Secondary menu

Invloed van Temik en rooidatum op aardappelcysteaaltjes in een vroege pootaardappelteelt

15/06/2006 - L. P. G. Molendijk, C.H. Schomaker, J. Hoek en A. W. W. van Gastel - PPO-agv en Plant Research International

Waar gaat dit over?

In deze samenvatting wordt kort ingegaan op de resultaten van onderzoek naar de invloed van Temik en rooidatum op de vermeerdering van Globodera pallida bij een vroege pootaardappelteelt. Het onderzoek is uitgevoerd in opdracht van NemaDecide en meegefinancierd door het Actieplan Aaltjesbeheersing

Toepassing van Temik in de pootgoedteelt van vatbare rassen kan de opsporing van besmettingen vertragen en Temik speelt mogelijk een rol bij de beheersing van aardappelmoeheid in rassen met een matige resistentie.

In een proef in 2005 op een praktijkperceel te Firdgum (Friesland) is onderzoek uitgevoerd naar het effect van Temik op de populatiedynamica van Globodera pallida in pootgoedteelt van het vroege ras Premiére, dat vatbaar is voor G. pallida. Temik is vlak voor het poten voldvelds toegepast in een dosering van 30 kg per ha. Er waren twee oogsttijdstippen. De met Temik behandelde veldjes werden geoogst op 28 juli en op 11 augustus; de onbehandelde veldjes op 11 augustus.

Temik kon op beide oogsttijdstippen de vermeerdering van G. pallida niet voorkomen, maar heeft de vermeerdering van de aaltjes wel gereduceerd. Op de vroegst (28 juli) geoogste veldjes verminderde het maximale vermeerderingsgetal a tot 44% en de maximale populatiedichtheid M tot 68% van de onbehandelde veldjes. Op de veldjes met granulaat die later (11 augustus) zijn geoogst, waren deze getallen respectievelijk 21% en 61%. Bij dichtheden kleiner dan 0.7 e/g grond werd het aantal cysten per geïnoculeerd ei op de met granulaat behandelde veldjes gereduceerd tot 75% op het eerste oogsttijdstip en tot 56% op het tweede oogsttijdstip. Voor het aantal eieren per cyste waren deze getallen respectievelijk 66% en 43%. Mogelijke verklaring voor de sterkere vermeerdering bij een vroegere oogst is dat de wortels bij doodspuiten en onmiddellijk rooien langer in goede conditie blijven dan bij doodspuiten en later rooien.
De begindichtheden van de proef waren kleiner dan 4 e/g grond; te gering om een verband vast te stellen tussen Pi en de leverbare opbrengst. Temik beïnvloedde Ymax, de opbrengst bij zeer lage dichtheden onder de vermoedelijke tolerantielimiet T (meestal ca. 2 e/g grond), niet.

Geconcludeerd moet worden dat toepassing van Temik in de pootgoedteelt van vatbare rassen de opsporing van besmettingen kan vertragen en dat Temik mogelijk een rol kan spelen bij de beheersing van aardappelmoeheid in rassen met een matige resistentie. Of een scenario van Temik, doodspuiten met glufosinaatammonium en na enige tijd rooien de opsporing van veel haarden kan voorkomen, moet nader worden onderzocht.