Secondary menu

Heroverweging hoogte stikstof-gebruiksnorm graangewassen op zand- en lössgrond vanuit landbouwkundig en milieukundig oogpunt

- Onderzoek naar de aanpassing van gebruiksnormen in het kader van equivalente maatregelen -
29/06/2017 - J.J. Schröder en W. van Dijk - Wageningen UR/ BO akkerbouw

De gebruiksruimte voor stikstof (N) voor een gewas wordt bepaald door de N-gebruiksnorm. Deze heeft het bemestingsadvies als basis mits daarbij wordt voldaan aan maximaal 50 mg nitraat per liter in het bovenste grondwater. Graangewassen zijn aangemerkt als niet-uitspoelingsgevoelige gewassen waardoor het bemestingsadvies de basis is voor de gebruiksnorm. In 2006 zijn op basis van nieuw onderzoek de N-bemestingsadviezen voor wintertarwe (zand- en lössgrond) en zomergerst (zandgrond) verhoogd. Anders dan voor klei heeft dit voor zand- en lössgrond niet geleid tot een hogere N-gebruiksnorm. In deze studie is nagegaan of er nieuwe inzichten of ontwikkelingen zijn die een heroverweging rechtvaardigen.

Voor wintertarwe is het huidige N-bemestingsadvies voor zand- en lössgrond, respectievelijk, 30 en 40 kg N per ha hoger dan de N-gebruiksnorm uitgaande van voertarwe als bestemming. Als wordt uitgegaan van baktarwe bedraagt het verschil, respectievelijk, 60 en 70 kg N per ha. Voor zomergerst is alleen op zandgrond het N-bemestingsadvies hoger dan de N-gebruiksnorm. Op lössgrond is deze, afhankelijk van de bestemming, gelijk aan of lager dan de N-gebruiksnorm. Ook voor zomertarwe heeft nieuw onderzoek plaatsgevonden, maar dit heeft niet geleid tot aanpassing van het bemestingsadvies.

Uit milieutechnisch oogpunt is een verhoging van de N-gebruiksnorm alleen te rechtvaardigen als de nitraatuitspoeling niet toeneemt. Door de gestegen gewasopbrengsten en daarmee de N-afvoer met geoogst product is er in vergelijking met de situatie ten tijde van de vaststelling van het 5e Actie Programma (AP) enige ruimte voor verhoging van de N-gebruiksnormen zonder dat daardoor het nitraatgehalte stijgt ten opzichte van het 5e AP. Met het WOG 2.1 model is verkend welke gevolgen een verhoging van de N-gebruiksnorm van wintertarwe met 30 kg N per ha en een verhoging van de N-gebruiksnorm van zomergerst met 10 kg N per ha heeft voor het nitraatgehalte ten opzichte van een situatie waarin de opbrengstniveaus van het 5e AP en de huidige N-gebruiksnormen zijn gebruikt (uitgangssituatie). De berekeningen zijn uitgevoerd op bedrijfsniveau waarin voor zandgrond is uitgegaan van een graanaandeel van zowel 40 als 60% en voor lössgrond van een graanaandeel van 50%.

Een verhoging van de N-gebruiksnorm van wintertarwe met 30 kg N per ha leidt op lössgrond en op zandgrond bij een graanaandeel tot 40% tot een lager nitraatgehalte ten opzichte van de uitgangssituatie waarin de opbrengstniveaus van het 5e AP en de huidige N-gebruiksnormen zijn gebruikt. Bij een graanaandeel van 60% stijgt het nitraatgehalte licht.

Verhoging van de N-gebruiksnorm van zomergerst met 10 kg N per ha leidt in alle situaties (grondsoort, graanaandeel) tot een lager nitraatgehalte dan in de uitgangssituatie. Een gelijktijdige verhoging van de N-gebruiksnorm voor wintertarwe en zomergerst leidt op lössgrond tot een lichte daling van het gesimuleerde nitraatgehalte ten opzichte van wat voordien berekend werd, maar op zandgrond zowel bij een graanaandeel van 40 als 60% tot een lichte stijging van het nitraatgehalte.