Perspectieven van biologische grondontsmetting

22/04/2008 - W.T. Runia - PPO-agv

Waar gaat dit over?

In deze haalbaarheidsstudie, die door PPO-AGV in opdracht van PA is uitgevoerd, worden technische en economische knelpunten van biologische grondontsmetting in kaart gebracht en mogelijke oplossingsrichtingen aangedragen.
Het technisch perspectief lijkt te liggen in het ontwikkelen van een alternatief of een combinatie van alternatieven voor de huidige folie, zoals verspuitbaar afbreekbaar plastic waardoor verlijming ook niet meer nodig is. De kosten zijn hoog, maar in sommige gevallen is de toepassing rendabel.

Inleiding

Biologische grondontsmetting (BGO) is gebaseerd op het principe dat bij zuurstofloze vertering van grote hoeveelheden vers organisch materiaal afbraakproducten ontstaan die voor de meeste aaltjessoorten dodelijk zijn.
Naast de effectiviteit tegen diverse soorten aaltjes zijn er ook goede effecten gemeten tegen de schimmels Verticillium dahliae en Fusarium oxysporum.
Vooral voor de beheersing van de moeilijk te bestrijden quarantaine-nematoden, zoals Globodera pallida, Meloidogyne chitwoodi en Ditylenchus dipsaci, biedt deze techniek mogelijk oplossingen. Deze oplossingen zijn niet alleen relevant voor de akkerbouw, maar zijn dat zeker ook voor vollegrondsgroenten en de bollenteelt. De eerste ervaringen op praktijkschaal zijn te vinden in de vermeerderingsteelt van aardbeien en in de aspergeteelt.
De toepassing van deze techniek in de praktijk komt tot op heden onvoldoende van de grond. Technische problemen bij de aanleg, vogel- en wildschade en het totale kostenplaatje vormen waarschijnlijk de belangrijkste belemmeringen. Het Productschap Akkerbouw (PA) wil in het kader van het Actieplan Aaltjesbeheersing proberen de technische belemmeringen weg te nemen en deze ontsmettingstechniek voor de praktijk zowel technisch als economisch haalbaar maken.
PPO is één van de initiatiefnemers van deze methodiek en is vanaf het begin nauw betrokken geweest bij onderzoek en ontwikkeling van BGO. In nauwe samenwerking met een loonwerker en een mechanisatiebedrijf is een machine ontwikkeld die geschikt is voor het aanbrengen en verlijmen van de folie op grotere oppervlakten.
In deze haalbaarheidsstudie, die door PPO-AGV in opdracht van PA is uitgevoerd, worden technische en economische knelpunten in kaart gebracht en mogelijke oplossingsrichtingen aangedragen.

Uitvoering

De knelpunten zijn geïnventariseerd door 10 bedrijven te enquêteren die biologische grondontsmetting hebben toegepast. De enquête betrof negen telers die BGO hebben toegepast: vier aspergetelers, vier aardbeitelers en een akkerbouwer. Daarnaast is ook de loonwerker geënquêteerd, die sinds 2004 de folie legt en verlijmt.
Oplossingsrichtingen worden aangedragen vanuit literatuuronderzoek naar de genoemde knelpunten. Een kosten- en batenanalyse van biologische grondontsmetting geeft inzicht in het economische perspectief voor diverse gewassen. Dit in relatie tot alternatieve grondontsmettingsmethoden. De beoordeelde gewassen zijn: aspergezaailingen, aardbei (gekoelde teelt), industriepeen, schorseneer, pootaardappelen en tulp. Bij deze gewassen is de rotatie, inclusief grondontsmetting, bij een besmetting met een bepaalde soort schadelijk aaltje vergeleken met een teelt zonder aaltjesproblemen.

Resultaten enquête

De vier geënquêteerde aspergetelers zijn tevreden over de effectiviteit van BGO tegen Fusarium. Er zijn geen Fusarium-problemen in de aspergeteelt na BGO waargenomen. Op drie van de vier bedrijven is op diverse percelen BGO toegepast. Deze telers zijn enthousiast over de methodiek, maar vinden de kosten wel erg hoog. Desondanks zijn ze van plan ook in de toekomst BGO toe te passen.
Bij aardbeitelers staat de effectiviteit van BGO evenmin ter discussie, maar telers kampen regelmatig met een Verticillium-aantasting vanuit besmet plantmateriaal tijdens de daaropvolgende teelt. Het effect van de BGO wordt daardoor teniet gedaan.
In aardbei heeft BGO de laatste jaren concurrentie gekregen in de vorm van Tagetes patula. Dit afrikaantje bestrijdt wortellesieaaltjes zeer goed, waardoor ook de Verticillium-aantasting vermindert. De effectiviteit op het akkerbouwbedrijf tegen stengelaaltjes is nog niet zichtbaar, omdat BGO pas in 2007 is toegepast.

Afhankelijk van de te ontsmetten diepte wordt per 10 cm grondlaag 10 ton organische stof per ha ingewerkt. Eerst wordt de grond gefreesd en daarna gespit. De grond is eerst beregend voordat er folie over heen is getrokken wanneer dat nodig was. De kwetsbaarheid van de folie voor wild- en vogelschade maar ook voor scheuren en de verlijming van de folie zijn de grootste technische struikelblokken. Hierdoor is op vijf van de negen bedrijven de gewenste zuurstofloze periode in de grond van zes weken niet gehaald.

Uit de enquête blijkt dat BGO economisch wel haalbaar is voor aspergetelers, maar ook zij vinden deze methode kostbaar ten opzichte van andere ontsmettingsmethodieken.

Afbeelding. In de aspergeteelt is biologische grondontsmetting succesvol.

Resultaten literatuuronderzoek

De gemelde kwetsbaarheid van Hytibarrier-folie, zoals gebruikt sinds 2004 in Nederland, wordt ook in het buitenland genoemd als probleem bij de toepassing voor solarisatie. Om die reden wordt naarstig gezocht naar betere alternatieven, zoals biologisch afbreekbaar plastic. Dit wordt in diverse onderzoeken getest.
Diverse methoden worden genoemd om vogels en wild af te schrikken, maar het resultaat is nooit 100%.

Technisch perspectief BGO

Het technisch perspectief voor BGO lijkt te liggen in het ontwikkelen van een alternatief of een combinatie van alternatieven voor de huidige folie, zoals verspuitbaar afbreekbaar plastic waardoor verlijming ook niet meer nodig is. Ontwikkelingen in die richting zijn in het buitenland al gaande en lijken de moeite waard om ook in Nederland te worden onderzocht.

Economisch perspectief BGO

Vaste kosten van een biologische grondontsmetting zijn circa € 4.300 per ha wanneer gebruik wordt gemaakt van aanvoer van gras en circa € 3.600 per ha bij gebruik van eigen geteelde organische massa. Variabele kosten zijn beregenen na onderwerken van de organische massa en vogels verjagen en bedragen totaal circa
€ 500 per ha. De totale kosten variëren dus van € 4.100 tot € 4.800 per ha, afhankelijk van de herkomst van de organische massa.
Het economisch perspectief voor BGO is in de praktijk al gebleken bij de productie van asperge. Uit deze studie is gebleken dat in de teelt van aspergezaailingen BGO lonend kan zijn. Wanneer tulpen worden geteeld voorafgaand aan BGO op een perceel besmet met Meloidogyne chitwoodi in een rotatie met consumptieaardappelen, is BGO economisch haalbaar. Wanneer een teelt van tulpen wordt gepland op een perceel dat besmet is met aardappelcysteaaltjes, kan een grondontsmetting met BGO het verkrijgen van een AM-vrijverklaring versnellen. In die situatie kan BGO ook rendabel zijn. De toepasbaarheid bij andere vollegrondsgroenten is op dit moment niet lonend maar hangt af van het succes van nieuwe ontwikkelingen op het gebied van biologische grondontsmetting.