Praktische haalbaarheid van biologische grondontsmetting

22/04/2008 - J.R. Kalkdijk, A.W.W. van Gastel, L.P.G. Molendijk - PPO-agv

Waar gaat dit over?

Vooral voor de beheersing van de moeilijk te bestrijden quarantaine-nematoden, zoals Globodera pallida, Meloidogyne chitwoodi en Ditylenchus dipsaci, biedt biologische grondontsmetting mogelijk oplossingen.
In opdracht van het Productschap Akkerbouw heeft PPO-agv in het kader van het Actieplan Aaltjesbeheersing een eerste inventarisatie uitgevoerd van de praktische haalbaarheid van deze techniek.
Een eerste toetsing leerde dat wanneer vers organisch materiaal aangevoerd moet worden, deze logistiek goed georganiseerd moet zijn. Door scheurtjes in en loslaten van de folie is de gewenste afdekperiode van 6 weken niet gerealiseerd. De verlijming van de folie is nog niet duurzaam genoeg.

Inleiding

Biologische grondontsmetting (BGO) is gebaseerd op het principe dat bij zuurstofloze vertering van grote hoeveelheden vers organisch materiaal afbraakproducten ontstaan die voor de meeste aaltjessoorten dodelijk zijn. Voor dit doel wordt circa 40 ton verse organische massa per ha door de bouwvoor gewerkt en vervolgens wordt de grond afgedekt met gasdichte folie. Hierdoor ontstaat een zuurstofloze situatie in de grond.
Vooral voor de beheersing van de moeilijk te bestrijden quarantaine-nematoden, zoals Globodera pallida, Meloidogyne chitwoodi en Ditylenchus dipsaci, biedt deze techniek mogelijk oplossingen. In opdracht van het Productschap Akkerbouw heeft PPO-agv in het kader van het Actieplan Aaltjesbeheersing een eerste inventarisatie uitgevoerd van de praktische haalbaarheid van deze techniek.

Uitvoering project

De praktische haalbaarheid van BGO is uitgetest op een perceel met zware klei (55% afslibbaar). Het perceel was besmet met het stengelaaltje Ditylenchus dipsaci, zodat ook de effectiviteit van de techniek tegen dit aaltje is vastgesteld. Het organisch materiaal bestond uit groene gerst die op het bewuste perceel werd geteeld met daarnaast van elders aangevoerd gras. Dit is vervolgens ingewerkt met een roterende spitmachine. Vervolgens is de folie gelegd (afbeelding 1) en gesealed door een bedrijf dat zich daarin heeft gespecialiseerd, met name op zandgronden.
Grondmonsters zijn vóór en na de BGO genomen om de effectiviteit tegen D. dipsaci vast te stellen.

Afbeelding 1. Het plastic leggen.

foto_1

Resultaten en aanbevelingen

Gedurende de toetsing is duidelijk geworden dat wanneer vers organisch materiaal aangevoerd moet worden deze logistiek goed georganiseerd moet zijn. In dit project bleek uiteindelijk onnodig veel organisch materiaal te zijn ondergewerkt. Ook de verdeling over het perceel was een probleem. Voor dit doel is een mestverspreider geschikt.
Door de ongelijkheid van het kleiperceel ontstonden er scheurtjes in de folie.
De folie heeft ruim 3 weken op het perceel gelegen alvorens de eerste stukken folie loslieten (afbeelding 2). Daardoor is de gewenste afdekperiode van 6 weken niet gerealiseerd. Het loslaten gebeurde voornamelijk op de lijmvlakken. Door de harde wind hield de lijm niet meer. Ook op lijmvlakken waar water had gelegen en daarna opdroogde liet de folie gemakkelijk los. Gebleken is dat de verlijming nog niet duurzaam genoeg is.
In deze toets was de wind de grootste veroorzaker van het loslaten van het plastic op de lijmvlakken. In het vervolg is het verstandig het plastic tegen de wind in te leggen. Wanneer de wind voornamelijk uit het noordwesten komt moet aan de oostkant van het perceel begonnen worden met leggen van het plastic zodat de wind niet gemakkelijk onder het lijmvlak kan komen.
Alvorens een uitgebreidere toets van de praktische haalbaarheid te doen, zal de verlijming verbeterd moeten worden. Wanneer mocht blijken dat voldoende effectiviteit wordt behaald binnen drie weken dan is de verlijming geen probleem meer. Dit moet nog worden onderzocht.

Afbeelding 2. De schade waargenomen op 17 augustus; 25% van het plastic was losgewaaid.

Foto_2

De kosten van de biologische grondontsmetting waren erg hoog. Wanneer mocht blijken dat al voldoende effectiviteit behaald is na drie weken, is er in het najaar (na de teelt van het hoofdgewas) tijd om organisch materiaal op het te ontsmetten perceel te telen. Als bovenstaande kosten niet worden meegerekend, komen de kosten in deze testsituatie uit op circa € 2.600 per hectare.

Er zijn geen stengelaaltjes aangetoond zowel vóór als na de BGO-behandeling. Wellicht is de besmetting tot een niet aantoonbaar niveau afgenomen als gevolg van de natuurlijke sterfte tijdens de gerstteelt. Het is zeer goed mogelijk dat na het telen van een waardplant de besmetting weer op aantoonbare en zelfs schadelijke aantallen komt.

Dit project is gelijktijdig uitgevoerd met het project Studie naar de perspectieven voor biologische grondontsmetting, ook uitgevoerd door PPO-agv in opdracht van het Productschap Akkerbouw.
Beide projecten bieden gezamenlijk een goed overzicht van de praktische en economische haalbaarheid van biologische grondontsmetting.