Secondary menu

Innovatieve Tolerantietoets AM

- -
16/03/2018 - -

Samenvatting

Vanuit Duitsland is melding gemaakt dat er een aantal populaties (G. pallida) zijn die op een Relatieve Vatbaarheid van 20% zitten op Seresta, terwijl die voor RV 2% is getoetst op PA3. Het HLB maakt melding van velden waar de dichtheden na de teelt van hoog resistente rassen veel te hoog blijven. Inmiddels heeft Averis aangetoond dat er ook in Nederland meerdere populaties zijn die qua virulentie het niveau van vermeerdering van de Duitse vondsten evenaren. De verwachting is daarom dat de besmettingsniveaus in het zetmeelaardappeltelendgebied zullen gaan stijgen, terwijl er nog geen nieuwe resistentie beschikbaar is. Daarmee wordt de tolerantie van de geteelde rassen voor het handhaven van de opbrengsten weer een belangrijk kenmerk. Juist omdat het gebied in de beginfase staat van een mogelijke terugkeer naar besmettingen boven de schadedrempel is het zaak tempo te maken met het in beeld brengen van de toleranties. Telers moeten op basis van het aanwezige besmettingsniveau gericht een ras kunnen kiezen en beslissen of aanvullende maatregelen (zoals granulaat) noodzakelijk zijn.
In het project worden de tolerantie-eigenschappen van een drietal consumptierassen en drie zetmeelrassen gemeten in een potproef en een validerende veldproef. De zetmeelrassen worden in Noord Oost Nederland getoetst. Voor de consumptierassen wordt een proeflocatie in Flevoland gezocht.
Parallel worden de drie zetmeelrassen getoetst op een besmettingsreeks van tien dichtheden.
Na afloop van het project is een betrouwbare en betaalbare methode beschikbaar voor het bepalen van de tolerantie van aardappelrassen tegen het witte aardappelcysteaaltje Globodera pallida.

Samenhang

Opzichzelfstaand project in de programmering van BO Akkerbouw, maar binnen het project wordt nadrukkelijk samengewerkt tussen NAO, Averis, HLB en Wageningen Plant Research.

Hoe is het project afgestemd / tot stand gekomen

De onderzoekswensen AM en Emsland-nematode scoren hoog in de beoordeling (resp. 6 en 4,89 uit 7). De werkgroep zetmeelaardappelen van LTO en de NAV staan positief tegenover het voorstel. De werkgroep pootaardappelen van LTO onderschrijft het projectidee en het voorstel is ook relevant voor de consumptieteelt: kennis van de tolerantie van het ras is een voorwaarde om de AM-strategie te optimaliseren.

Kosten 2017

De totale kosten van dit vierjarige project bedragen 265.200 euro. De kosten worden verdeeld tussen NAO en BO Akkerbouw. In 2016/2017 bedragen de kosten 18.200 euro. In 2017 bedragen de kosten 70.080 euro (totaal 2016/2017: 88.280 euro). Hiervan wordt 50% (44.140 euro) via BO Akkerbouw gefinancierd. In 2018, 2019 en 2020 zijn de totale kosten respectievelijk 104.900 euro, 52.270 euro en 19.750 euro. Hiervan wordt ook 50% via BO Akkerbouw gefinancierd. Voorgesteld wordt om de kosten te financieren vanuit de reserves van het fonds zetmeelaardappelen, het fonds pootaardappelen en het fonds consumptieaardappelen.

Looptijd

Het project kent een looptijd van vijf jaar (najaar 2016-2020).

Medefinanciering

Medefinanciering via de NAO. De NAO neemt 50% van de kosten voor haar rekening