Secondary menu

Inventarisatie van kansrijke Equivalente Maatregelen

29/06/2017 - JJ Schröder - Wageningen UR/ BO akkerbouw

Telers vinden de huidige gebruiksnormen voor stikstof (N) landbouwkundig in veel gevallen te laag. De overheid nodigt telers uit om maatregelen te nemen die een verhoging van gebruiksnormen rechtvaardigen zonder dat zo’n maatregel tot meer N-uitspoeling en –afspoeling leidt. Gesproken wordt daarom over ‘equivalente maatregelen’. Dit rapport analyseert welke maatregelen onder welke voorwaarden aan die definitie van equivalentie kunnen voldoen. Het rapport werkt een aantal maatregelen modelmatig uit voor zover dat niet al elders gebeurde. Het betreft ‘verhoging van het aandeel graan’, ‘afvoer van gewasresten’ en ‘meer groenbemesters en vanggewassen’. De berekeningen geven aan dat meer graan in een bouwplan een verruiming van de N-gebruiksnorm van enkele kilogrammen N per hectare bedrijfsoppervlakte kan geven voor iedere 10 procentpunten waarmee het graanaandeel wordt vergroot, tenzij daarbij gebruik gemaakt wordt van de mogelijkheid om, als gevolg van meer graan, ook de N-gebruiksnorm voor extra groenbemesters te innen. De afvoer van gewasresten zoals bietenblad, erwtenloof, preiblad en koolstronken kan de N-gebruiksnorm per hectare bedrijfsoppervlakte met enkele tot tientallen kilogrammen verruimen, afhankelijk van het bouwplan. Als deze gewasresten na bewaring alsnog als organische mest gebruikt worden, doet dit de milieukundige voordelen van de afvoer weer deels teniet. In veel bouwplannen lijkt ruimte te bestaan om na de oogst een onbemest vanggewas te telen. Vanggewassen kunnen in beginsel tot een verruiming van de N-gebruiksruimte leiden. In de onderzochte bouwplannen kon deze verruiming oplopen tot een kleine 10 kg N per hectare bedrijfsoppervlakte. Dit effect vervalt zodra aan de N-onttrekking van de voorgaande hoofdteelt concessies moeten worden gedaan om een succesvolle teelt van een vanggewas überhaupt mogelijk te maken.