Secondary menu

Duurzaamheid van ethanolbieten

- Het toetsingskader toegepast -
08/12/2008 - Chris de Visser, Gerrie van de Ven, Hans Langeveld, Sander de Vries en Lubbert van den Brink - PPO-agv, Plant Research International en Wageningen Universiteit

Waar gaat dit over?

In deze studie is een poging gedaan om in een concrete bio-energieketen en aan de hand van concrete datasets, het in Energieboerderij ontwikkelde toetsingskader toe te passen waar mogelijk. Gekozen is voor ethanolproductie op basis van suikerbieten waarbij het accent is gelegd op het agronomische deel van de keten.De duurzaamheid van de suikerbietethanolketen, zoals hier berekend, scoort goed ...

Inleiding

In de ontwikkeling van duurzame energie wordt aan biomassa een belangrijke rol toegedicht.
De grote aandacht voor en verwachtingen van bio-energie hebben ook vragen opgeroepen over de duurzaamheid, zoals de bijdrage aan de broeikasgasemissie, de relatie met biodiversiteit en de voedselproblematiek. Ook de invloed op de prijzen van voedsel, en daarmee de sociaaleconomische duurzaamheid, is een terugkerend discussiepunt als het gaat om bio-energie. Stijgende prijzen van maïszetmeel, tarwe en andere commodities worden in verband gebracht met de stijgende vraag naar met name biobrandstoffen.

De projectgroep "Duurzame productie van biomassa", ingesteld door de Nederlandse overheid, heeft een toetsingskader ontwikkeld voor duurzame biomassa, waarbij criteria binnen 6 thema's zijn ontwikkeld:

  • Broeikasgasemissie;
  • Concurrentie met voedsel en lokale toepassingen van biomassa;
  • Biodiversiteit;
  • Milieu;
  • Welvaart;
  • Welzijn.

Dit kader is in Nederland richtinggevend voor de ontwikkeling van certificeringsystemen die de mate van duurzaamheid van biomassa voor bio-energie gaan vastleggen.

De behoefte aan bio-energie en de zorg voor de duurzaamheid geven de noodzaak aan om productiesystemen te ontwikkelen binnen de kaders gesteld door de genoemde projectgroep. Om bruikbaar te zijn in de praktijk en sturing te geven aan de productie, is het nodig een slag dieper te gaan bij het uitwerken van dat kader en de meer in algemene termen geformuleerde criteria. Hierbij is het van groot belang om een meetlat te ontwikkelen die rekening houdt met zoveel mogelijke aspecten en die bij het ontwikkelen van dergelijke productiesystemen voldoende adequaat en werkbaar is. In deze studie is een poging gedaan om in een concrete bio-energieketen en aan de hand van concrete datasets, het toetsingskader toe te passen waar mogelijk. Gekozen is voor ethanolproductie op basis van suikerbieten waarbij het accent is gelegd op het agronomische deel van de keten.

Conclusies

De duurzaamheid van de suikerbietethanolketen, zoals hier berekend, scoort goed op de criteria die in ogenschouw zijn genomen. De reductie van broeikasgasemissie voldoet aan de norm van 30%. Een intensievere teelt van suikerbieten in beide teeltgebieden (Westmaas en Valthermond) heeft geen betekenisvolle invloed op de C-voorraad in de bodem noch op het milieu. De energiebalans is positief, met een netto-energieopbrengst van gemiddeld 76 GJ per ha gedurende 3 jaren op 2 proefbedrijven in Nederland. Hierbij moet worden opgemerkt dat relatief gunstige aannames zijn gebruikt (energieverbruik tijdens de conversiefase, allocatie van energieverbruik aan ethanol). Indien minder optimistische waarden zouden worden gebruikt, liggen de resultaten minder gunstig maar nog steeds voldoende positief. Er is echter sprake van veel onzekerheden. Met name de berekeningen van de lachgasemissie, N-mineralisatie en parameters voor de bodem organische stof vragen een betere onderbouwing.