worden voorkomen; dit kan door het gewas in volle bloei een keer goed te rollen zodat de groei eruit is en het gewas afsterft, maar nog wel de bodem bedekt.

Drogestofopbrengst

Van de in deze brochure vermelde groenbemesters levert Facelia (met nog enkele andere) de kleinste hoeveelheid organische stof. De opbrengst is gemiddeld zo'n 3000 kg drogestof waarvan 2.300 kg in de bovengrondse delen en zo'n 700 kg in de wortel- en gewasresten. Vers betekent dat zo'n 23.000 kg bovengrondse massa. Aangezien het blad sterk behaard is vormt Facelia een matig smakelijk veevoer wat zich slecht laat inkuilen door het hoge vochtgehalte (10% drogestof). Als er maar voor de bloei gemaaid wordt is de smakelijkheid nog wel redelijk.
Naast de opbrengst als groene massa, welke zich zeer gemakkelijk laat inwerken, kan Facelia nog extra opbrengst geven door uitzaai in een zeer vroege stoppel. Dan kunnen er tijdens de bloei namelijk nog enkele bijenvolken geplaatst worden die een zeer rijke honingoogst binnen kunnen brengen. Een imker uit de omgeving zal graag een kleine vergoeding geven voor het recht om zijn bijenvolken bij het gewas te plaatsen.

Afbeelding. Facelia levert relatief weinig organische stof; gemiddeld zo'n 300 kg/ha.

Teeltkosten

De teeltkosten van facelia bestaan vooral uit de zaaizaadkosten. De stikstofbemesting is beperkt of wordt achterwege gelaten. Vóór het inzaaien (als stoppelgewas) is een grondbewerking en/of een zaaibedbereiding nodig; voor het onderploegen meestal nog een voorbewerking (frezen, doodspuiten).
Materiële kosten:
zaaizaad: 10 kg à € 5,80 (incl. BTW) = € 58
N-bemesting: 70 kg à € 0,50 = € 35